DEBUUT. ABSOLUUT
Après-ski in een schaapskooi
Nog niet zo lang afgestudeerd aan de toneelschool van Arnhem, en nu binnenkomend with a bang. Theatergroep ABSOLUUT. maakt indruk met hun debuutvoorstelling. Die heet gewoon ‘DEBUUT.’. Vier skiërs in fluo trainingspakken, en één verdwaalde troubadour die iets heeft met schapen en wol, plus een houten huisje en harde muziek, van gabber tot retro-rock: meer hoeft dat niet zijn, al is dat wel al veel. Een halfuur lang veel energie, maar dan houdt het op. Dit wilde spektakel had nog wel even mogen doorgaan.
De binnentuin van de Kunstacademie van Oostende is mooi opgekuist. De brandnetels zijn uitgeroeid weten de locals te vertellen. Toch ziet het er nog behoorlijk wild uit, met muren rondom, verweerde baksteen en beton, kale plekken van donkere aarde en sluimerend onkruid. Op dit veld staat een houten huisje, schijnbaar verlaten. Er klinkt dreigende muziek. Een man met een stok en een accordeon, gekleed in lelijk bruin, komt op. Een troubadour misschien? Of een verdwaalde strandjutter? Met grote ogen van naïeve verbazing inspecteert hij de plek. Hij woelt wat aarde om en vindt een plukje wol en wat schapekeutels. Die vondsten maken hem wild enthousiast, maar daarmee verstoort hij wel de rust van het huisje. De schoorsteen gaat roken, de was wordt buitengehangen, de deur zwaait open. Vier figuren in fluo trainingspakken stormen buiten om wilde dansen uit te voeren op goedkope techno. Ze trekken gekke bekken, maken zichzelf belachelijk als karikaturen van losgeslagen jeugd, inclusief een ‘choreografie’ van seksuele standjes.
Het publiek is helemaal ingepakt: dit wordt een feest van slapstick en schmieren. Dat klopt ook, maar niet met de vrolijke rechtlijnigheid die je bij aanvang vermoedde. Voorlopig is er echter niets aan de hand. Je bent nog getuige van een skiwedstrijd op de wasdraad vol witte lakens (moeilijk uit te leggen, dit moet je zien) en één van de fluo jongens wint een blikken beker, de bubbels worden ontkurkt, de après-ski is het échte hoogtepunt.
Maar dan krijgen ze de indringer in het vizier. Die heeft geen kleurig kostuum dat pijn doet aan de ogen, noch een tandpastaglimlach. Hij trekt ook geen gekke bekken, en mist een geföhnd of geverfd kapsel. Hij heeft zelfs geen skistokken, maar draagt wel een accordeon om zijn nek, wat niet echt aansluit bij hun gabber. De ontmoeting loopt meteen uit de hand: er valt geen woord maar het stage fight dat ontstaat deint meteen uit naar alle uithoeken van de Oostendse binnentuin. In deze slapstick vechtpartij blijkt de bruine bohémien een uitstekend strijder, mixed martial arts of zoiets, al de skiërs gaan tegen de grond.
Woordloze slapstick in tijden van wereldwijde horror, waarin alle machtelozen, voor zij het beseffen, dreigen te veranderen in zwarte schapen.
Iedereen is daarna uitgeput. Een vluchtige verzoening dient zich aan. Ze zingen een popdeuntje, mét accordeon erbij. Het duurt niet lang: zonder reden vluchten de fluo gabbers het huisje in, de indringer krijgt de deur tegen zijn neus. Dan is het ongeveer afgelopen met de karikaturen. Groteske figuren die enigszins herinneren aan de foute hangjongeren uit de legendarische TV-reeks New Kids (zogenaamde ‘asocialen’ in een Zuid-Limburgs dorp, rijdend in een Opel Manta). Je krijgt stilaan een surrealistische versie te zien van Ovidius’ ‘Metamorfosen’. Iets totaal anders dus. De vier fluo’s verschijnen nu met een zwarte schapekop; het huisje wordt een schaapskooi (of misschien was het dit al de hele tijd, en hadden ze even een mensenmasker opgezet). Eén van hen bekommert zich om de melancholische buitenstaander, er ontstaat een pietà-tafereel, waarin het zwarte schaap de zielepoot de borst geeft – maar hij kotst de melk uit. Ondertussen zijn ook de anderen in zwart schaap veranderd, en ze trekken zich terug in het huis. Geen energieke bewegingen meer, enkel nog psychedelische mime. Alsof er een raar stofje zat in de rook die overvloedig rondgeblazen is, de voorstelling lang. Iedereen is bezweken, zo lijkt het. Tot het huisje uit elkaar spat, en de schaapskoppen weer tevoorschijn springen, dit keer gemetamorfoseerd tot een popgroep. Het swingt weer, behalve voor de outsider die wegkwijnt in een hoekje van de ruïne.
'DEBUUT.’ is ook écht het debuut van toneelgroep ABSOLUUT, die bestaat uit vijf spelers (Bram Flick, Joppe Klein, Tijn Luijben, Catoo Post en Thom Vendrik) die recent afstudeerden aan de toneelschool van Arnhem. ‘DEBUUT’ blijft nog wat hangen in de sfeer van een afstudeerproject: de acteurs pakken uit met alles wat ze spelenderwijs kunnen. Het stuk barst van de energie, maar loopt uit op een nogal plotse en zelfs voortijdige finale. Het mocht allemaal wat langer duren, al is het niet zeker of ze dit tempo langer dan een halfuur hadden kunnen volhouden. Soms lijkt het op een reboot van Radeis: de legendarische bende rond Josse De Pauw, Dirk Pauwels en Pat Van Hemelrijck, die tussen 1978 en 1984 de podia van Vlaanderen en de rest van de wereld teisterde. Woordeloos, behalve wat kreten en gefluister, voorwerpen die gingen leven, simplistische illusies én een zachte vorm van vernielingsdrang. Maar zonder een ritme van 200+ BPM, eerder cool jazz. Niet dat ABSOLUUT een soor Radeis on speed is, maar de recensent op leeftijd ervaart een lichte nostalgie. Toch is dit wel degelijk woordloze slapstick in tijden van wereldwijde horror, waarin alle machtelozen, voor zij het beseffen, dreigen te veranderen in zwarte schapen. Om naar de slachtbank van de consumptiecultuur gevoerd te worden. Of ga ik nu aan het overinterpreteren?
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz