Toneel

Vechtstuk Hof van Eede

With a spoonful of sugar, the medicine goes down...

‘Vechtstuk’, een tekst van Wannes Geyselinck en Ans van den Eede begint als een wrange screwball comedy, gaat door als een relaas van relatieproblemen en depressie en eindigt op een bitterzoete verzoening. Heel wat bochten in één stuk dat uitloopt op een aanklacht tegen de sociale condities die leven en liefde aanvreten. Van den Eede en Greg Timmermans verdedigen die pirouette met verve. 

Vechtstuk
Pieter T’Jonck De Grote Post, Oostende
TAZ #2021
meer info
06 augustus 2021

‘Vechtstuk’ ensceneert een situatie die zich in werkelijkheid nooit zou kunnen voordoen: een koppel dat ruzie maakt in de huiskamer, maar toch het publiek als getuige neemt. Het zegt iets over de kwaliteit van deze voorstelling dat je dat grif aanneemt. De scenografie helpt daarbij: ze verbeeldt de situatie door een soort non-decor: een wit zeil op de vloer, met trekken en spots die tot vlak boven de vloer neergelaten zijn. Versta: als kijker moet je zelf maar invullen wat de context is. Om de woorden gaat het hier.

Om beurt proberen Ans Van den Eede en Greg Timmermans er ons inderdaad van te overtuigen dat zij het juist voor hebben en de andere niet. Dat heet: onvolwassen gedrag. ‘Meester, hij deed het’. De perfecte methode om al wat onbespreekbaar is te bedelven onder bergen kleine verwijten.

Hun gesprekken lijken de eerste helft van de voorstelling dan ook sprekend op de bittere relatiekomedies  als ‘Silicone’, ‘Pick-Up’ en vooral ‘Tulpen Vulpen’ die Gerardjan Rijnders op het einde van de jaren 1980 schreef. Woorden werden er steekwapens omdat de spelers elkaars uitspraken systematisch verkeerd lazen: letterlijk als ze figuurlijk of als beleefdheidsvorm bedoeld waren, figuurlijk als het om een letterlijke aanwijzing ging.

Ruzie zoeken dus. In de stijl van: ‘Ja’ zeggen als iemand vraagt: ‘Kan je mij even de boter geven’ maar toch niets doen. De vraag letterlijk beantwoorden dus, niet naar zijn intentie om die boter te krijgen. Naar het schijnt de beste manier om zelfs je beste vrienden tot gezworen vijanden te maken.

In ‘Vechtstuk’ ligt het evenwel ingewikkelder. Bij Rijnders zit de bittere strijd alleen in de verkeerd begrepen woorden, hier heeft ze ook aanknopingspunten in zeer herkenbare situaties. Vrouw wil naar feestje bij Joost en Lien, man heeft een hartsgrondige hekel aan dat stel. Hij vindt ze aanstellers. Poseurs, die feestjes houden of gaan surfen om de innerlijke leegte van hun bestaan te verhullen.

Maar de pot verwijt de ketel dat hij zwart ziet, want ook het leven van Greg en Ans zit op een dood spoor, zo blijkt. De man is een neuroot, en wellicht een bangerik. Weken lang bestudeerde hij de IKEA catalogus om de kaduke woonst -het is een metafoor van belang- toch  van een behoorlijke keuken te voorzien. En van heel veel kasten. Zo zal er minstens visueel rust heersen in het huis.

Dit deel van de conversatie is om te gieren: de vrouw krijgt het heen en weer van al die kasten zonder grepen die onzichtbaar in de wand verwerkt zijn. ‘Ik wil handvaten’ schreeuwt ze uit. ‘Ik wil iets dat naar me toekomt zonder dat ik eraan moet sleuren’, repliceert hij.

De vrouw ziet in de kasten een symbool voor de neiging van de man om alles waar hij niet mee om weet te gaan weg te stoppen. Inclusief haar depressie. Het hoge woord is er plots uit. De vrouw blijkt maar net van een depressie verlost te zijn, en wil nu terug beweging, wil dansen, mensen zien. Maar de man heeft daar geen oren naar. Die komt afgepeigerd terug van zijn werk.

Plots begrijp je nu ook de openingsscène: Ans Van den Eede imiteert daarin glansrijk een legendarische ‘over the top’ vertolking van ‘Seasons’ door de band Future Islands. Greg Timmermans wil haar daar voortdurend van weerhouden. ‘Stel je zo niet aan’ zegt zijn nerveuze gedoe. De balans van de publiekssympathie slaat zo van meet af aan uit in het voordeel van Van den Eede.

Als een deus ex machina verstoort een gelijktijdig water- en stroomlek dan de ruzie. Plots moeten de ruziënde echtelieden samenwerken om het probleem op te lossen. Ook dat levert voorspelbaar hilarische scènes op, met disfunctionele noodlijnen in de hoofdrol, en een pijnlijke afgang van de man als fixer als gevolg.

Een scherpe bocht van wancommunicatie naar voorzichtige toenadering

Het is de aanloop naar de scherpe bocht die het stuk nu neemt van wancommunicatie naar voorzichtige toenadering. Die loopt, niet toevallig, via herinneringen aan mooie momenten aan het begin van hun relatie, toen het huwelijksbootje nog niet lek was, toen seks nog leuk was. Ook el dienden zich toen al de voortekenen van een depressie af bij de vrouw.

Het levert een bijzonder moment op als Timmermans, na een derde mislukte poging om de lekkende waterleiding te herstellen, een liedje zingt. Op vraag van Van den Eede trouwens: ze werd verliefd op hem als hij zong. Het is een mooie vertolking van ‘Signed Curtain’ van Robert Wyatt en zijn band ‘Matching Mole’uit 1971, één van de meest ontroerende, ten onrechte vergeten, love songs , uit de popgeschiedenis.

Dreinerig en traag gaat die song: ‘This is the first verse (eindeloos herhaald), and this is the chorus, or perhaps it’s a bridge / And this is the second verse (alweer eindeloos herhaald) or perhaps it’s a bridge, or just another – key change (waarop de song van majeur naar mineur gaat) / Never mind, it only means that I/ Have lost faith in this song/ ‘cause it won’t help me reach you’.

Timmermans pakt de falset stem van Wyatt precies, al zingt hij een in het Nederlands. Onverhoeds slaat de balans in de sympathie van het publiek hier in zijn richting door, zeker als hij er daarna voor pleit om het huwelijksbootje te repareren door vaak en met overtuiging ‘ik hou van jou’ te zeggen Hij leunt hier op de Oosterse gedachte dat een boot die vaak genoeg hersteld is uiteindelijk een andere boot is, maar toch dezelfde, omdat ze steeds dezelfde naam bleef dragen.

Gerardjan Rijnders is hier aan de einder verdwenen. De toon wordt nu onbeschaamd sentimenteel. Alsof de makers nattigheid voelen sturen ze die toon toch weer bij in het filmpje waarmee het stuk eindigt. Het zeil dat al die tijd doelloos de speelvloer bedekte gaat nu omhoog, en wordt een  projectiedoek. We zien het stel door Oostende dwalen, om uiteindelijk aan de branding van de zee uit te komen. In harmonie en misschien ook gedeelde droefenis.

Ook hier telt de klankband: ‘Hearts a mess’ van Gotye gaat, net als ‘Seasons’  en ‘Signed Curtain’ over verwarde gevoelens en communicatiestoornissen. Het leven zelf dus. Maar het filmpje voegt daar een extra tekst aan toe, die je zou kunnen verwarren met een karaoke streamer. Ze zegt iets als -ik parafraseer- ‘minder werken en minder stress komen ons seksleven en ons welbevinden ten goede’.

Als een donderslag bij heldere hemel wordt de bittere onmin van de echtelieden zo in de laatste rechte lijn maatschappelijke gesitueerd. Mensen staan teveel onder druk om nog tijd voor elkaar te vinden, zoiets. Daar zit natuurlijk een grond van waarheid in zit, maar het lijkt toch ook verdacht veel op  een intellectueel excuus voor de sentimentele bocht op het einde neemt.

Maar is dat excuus wel nodig? De sentimentele draai in het stuk bot de scherpte van het initiële, bittere taalspel zeker af. Maar de maatschappelijke draai die dan volgt maakt het stuk niet scherper, integendeel, want ze negeert even goed het blote feit dat woorden altijd misverstanden veroorzaken, dat we elkaar nooit volledig begrijpen. Bovendien: die ‘uitleg’ zet de kijker, die heel de tijd de scheidsrechter was van de twist tussen de echtelieden; plots nodeloos buitenspel.

Uiteindelijk zegt het stuk, ook zonder dat opgestoken vingertje op het einde, gewoon dat je altijd wel een verstandhouding kan vinden met het leven en de ander, desnoods met wat sentiment erbij. Het leven is, als situatie, zeker hopeloos, maar daarom niet ernstig. Daar houd ik het voorlopig maar op. 

Beschikbaar voor iedereen, gefinancierd door lezers en organisaties.
Steun pzazz met een abonnement.

Abonneren