KAMP Het Kwartier/ Mariën & von Winckelmann/ theater arsenaal
Ook zonder totem tel je mee
Verwacht je voor de nieuwste voorstelling ‘KAMP’ van Het Kwartier en Mariën & von Winckelmann, in samenwerking met theater arsenaal, niet aan een prettig ponykamp of joelend scoutsgebeuren. Deze samenkomst is minder vrijblijvend. Waar dit kampement zich bevindt, maakt niet veel uit. Welke minderheidsgroep er vastgehouden wordt, is niet van tel. Dit kampleven is schrikwekkend herkenbaar in zijn strategie. Wie de waarschuwing niet ziet, is kinderlijk naïef.
“Het is allemaal al zo lang geleden,” zijn de laatste woorden van kamp oudste Tania Van der Sanden tijdens haar ondervraging in de slotscène van ‘KAMP’. Ze zit dicht bij het publiek met haar handen in haar schoot gevouwen. De glimmende bontmuts van de oude kampleider doet vermoeden dat ze de ontbering toch al een poosje achter zich heeft gelaten. Haar schaduw torent boven haar uit op het witte doek dat voordien nog dienstdeed als de steriele achtergrond van een kampleven dat velen van ons zich niet kunnen inbeelden. “Ik ben de viltjes onder de poten van een stoel. Ik sta mee op de foto, maar hoor meer bij de vloer dan bij de stoel.” Tekstschrijver Freek Mariën weet wat werkende metaforen zijn. Van der Sanden laat ze als geen ander dwingend klinken.
Het is alsof niet deze fictieve kampleider bevraagd wordt naar haar eigen schuldbesef maar onze huidige tijd als personage plaatsneemt op de stoel.
De slotscène toont ‘KAMP’ op z’n best. Sober, maar raak. De ondervraging op het schaarsverlichte podium verwijst naar een ver verleden en heeft tegelijk iets profetisch. Het is de voorname houding van Van der Sanden die spiegelend werkt. Alsof niet deze oude, fictieve kampleider bevraagd wordt naar haar eigen schuldbesef maar onze huidige tijd als personage plaatsneemt op de stoel in deze duisternis.
Het podium glimt van de zwarte drek. Die modderpoel wil de perfect gecaste intruder Zouzou Ben Chikha absoluut niet wil tonen. Met zijn lakleren schoenen en fancy zonnebril is deze documentairemaker gekomen om een film te shooten over de gelukzalige dromen van de kampleden die er met hun geknoopte dasjes nogal naïef uit zien.
Twee kampbewakers (Astrid Cox en Jeroen Van der Ven) waken over de gehoorzaamheid van hun leden. Die wachten elke dag op een teken van Hogerhand om de Plek te bewonen die nu nog in aanbouw is. Kamplid Bernard (Robbert Vervloet) zou in alle vroegte vertrokken zijn als nieuwste Pionier. Dat is toch wat de kampbewakers vertellen tegen zijn vrouw (Tine Embrechts) die niet kan begrijpen waarom hij zijn zwarte laarzen dan niet meenam. Wat de kampleden niet weten is dat Bernard die laarzen niet meer nodig heeft. In deze eerste scène schiet de vrouwelijke bewaker hem koudweg neer. Als waarschuwing kan dat tellen.
Een wankele totempaal
In ‘KAMP’ kiest Mariën niet voor een harde oorlogstaal. Ook de regie van Carl von Winckelmann toont een eenvoudig kampement waarin herkenbare (on)menselijkheden gretig onderzocht worden door de acteurs. Kampwachter Van der Ven kan zich niet identificeren met de onwrikbare hardheid van zijn collega en neemt graag de plek van Bernard in de documentaire in. Kampoudste Van der Sanden houdt haar kudde in het gareel en is tegelijk een bezorgde moeder die haar zoon heeft afgegeven als eerste Pionier. Die wisselende dynamieken maken van ‘KAMP’ een doordachte schets, maar leveren daarom nog geen snijdend portret op.
In dat opzicht laat ‘KAMP’ een kans liggen. Je wilt hun verlangens over De Plek horen. Hoe meer hoe liever.
Waar films als ‘The Zone of Interest’ (2023) of ‘La vita è bella’ (1997) in uitblinken is dat ze pure schoonheid en tederheid tegenover de verschrikkelijkste tragiek plaatsen. De beelden van de frivoolste bloementuin tegenover de rokende schouwen van Auschwitz, of de clowneske fantasiewereld van een vader die zijn zoon probeert te enthousiasmeren om vol te houden.
In dat opzicht laat ‘KAMP’ een kans liggen. Ergens is het niet vreemd dat de blasé propaganda-documentairemaker de kampleden aanvuurt om ‘groots te dromen’. Het had de impact van ‘KAMP’ ten goede gekomen. Nu blijft die verbeeldingsoefening bij korte scènes waarin de kampleden ruziën over hun plaats voor de camera. Je wilt hun verlangens over De Plek horen. Hoe meer hoe liever, zodat hun ijdele hoop ook bij jou inwerkt en je systeem bezwaart. Zodat je voelt hoe fantasie een heel precaire overlevingsstrategie is, die vervliegt wanneer je nog maar met je ogen knippert. Hier moet je aan blijven denken.
“Hoeveel beelden moet je hebben?” sneert de kampoudste naar de filmmaker.
De meest inwerkende waarschuwing zit vervat in één beeld op scène. Er is geen vlaggenmast te zien in dit kamp, enkel een vreemde totempaal die gammel oogt. Geen windhaan of piek, maar tientallen geknoopte vale, witte scoutsdassen reiken naar de hemel. De kampleden wijzen in ‘KAMP’ geregeld naar de torentop. Het zijn de sjaaltjes van hun voorgangers die al vertrokken naar De Plek. Die wapperen zelfs niet meer in de wind, maar houden als opeengepakte massa enkel nog de hoop hoog.
Het doet denken aan het beklijvende laatste filmbeeld uit ‘The Zone of Interest’. De camera pant er langzaam over een hallucinante berg schoenen die nu achter museumglas getoond wordt in Auschwitz. De sjaaltjes én de schoenen, levenloos op een onachtzame hoop, veruitwendigen de allerverschrikkelijkste ontmenselijking.
“Hoeveel beelden moet je hebben?” sneert de kampoudste naar de filmmaker. Hier bekruipt het je toch. Dat weeë gevoel. Ik denk aan de duizenden papieren kraanvogels die nu in alle uithoeken van Vlaanderen gevouwen worden voor de kinderen van Gaza. Het zijn geen vale dassen, maar vogels van papier.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz