Toneel

Schopenhauer Stefaan Van Brabandt / Damiaan De Schrijver

Vrolijk somberen

De Duitse filosoof Arthur Schopenhauer mag dan wat in de vergetelheid geraakt zijn, zijn invloed op het werk van Friedrich Nietzsche en Sigmund Freud, om maar enkele groten te noemen, is onmiskenbaar. Over de figuur en zijn gedachtegoed schreef Stefaan van Brabandt de monoloog ‘Schopenhauer’. Daarin keert de filosoof, ondanks zijn afschuw voor de ellende die het bestaan is, voor even terug naar het rijk der levenden, om tevreden vast te stellen dat hij altijd al gelijk had. Damiaan De Schrijver identificeert zich bijna wellustig met de sombere denker.         

Uitgelicht door Pieter T’Jonck
Schopenhauer
Pieter T’Jonck IDP Werf, Oostende, in het kader van TAZ25
04 augustus 2025

Al wat je weten moet over Schopenhauers denken valt te lezen in twee boeken: ‘Die Welt als Wille und Vorstellung’ (1818/1844) en ‘Parerga und Paralipomena’ (1851), al beschouwde de filosoof dat laatste boek zelf als niet meer dan een verzameling ‘restjes’, illustraties bij wat hij in zijn hoofdwerk al uiteenzette. Wie zich daar niet aan wil wagen, komt ook al een heel eind met wat Wikipedia over hem te melden heeft.

In het kort komt het hierop neer. Volgens Schopenhauer is het leven niets dan ellende. Het komt voort uit het niets en eindigt in het niets, zoals een golf die oprijst uit de zee en weer gaat liggen. Die overtuiging deed hij op na een reis met zijn vader door Europa: het bloedvergieten van de Franse Revolutie en de genadeloze uitbuiting van tot slaaf gemaakten schokten hem diep.

Het bracht hem tot het inzicht dat ‘Vooruitgang’, het geloof dat de geschiedenis een finaliteit zou kennen, onzin is. Zijn denken stond daarmee haaks op dat van de idealistische filosofie van Georg Friedrich Hegel. Volgens Schopenhauer wordt alle menselijk handelen, en bij uitbreiding dat van alle leven, bepaald door een blinde, domme wil tot voortbestaan en behoeftevervulling. De wil als de zee waaruit golven oprijzen en weer in verdwijnen. Het gevolg: vermits we wel kunnen nadenken over wat we willen, maar niet kunnen willen wat we willen, willen we altijd wat we niet hebben. We zijn structureel onbevredigd en onbevredigbaar. Daardoor staan we elkaar ook al te vaak naar het leven.

Schopenhauer steunde bij de ontwikkeling van die theorie op het inzicht van Kant dat we de wereld zoals die is (‘Das Ding an Sich’) niet kunnen kennen. Wat we menen te weten is bepaald door de categorieën en voorstellingen die we ons over die wereld vormen. We kennen de wereld dus enkel als ‘Vorstellung’. Anders dan Kant realiseerde Schopenhauer zich echter dat we in één opzicht wel contact maken met die werkelijkheid, met name door ons lichaam. Dat hunkert en verlangt voortdurend, naar eten, naar drank en zeker ook naar seks. Daar wist hij zelf alles van. In ons lichaam ondervinden we zo de ‘Wille’ die ons handelen bepaalt. Om die macht te overstijgen zag Schopenhauer slechts een paar uitwegen: kunst (en dan vooral muziek) en mogelijk ook een ascetisch of boeddhistisch afzweren van elk verlangen.

Stefaan Van Brabandt zet Schopenhauers gedachtegoed helder uiteen, met talloze voorbeelden.

In ‘Parerga und Paralipomena’ gaf Schopenhauer praktische tips mee om het leven draaglijk te houden zonder zo’n veeleisende ascese, met Epicurus (de filosoof van ‘Pluk de dag’) als gids. Het boek maakte hem onverwacht beroemd, net toen hij de hoop had opgegeven dat ooit iemand naar zijn boodschap zou luisteren. Zijn gedachten werden in zijn jonge jaren immers niet op waarde geschat in een Duitsland dat helemaal in de ban was van het idealisme. Het zat hem ook op amoureus vlak niet mee: hij had vele relaties, maar die liepen altijd snel en slecht af. Op de duur waardeerde hij zo vooral de genegenheid van Atma, zijn witte poedel. Zijn advies voor een gelukkig leven kwam er dan ook op neer dat we zo weinig mogelijk moeten verlangen, dat we mededogen moeten hebben met elkaar én met dieren, omdat we allen hetzelfde ellendige bestaan delen.

Stefaan Van Brabandt zet dat gedachtegoed helder uiteen, met talloze voorbeelden. Hij brengt dat betoog op smaak door het te vermengen met tal van smeuïge biografische details over Schopenhauer. Hij meet zijn aversie voor (én wedijver met) Hegel bijvoorbeeld breed uit, net als zijn haat tegenover zijn moeder. Het verraadt dat Schopenhauer misogyne trekjes had, maar Van Brabandt sympathiseert te veel met zijn personage om dat uit te spitten. Dé vondst van het stuk is echter dat hij het laat voorkomen alsof Schopenhauer even terugkeert onder de levenden om zich ervan te vergewissen dat hij het bij het rechte eind had, dat niet Hegel, noch zijn moeder (destijds een bekende romanschrijfster) in de herinnering bleven leven, maar hijzelf wel. Dat is een paradox van formaat, want al bij het begin van zijn monoloog zegt deze Schopenhauer dat de hoop om herinnerd te worden geheel nutteloos en ijdel is. Schopenhauer leefde inderdaad lang niet altijd volgens zijn eigen inzichten: hij was zeker geen asceet of boeddhist, eerder een bon vivant.

De Schrijver geniet als Schopenhauer zichtbaar van zijn intellectuele overwicht op het publiek dat op zijn retorische, filosofische vragen het antwoord schuldig blijft.

Dat personage is een kolfje naar de hand van Damiaan De Schrijver. Hij komt op in een klassiek donkerblauw driedelig pak. Als hij in het vuur van zijn betoog zijn jas uitspeelt, komt daaronder een ouderwets overmaats wit hemd met manchetknopen tevoorschijn. Op en top een wat wereldvreemde heer van stand, wars van nieuwlichterij en mode, maar toch gesteld op zijn voorkomen. De Schrijver pronkt met een woeste baard in plaats van woeste bakkebaarden, maar afgezien daarvan sluit zijn uitstraling aan bij die van de filosoof, met inbegrip van alle tegenstrijdigheden. Hij vindt Hegel een idioot, maar kan het niet laten om keer op keer zijn gram – “en nu voor de laatste keer, en dan zwijg ik erover” – te luchten over diens succes en zijn eigen gebrek daaraan. Zo onthecht is hij dus niet. Hij is zelfs ijdel. Hij geniet zichtbaar van zijn intellectuele overwicht op het publiek dat op zijn retorische, filosofische vragen het antwoord schuldig blijft. Hij geniet ervan om hun wanen te ridiculiseren. Maar het wordt nooit venijnig, hoogstens plagerig.

Je merkt hoe sterk de acteur zich inleeft in de gedachtewereld van de auteur. Daar zit nauwelijks spanning op. Een heel verschil met de abjecte figuren van Thomas Bernhard die De Schrijver speelde in pakweg ‘Oude Meesters’. Dat creëert een bijzondere dynamiek in de voorstelling. Hoewel ik vermoed dat De Schrijver de tekst nagenoeg op de letter volgt, last hij ook af en toe openlijk een improvisatiemoment in als dat zo uitkomt door één of andere reactie van het publiek. Dat creëert een reële band tussen de speler en het publiek, dat vaak grinnikt of zelfs voluit lacht bij weer een nieuw licht overtrokken voorbeeld dat de nochtans sombere denkbeelden moet bewijzen. Ook daar vallen acteur en auteur samen: de ene voelt zich gevleid door de publieke bijval, de andere door de erkenning die hem eindelijk, 165 jaar na zijn dood, ten deel valt. De Schrijver anticipeert soms zelfs op wat het publiek denkt: “Ik weet dat hier een zak zit in de voorstelling, maar dat komt wel weer goed”. Tegelijk is die band het glijmiddel om de vandaag nog steeds pertinente kritiek van Schopenhauer op onze samenleving te doen indalen.

Het enige minpunt van deze voorstelling: de tekst wordt, naar het einde toe, wat al te uitleggerig. Van Brabandt blijft zich uitputten in voorbeelden van Schopenhauers ethiek van medeleven en scepsis over al te grote verwachtingen en verlangens. Eindigen met ‘What the world needs now (is Love)’ van Burt Bacharach hoefde ook niet per se. Maar zo kom je wel met een geweldig goed gevoel buiten. De wereld is om zeep, maar dit mooie anderhalf uur hebben we toch maar gehad.         

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz