Performance

My Nemesis Manizja Kouhestani / Fiene Zasada

Het objectieve lichaam, of het exces van performance art

Twee vrouwelijke performers, twee personages die (fictieve) performancekunstenaars belichamen. Zij voeren een gesprek over de oprechtheid van elkaars kunst, over hun innige vriendschap en vooral over hun trauma’s. Liefde én verwijten. Het loopt niet goed af. ‘My Nemesis’ is het eindwerk van Manizja Kouhestani aan KASK Drama. Ze maakte het samen met Fiene Zasada. Indringende getuigenissen, hoe fictief ze ook zijn. Maar wel merkwaardige keuzes over toneelspelen.        

My Nemesis
Klaas Tindemans OLV-College Vuurtoren, Oostende, in het kader van TAZ25
04 augustus 2025

Volgens sommigen, zoals Gijs van Oenen, auteur van ‘Culturele veldslagen: Filosofie van de culture wars’, wekt de geradicaliseerde vorm van feminisme, uitgedragen door o.a. Judith Butler, vooral ergernis op bij conservatieve zielen. Ergernis bij dat gedeelte van de burgerij dat voordien onwankelbare zekerheden, zoals het geslachtsverschil, ziet verdwijnen ten voordele van een universele queerness. Alle identiteitsoorlogen - sociaal, etnisch, seksueel - zijn allemaal gelinkt aan de gender trouble, die witte cismannen van hun culturele privileges zou beroofd hebben. Alle andere menselijke distincties zijn contingent, ze zijn nooit absoluut, in steen gebeiteld: klassenverschillen kunnen bestreden worden, etnische verschillen kunnen theoretisch genegeerd worden, culturele verschillen zijn tijds- en plaatsgebonden en kunnen (ook theoretisch) leiden tot integratie of assimilatie. Seksuele verschillen daarentegen wist men niet uit, tot Judith Butler en anderen stelden dat gender – iemands identiteit als man, vrouw en de varianten daarop – net zo goed een performatief karakter heeft: de samenleving, niet alleen het Y-chromosoom, maakt iemand tot man of vrouw, met alle sociale, culturele en zelfs biologische implicaties vandien.

‘My Nemesis’ gaat diep in op de kern van deze overgevoeligheid, meer bepaald op de vraag hoe vrouwen hun seksuele identiteit kunnen en mogen representeren, in eerste instantie in de kunst, en hoe ze daarmee de mannelijke zelfverzekerdheid – toxisch of niet – kunnen bestrijden en zelfs vernietigen. ‘My Nemesis’ is de afstudeervoorstelling van Manizja Kouhestani aan KASK Drama. Ze maakte deze productiee samen met Fiene Zasada. Hun personages zijn twee hedendaagse kunstenaars in de diaspora. Katarzyna Kozyra (Fiene Zasada) is een Pools-Joodse kunstenares die, naar eigen zeggen ‘ruwe en uitdagende portretten maakt van gemarginaliseerde lichamen’. Banasha Suleimankheil (Manizja Kouhestani) is een Afghaanse kunstenares, die haar intieme trauma’s tot onderwerp maakt, en daarbij de male gaze trotseert door haar vagina als ‘wapen en canvas’ in te zetten.

We zien op de scène een gedeelte van een retrospectieve tentoonstelling van Kozyra. Daarin thematiseert ze ook haar rivaliteit met Suleimankheil. Ze staat op het punt om met de sculptuur ‘Abortion Table’ een performance te doen, maar deze metalen tafel met opzichtige littekens is ingenomen door Suleimankheil: zij blijkt een geest te zijn, verwond aan haar gezicht en haar been, na haar zelfmoord. De verwijten aan elkaar zijn genadeloos, en komen erop neer dat ze elkaar wederzijds van narcisme betichten, zij het om uiteenlopende redenen.

Suleimankheil exposeert haar eigen lichaam, ze reproduceert haar vulva in geboetseerde kauwgom, ze verfilmt haar eigen seksleven, ze schildert met haar menstruatiebloed…

Suleimankheil exposeert haar eigen lichaam, ze reproduceert haar vulva in geboetseerde kauwgom, ze verfilmt haar eigen seksleven, ze schildert met haar menstruatiebloed, ze haalt een tekst, een manifest uit haar vagina – zoals Carolie Schneemann ooit deed – en ze leest dat voor. Dat zou allemaal op zelfgenoegzaamheid én zelfmedelijden kunnen wijzen, een perverse combinatie.

Omgekeerd wijst (de geest) van Suleimankheil Kozyra erop dat zij met haar voyeuristische installaties en performances haar persoonlijke trauma’s op anderen projecteert, dat zij zich de intimiteit én het leed van anderen toeëigent, dat zij zichzelf nooit durft tonen. Kozyra filmde namelijk heimelijk naakte vrouwen in een badhuis, of ze organiseerde een kopieuze maaltijd met een soundscape van kreten van levend verbrande mensen, of ze kampeerde met haar man honderd dagen aan de poort van Auschwitz.

Soms vinden ze elkaar kortstondig in een gedeeld gevoel van kwetsbaarheid, van lijden onder de male gaze. Maar het artistieke antwoord dat ze geven bevalt de ander nooit. Kozyra verdraagt niet dat Suleimankheil haar eigen lichaam verandert, met chirurgische ingrepen – anti-esthetische chirurgie eigenlijk – en daarmee ook een normatief lichaam sculpteert, hoe subversief dat ook moge zijn. De haat-liefde-verhouding bereikt een hoogtepunt in de afscheidsbrief van Suleimankheil, die pas écht de mannelijke agressie in zijn rauwste vorm aankaart, met onthullingen die Kozyra helemaal ineen doen krimpen. Kozyra probeert nog even haar act op de ‘Abortion Table’ uit te voeren, maar de kracht is verdwenen. Ze weet dat haar protest tegen de verstrengde abortusregels in Polen futiel is, vergeleken met het lot van Afghaanse vrouwen die eigenlijk niet meer mogen bestaan, toch niet zichtbaar – maar geeft dat niet duidelijk toe.

Onder de voorstelling zit een soundscape met drone music, die refereert – bij mij toch… – naar de Newyorkse performance scene van de jaren 1960-70. Een donker, minimalistisch geluid, dat de excessieve acts van de kunstenaars (in dit geval het gesprek daarover, ze tonen bijna niets) van een passend gevaarlijke context voorziet. Dit is de wereld van Karen Finley, Vanessa Beecroft en andere provocatieve boegbeelden van de ‘tweede feministische golf’. Hier gaan de vragen echter over eigentijdse kwesties zoals culturele toeëigening, de intimiderende male gaze en de sluimerende rape culture.

Hoewel ‘My Nemesis’ grotendeels een praatstuk is, zij het met vele explosieve stemverheffingen, spreken beide actrices wel met hun hele lichaam. Zonder veel exposure, ver weg van verleidelijkheid, maar wel met ongecontroleerde bewegingen en vocale uitwassen: geen gezellig gesprek. Kouhestani is fragiel, ze speelt tenslotte een spook uit het dodenrijk, haar spel is opmerkelijk ingetogen. Ze had last van stemproblemen, bij de voorstelling die ik zag, waardoor ze wellicht meer ingetogen klonk dan bedoeld. Ze suggereert uitbarstingen, met enige verbeelding kan je die ook horen. Toch is het opmerkelijk dat haar spel contrasteert met het fysieke exhibitionisme van haar personage.

De twijfels over hoe je vrouwelijke identiteit moet representeren, of het nu over gender of sekse gaat, zijn tastbaar, helder, aangrijpend bij momenten.

Zasada is uitbundiger, iets gevaarlijker ook in haar bewegingen en klanken, terwijl haar personage zichzelf, als kunstenares, amper blootgeeft en haar trauma’s projecteert op anderen die vaak ongewild tentoongesteld worden. Het contrast oogt wat artificieel, maar dat heeft waarschijnlijk veel te maken met de fysieke conditie van Kouhestani. Met alle begrip, dus. De twijfels over hoe je vrouwelijke identiteit moet representeren, of het nu over gender of sekse gaat, zijn tastbaar, helder, aangrijpend bij momenten. Ik begrijp waarom witte cismannen zich bedreigd kunnen voelen door de brutale gestes van deze kunstenaars, zoals ze dat destijds ook waren bij het aanschouwen van Karen Finley of Annie Sprinkle, of zelfs van een comédienne als Anne Deavere Smith en andere performers.

De conclusie van de voorstelling is verontrustend, de vraag is of je deze traumatische verhalen, die willens nillens aanklachten zijn tegen een brutaal én subtiel patriarchiaat, anders kan vertellen dan door de narcist in ieder van ons (dus zeker ook in Katarzyna Kozyra en Banasha Suleimankheil) los te laten. Het persoonlijke is politiek, of course, maar dat heeft pijnlijke gevolgen, en vrouwen vangen de meeste klappen op. De (existentiële) onzekerheid van sommige nadrukkelijke cismannen valt in het niet bij de eeuwenlange vernederingen van wie niet in dit kader past. Dat legt het twistgesprek in ‘My Nemesis’, dat uitloopt op een bizar offerritueel, schrijnend bloot.

Ook nog dit: ik begreep niet echt waarom ‘My Nemesis’ in het Engels wordt gespeeld. De taal mist poëzie. Ik begrijp wel dat de feministische tirades willen klinken als Valerie Solanas S.C.U.M. Manifesto – die alle mannen in stukken wilde snijden. Maar het Engels, voor geen van beiden moedertaal, maakt de conversaties kunstmatiger, zonder een nuttig ‘vervreemdend’ effect.         

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz