Toneel

Come As You Are #1 & #2 Dahlia Pessemiers-Benamar & Valéry Warnotte / Agora Theater

Verhalen in de schaduw van Leopold II

De Duitstalige Gemeenschap van België heeft zijn eigen theater, het Agora Theater in Sankt-Vith. Dat steerft expliciet drietaligheid na, met uiteenlopende middelen. Eén daarvan is het ‘Come As You Are’ project, dat voor Theater aan Zee in Oostende is geland. Korte monologen rond de Wellington Renbaan. Het was één van die grootse plannen van Leopold II voor de stad aan zee, in het verlengde van de Koninklijke Gaanderijen.. Na WO II kreeg de renbaan een grootse make-over, maar sindsdien zette ook daar , net als bij die Gaanderijen, het verval in. Fragmenten met een existentiële lading, lichtjes surrealistisch, allemaal hoogst charmant. Gebracht door fijne toneelspelers, stuk voor stuk.        

Come As You Are #1 & #2
Klaas Tindemans Wellington Renbaan, Oostende, in het kader van TAZ25
11 augustus 2025

De tribune is er niet zo erg aan toe als die van het stadion van Crossing Schaarbeek, maar de aftakeling van de Wellington Renbaan, ooit een mondain trefpunt, is onmiskenbaar. De Koninklijke Loge is vervallen en uitbesteed als toekomstige VIP-ruimte (meer reclame dan vensters), leuningen hangen los, de toegankelijkheid is problematisch. Het oogt als een relict. Oostende Koerse is vandaag beperkt tot negen evenementen in de zomer. In het midden van de renbaan ligt een hole van het golfterrein dat vanuit het westen als het ware binnendringt in de hippodroom: de rijke burgerij heeft vandaag andere hobby’s. Deze golfbaan heeft bovendien de reputatie behoorlijk uitdagend te zijn, omdat het terrein (voorlopig toch nog) erg nat is. Dat weet de gids te vertellen, die de groepjes toeschouwers voor ‘Come As You Are’ naar de speelplekken loodst. Plekken waar dik patina op ligt, soms dikker dan de plek zelf, zoals die Koninklijke Loge. Ideale plekken dus voor theatrale miniaturen, die soms verwijzen naar de functie die deze ruimtes normaal hebben – de hoofdtribune, de paardenstallen.

Drie schrijvers hebben, in opdracht van het Agora Theater, het officiële theater van de Duitstalige Gemeenschap van België, enkele monologen geschreven. Het gaat om zes teksten van Josse De Pauw, drie van Sophia Bauer en één van Sam Touzani. Ze schreven de teksten in hun eigen taal - Nederlands, Duits en Frans – maar ze worden in Oostende in het Nederlands opgevoerd.

Duitstalige Belgen zijn de meest meertalige landgenoten. Ze zijn dus goed geplaatst om zo’n Belgische ontmoeting op te zetten. ‘Come as you are’ wil een ‘trans-communautair’ statement zijn, maar enkel de tekst van Sam Touzani past écht in dat programma. Dit is een typische tekst van een comedian, die ter plekke een experiment in meertaligheid verzint, met een grap in elke zin. Zouzou Ben Chikha speelt, samen met een stel tuinkabouters – zijn familie, zegt hij – de coach van deze oefening, en wij doen vijf minuten lang mee.

De andere monologen gaan helemaal niet over België of over taal. Het zijn individuele verhalen, schaarse ingrediënten voor personages die we (te) kort te zien krijgen. Sophie Bauer, die een eigen tekst speelt, is ronduit autobiografisch, vermoed ik. Voor Dahlia Pessemiers Benamar, die zichzelf heruitvindt in een Marokkaanse fantasieprinses, heeft Josse De Pauw ook iets op haar lijf geschreven. Wellicht niet toevallig spelen zij op een stukje grasveld, zeldzaam in deze buurt, en met een ‘etnisch-cultureel’ kostuum. Sophia Bauer draagt een overwegend roze dirndl om duidelijk te maken (of net niet) hoe ze zich losmaakt van haar roots op het Duitse platteland. Dahlia Pessemiers-Benamar toont trots haar tadjellabit met gouden borduursel om haar dromerige terugkeer naar de Marokkaanse (of Berberse?) adel te illustreren.

Zij zijn de enigen die op hun eigen levensverhaal zinspelen. Mieke Verdin is een fanatiek liefhebster van drukke tribunes, paardenrennen maar toch liever voetbal, terwijl ze bekent de spelregels niet te kennen. De zwetende mannenlijven, de Mexican wave (we mogen even meedoen) en vooral de schwalbes, dat vind ze opwindend. Scheidsrechters straffen dat af, zij geeft punten. Je kijkt wel naar een golfterrein, vanop de lege Wellington-tribune, er is veel verbeelding nodig om hier voetbalenthousiasme voor de geest te roepen.

Robby Cleiren ontdoet de koninklijke loge van alle decorum – voor zover dat er nog was – met een traumatische anekdote uit zijn kindertijd: na een wild feestje komen zijn ouders thuis en hij hoort iets te goed de lawaaierige seks in hun slaapkamer. Sindsdien vrijt hij zelf altijd met oordopjes. Een lichte schok in deze schijnbaar onschuldige ruimte. Beiden spelen een tekst van Josse De Pauw.

Titus de Voogdt veegt de stallen, hij werd ooit van zijn paard geslingerd, maar maakt die frustratie ruimschoots goed als jockey, met een razendsnelle merrie en perfect koersinzicht – of is het intuïtie, Myra Bryssinck speelt de psychologe met een niet-erkend (buitenlands?) diploma, die als poetsvrouw de voortschrijdende gentrificatie van een gewone stadwijk observeert, zeer scherpzinnig. Ze verplaatst heel subtiel voorwerpen, zo eigent ze zich de interieurs op subtiele wijze toe.

Elk moment van gelukzaligheid keert zich om in zijn tegendeel, en die frustratie is zo zichtbaar, bij ongeveer allemaal.

Deze twee spelen teksten van Sophia Bauer, teksten die nét iets gevaarlijker klinken dan die van Josse De Pauw, minder melancholisch ook. Behalve dan zijn script voor Clara Cleymans: zij zingt de beroemde aria ‘Casta Diva’ uit Bellini’s ‘Norma’, vanop een balkon van een appartement, terwijl de bewoners rustig iets drinken, aan hun tafel. Een smeekbede aan de goden om vrede te doen heersen op aarde, gezongen door een stem die niet op opera getraind is, met micro. Ze zingt het helemaal uit, prachtig maar niet uitbundig, af en toe met een afwijkende noot, en ze zegt nog twee zinnen, iets over fouten die we allemaal maken, of we nu zingen of iets anders doen. En de conclusie: dat haar soort fouten nog nooit doden hebben veroorzaakt. Niet meer, maar ineens zeer hard.

Ook op tekst van Josse De Pauw, ook mooi in woord en gedachte, zijn de bijdragen van Lisa Adeaga en Greg Timmermans. Lisa Adeaga laadt een auto in met opblaasbaar speelgoed, en geeft een beschouwing weg over het leven dat bomen leiden, bomen die te zelden een naam krijgen, ‘linde’, of ‘beuk’, terwijl ze daar wel naar verlangen. Greg Timmermans staat bij een rek met jurken, uit een vorig tijdperk. Hij vertelt dat hij de jurken vier keer per jaar naar de droogkuis doet, elk seizoen, en mijmert over haar elegantie in die mooie kleren, over de bals die ze samen bezochten – hij danst even met een toeschouwer – en over de eeuwige liefde die daar ontstond. Zijn toon wordt steeds droeviger, hij eindigt met “en toen was ze dood”, en hij wandelt weg, je volgt hem in zijn peilloos verdriet dat al decennia duurt.

Het is zinloos om tussen al deze monologen naar verbanden te zoeken, tenzij het toeval dat gelijkaardige gevoelens oproept. Elk moment van gelukzaligheid keert zich om in zijn tegendeel, en die frustratie is zo zichtbaar, bij ongeveer allemaal. In Bauers teksten zit een gedempte woede, bij Josse De Pauw hebben ze vrede met het uitzichtloze, in de mate dat ze dit kunnen benoemen – niet dus. Touzani’s tekst hoort hier amper thuis, hoogstens als ludieke programmaverklaring bij het project van Agora, en dat werkt niet echt. Je vraagt je wel af waarom deze verhalen allemaal rond de Wellington Renbaan zijn geplaatst, want op twee na (Verdin en de Voogdt) is er geen aansluiting bij de locatie, noch dramatisch, noch vormelijk, en zelfs niet zijdelings.

Tien spelers vertellen verhalen in de schaduw van Leopold II, die de renbaan zag als het orgelpunt van zijn architecturale verovering van de Oostendse kustlijn. Maar over die bezwaarde geschiedenis gaat het niet, het gaat over mensen met zeer uiteenlopende zorgen, individuele zorgen, hoogstens aangeraakt (maar getekend) door een actualiteit die ziek maakt. Enkel Clara Cleymans maakt een heel voorzichtige vuist, vanop haar balkon en achter een zonnebril. Moest het meer zijn? Misschien wel, al is het tonen van intiem verdriet (Greg Timmermans) ook een vorm van engagement. Dat maak ik mezelf toch graag wijs.        

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz