Toneel / Muziektheater

Vrede, Liefde & Vrijheid Het Nieuwstedelijk

Congres van gemiste kansen

‘Vrede, Liefde en vrijheid’, een stuk geschreven en geregisseerd door Stijn Devillé, is niet enkel het verhaal van een ongewone liefdesaffaire met op de achtergrond de vredesonderhandelingen in Parijs na WO I. Het stuk analyseert ook de gelijkenissen tussen politieke vergissingen toen en nu. Drie acteurs en één muzikant houden je van de eerste tot de laatste minuut bij deze leerrijke, maar ook zeer onderhoudende les. 

Vrede, Liefde & Vrijheid
Pieter T’Jonck Stadsschouwburg Leuven meer info
30 september 2021

Prince K. Appiah opent het stuk. Hij vertelt over de wereld en Parijs anno 1919. De Spaanse griep is aan een onstuitbare opmars bezig. De pandemie zal 50 miljoen doden eisen, veel meer dan de 8,5 miljoen oorlogsslachtoffers van de oorlog. De huidige pandemie is er met zijn 5 miljoen doden niets bij, want de wereldbevolking telde toen minder dan 2 miljard mensen. En dat op een ogenblik dat Europa door de oorlog verdeeld en verarmd was.

Vervolgens kleedt hij zich om, en wordt Charles Dunbar Burgess King, Minister van Buitenlandse zaken en later premier van Liberia, de eerste onafhankelijke, maar verder vooral straatarme republiek van Afrika. Het land verklaarde in 1917 de oorlog aan Duitsland. Daarom mocht King heel af en toe aanschuiven bij de onderhandelingen na de Duitse capitulatie. King was overigens de enige Afrikaan in besprekingen waar Amerikanen, Engelsen en Fransen de plak zwaaiden.

Hij loopt in het luxueuze Hotel Majestic John Maynard Keynes tegen het lijf. We zien Michaël Pas in die rol telkens wanneer hij na een moeizame dag onderhandelen over een vredesverdrag terugkeert naar dat hotel, toen het toppunt van luxe. Er ontstaat een vorm van sympathie tussen hen. Dat is fictie. Wat je verder over de briljante Britse econoom en wiskundige te weten komt is dat zeker niet, en staat centraal in de voorstelling.

Het frustreert Keynes mateloos hoe de staatshoofden Woodrow Wilson (VSA), Georges Clémencau (FR) en vooral zijn eigen premier David Lloyd George het verslagen Duitsland mateloos zwaar willen straffen. Lloyd George is daarbij het slachtoffer van zijn eigen overmoed. Hij hield nieuwe verkiezingen om ‘sterker te staan’, maar dat pakte verkeerd uit, zodat hij zijn oor moest laten hangen naar de haviken in zijn regering.

De gelijkenis met de Brexit ligt voor de hand, en Devillé laat niet na om die bal binnen te trappen. Maar hij trekt een nog belangrijker parallel tussen toen en nu als het gaat over de herstelbetalingen van Duitsland. Je ziet hoe Keynes beseft dat het land nooit aan die exorbitante verplichtingen zal kunnen voldoen, waardoor de eisers ook nooit hun oorlogsleningen, verschuldigd aan de VS, zullen kunnen terugbetalen. Het zal, om kort te gaan, tot een ineenstorting van de Europese economie leiden en tot een volgende oorlog.

In de loop van de voorstelling ontwikkelt Keynes een alternatief model: als Duitsland obligaties uitschrijft die wederopbouw en herstelbetaling mogelijk maken, zal de economie bloeien, wat ook Engeland en Frankrijk zal baten. Dat is echter alleen mogelijk als de Europese naties die obligaties waarborgen. Zijn gedachtegang is  een voorafbeelding van het Marshallplan van de VS voor de Europese wederopbouw na WO II.

In een meer uitgewerkte vorm kondigt het ook een economisch model aan waarbij de overheid anticyclisch aan deficit spending doet als het slecht gaat in de economie en de vinger op de knip houdt als het goed gaat. Het model bepaalde de trente glorieuses, de 30 jaar van ongekende groei en gedeelde voorspoed na WO II. Maar hij kreeg geen gehoor, met het bekende gevolg. De gelijkenis met de bankencrisis van 2008 is hier treffend, tot en met de zwarte piet die Griekenland toegespeeld kreeg en het land quasi bankroet maakte. Devillé wrijft met zichtbaar genoegen zout in die wonde en schandvlek van de EU. Als het podium vol spiegels staat is heeft dat dan ook minder met het verhaal te maken dan met die ideologische insteek: de conferentie van Parijs in 1919 houdt ons een pijnlijke spiegel voor.

Hoe je geen kolonies moet hebben om een koloniaal bewind te voeren

Daar houdt het betoog van Devillé niet op. Bij monde van King onthult hij ook de expliciet racistische en denigrerende attitude van het Westen tegenover Afrika en Azië, met name Japan. Het leek toen vanzelfsprekend dat die landen economisch een tweedeplansrol hadden. Dat racisme leidde tot het failliet van de Volkenbond, de voorloper van de Verenigde Naties. Japan zou er niet lang over twijfelen om die vernedering ongedaan te maken door uit die ‘bond’ te stappen en de VS de oorlog te verklaren. Liberia werd dan weer een gewillige prooi van de Amerikaanse rubberexploitant Firestone. Of: hoe je geen kolonies moet hebben om een koloniaal bewind te voeren… Prince K. Appiah schreeuwt zijn frustratie daarover woedend uit in een lange, onthullende monoloog.

Maar dat is niet het enige onrecht waar de voorstelling over gaat. Onderdrukking en uitbuiting waren ook part and parcel van de Europese samenleving zelf, en vrouwen waren daarvan het eerste slachtoffer. Enter Clara Cleymans als de Russische ballerina Lydia Lopokova. Haar entrée is pure slapstick. Met mateloos veel bagage drentelt ze onvast het podium op, om dramatisch te struikelen en weer op te staan, niet zonder een oog te houden op de twee mannen in de buurt.

Die mannen zijn allebei even beducht voor haar. Keynes omdat hij meer van mannen dan vrouwen houdt, maar vaststelt dat deze vrouw hem toch ongewoon veel bezig houdt. King omdat hij als christen niet ontrouw wil zijn aan zijn vrouw.

Maar Cleymans werkt als een magneet op de twee , als een fausse ingénue die al haar talenten en haar appetijtelijke lichaam inzet om de aandacht te trekken. Ze doet dat con brio, met een spervuur aan komische effecten, bijvoorbeeld als ze flauwvalt in de armen van de ene en de andere man. Hilarisch zijn de scènes waarin ze doet alsof ze slaapt, maar haar achterste wel heel wulps omhoog steekt, op een manier die aan de verbeelding weinig te wensen overlaat.

Echt opmerkelijk is bovendien dat ze  een geboren danseres én comédienne is. Ze zet als danser niet alleen moeiteloos een ‘French Can Can neer, ze heeft ook het soort lichaamsbesef dat je bijna enkel bij dansers ziet. Tegelijk heeft ze het gevoel voor timing en overdrijving van echte komediespelers. Ze speelt nooit natuurlijk, maar altijd met een speelse, berekende overdrijving die haar rol als gepatenteerde verleidster ondersteunt, maar ook iets samenzweerderig met het publiek installeert.

Die scènes brengen lucht in de theoretische overpeinzingen van Keynes, maar sorteren ook heel andere effecten, en daar is het Devillé om te doen. Hij neemt daartoe wel een loopje met de geschiedenis. Feit is dat lopokova -geboren in een theatermilieu, maar volgens Devillé kleinkind van Russische lijfeigenen- haar carrière begon als kindsterretje dat danste voor de tsaar. Al snel nam ze met de ‘Ballets Russes’ de wijk  naar Europa.. Ze vierde in Londen triomfen met Leonid Massine in een eigen versie van de ‘French Can-Can’ en trouwde met de Italiaanse manager van het gezelschap. Die liet haar al snel in de steek, waarna ze voor een tijd spoorloos verdween. Die (verzonnen) episode zien we hier. Ze zit financieel aan de grond, en is in verwachting van een kind.

Voor een vrouw, een ballerina bovendien, was dat een pijnlijke situatie. Net zo pijnlijk was het voor Keynes om als homoseksuele man afgesloten te zijn van zijn vertrouwde milieu waar hij zichzelf kon zijn, op een moment dat homoseksualiteit in Engeland nog een streng bestraft zedenmisdrijf was. Hij werkte voor, en was, als oud-leerling van de eliteschool Eton een exponent van dat Engelse regime dat hij tegelijk politiek en ideologisch idioot vond. Merkwaardig genoeg trouwde Keynes uiteindelijk ook echt met Lokopova, en bleven ze levenslang samen, zelfs toen het Keynes niet voor de wind ging na de beurskrach van 1929.

De broeierige seksualiteit die -volgens Devillé- ontstond in Hôtel Majestic krijgt prachtig gestalte in een scène waarin de drie protagonisten, enthousiast ondersteund door poly-instrumentalist Geert Waegemans, een zotte Can-Can uitproberen. Op dat moment is Keynes nog steeds meer geïnteresseerd in King dan in Lopokova. Uiteindelijk valt hij echter toch in haar armen.

Daar eindigt het stuk. Maar het is een vals einde. De spelers onderbreken het applaus om de boodschap er nog eens in te stampen: we trappen nog steeds in dezelfde politieke en maatschappelijke vallen van onderdrukking, kolonisering en foute neoliberale dogma’s als toen, in 1919, al weten we sinds de omvangrijke studies die Keynes sindsdien publiceerde beter. Dat besef is na het COVID-drama van het afgelopen anderhalf jaar wel doorgedrongen. Maar of we echt wijzer geworden zijn is niet zo duidelijk. Dit stuk zet in elk geval met spitante vertolkingen de vraag op scherp. 

Beschikbaar voor iedereen, gefinancierd door lezers en organisaties.
Steun pzazz met een abonnement.

Abonneren