Iedereen Meeuw! kleinVerhaal
Schijt aan alles!
Wie ooit al eens een ijsje heeft proberen te eten aan de kust, heeft vast kennisgemaakt met het rebelse karakter van de meeuw. Niet toevallig kiezen de makers van ‘Iedereen Meeuw!’ de zeevogel uit als beeld voor hun ‘opera van en voor het volk’. Tien sociaal-artistieke organisaties uit Vlaanderen en Brussel, met het Oostendse kleinVerhaal als coördinator, bundelen de krachten voor dit ambitieuze project. Na een eerste worp op TAZ25 toont de tweede try-out alvast dat deze meeuwen heel wat in hun mars hebben.
Diepe basklanken rijzen op uit het orkest wanneer een gigantisch meeuwennest langzaam de lucht in wordt gehesen. Eronder staat een lange tafel met daarop een enorme pot mosselen, tussen de hoopjes meeuwendrek. Wie zich op de scène begeeft, weet dat hem iets boven het hoofd hangt. Dat de orkestmuzikanten aan de zijkant van de scène witbevlekte parapluhoeden dragen, voorspelt alvast weinig goeds. Vroeg of laat zal de meeuw zijn lading lossen. De vraag is alleen wanneer.
‘Iedereen Meeuw!’ vertelt het verhaal van een groep mensen die de terreur van de meeuw van zich afwerpen. De openingsscène toont mensen die, zo roept een man met een gigantische mossel op zijn hoofd, als mossels samenklonteren en vasthouden aan datgene wat ze kennen: “Beter een zekere ellende dan een onzeker geluk”. Het volk schrobt, schuurt en dweilt de meeuwendrek van de grond en legt zich neer bij dat lot. Een rouwstoet (“Is dit het nu?”) legt de uitzichtloosheid achter die berusting bloot: iedereen is uitgeput, niemand haalt enige voldoening uit het werk, het bestaan kabbelt vreugdeloos voort. Iemand roept nog op tot aanvaarding: de spijsvertering van de meeuw is immers een natuurlijk proces, de meeuw weet vast wel wat goed is. Maar een opstand hangt in de lucht. Langzaam ontstaat er opschudding in de massa: misschien is dit wel het moment om zelf meer meeuw te worden.
‘Meer meeuw worden’ is minder een pleidooi voor totaal egoïsme of nihilisme dan voor een houding van rebelse koppigheid.
De meeuw slaat nog terug: in een heuse Merda ex machina druipt de drek uit het nest over de massa heen, maar het volk eist ten slotte zijn toekomst op en slaat zelf zijn vleugels uit. In het (voorlopige?) slotkoor ‘Ik ben een meeuw!’ roept iedereen zichzelf uit tot meeuw. Dat ‘meer meeuw worden’ is daarbij minder een pleidooi voor totaal egoïsme of nihilisme dan voor een houding van rebelse koppigheid. De meeuw heeft vooral ‘schijt aan alles’ wat groter en machtiger is, zoals blijkt uit videobeelden van meeuwen die de kust terroriseren en het standbeeld van Leopold II bevlekken. De meeuw eist schaamteloos zijn territorium op en maakt van zijn vervelendste eigenschap een vorm van verzet.
Een bont collectief
Met tientallen performers, een koor en een orkest met elektrische gitaren, drums, violen en blazers kan ‘Iedereen Meeuw!’ rekenen op een forse bezetting. Zoals het een protestbeweging betaamt, voeren grote gebaren de toon. De groepsscènes zijn eenvoudig maar trefzeker vormgegeven, de regie benadrukt vooral de eenheid van het collectief. Het volk verschijnt als een bonte, ietwat groteske entiteit: performers en koorleden dragen plastic zeilen, netten en linten in felle kleuren en hebben emmers, kegels of trechters op hun hoofd. Toch zijn er ook momenten waarop individuele performers zich uit de massa losmaken: enkelen klimmen op ladders of tafels om hun groepsgenoten toe te spreken. Eenheid in verscheidenheid lijkt het devies: elke meeuw krijst tenslotte zoals die gebekt is.
Ook het libretto van Fikry El Azzouzi kiest resoluut voor directheid: achter vrijwel elke zin staat een uitroepteken. De taal is helder en ondubbelzinnig, maar zonder de verbeelding helemaal dicht te timmeren; de meeuw is een eenvoudige maar speelse metafoor voor protest en verzet. Daarbij zijn er allerlei verwijzingen naar de retoriek en beeldtaal van verzetsbewegingen: er klinken protestleuzen in verschillende talen, terwijl aan het einde rollen de flyers voor de eigenlijke première volgend jaar als pamfletten van de drukpersen. Zelfs de overvloed aan scatologische humor, die in deze context wel op haar plaats is, haalt de politieke angel er niet uit.
Van opera tot shitposts
Verder valt vooral de gelaagdheid en eclectische stijl op. Zo divers als de performers op de scène, zo verscheiden zijn de stijlen waaruit de makers putten: hoge en lage cultuur staan zonder veel omhaal naast elkaar. Alle scènes worden met een ironische knipoog naar de operatraditie aangekondigd als aktes of recitatieven met Italiaanse titels: ‘Tutte cozze’ (Allemaal mossels), ‘Tutto è come è’ (Alles is zoals het is) of het (verzonnen) woord ‘Muiteria’ wanneer het protest uitbreekt. Maar net zo goed steken performers tekstballonnen met geluidseffecten als in een stripverhaal in de lucht (Floep!, Splash!, …) of verschijnen in de achtergrond videobeelden van meeuwen die doen denken aan de stijl van online shitposts. Er is voor elk wat wils, maar het geheel lijdt er niet onder.
‘Iedereen Meeuw!’ is veel tegelijkertijd, groots en soms chaotisch, maar weet uit die veelheid toch een sterk gevoel van urgentie te puren.
De muziek van Peter Vermeersch, met haar mix van elementen uit de jazz, rock en hedendaagse klassieke muziek, past perfect bij dit opzet. Ze springt moeiteloos van meezingbare koorpassages naar gracieuze dansmuziek en opzwepende protestsongs, met daartussen instrumentale tussenspelen die ruimte laten voor avontuurlijkere klanken. Het geheel is scherp, ongepolijst en verliest nooit de directheid die deze ‘opera voor het volk’ nodig heeft. Vaak is de muziek luid en druk, maar dat komt het protestkarakter alleen maar ten goede; zeker in deze beknopte vorm geraken de trommelvliezen alvast niet overbelast.
‘Iedereen Meeuw!’ is veel tegelijkertijd, groots en soms chaotisch, maar weet uit die veelheid toch een sterk gevoel van urgentie te puren. In de uiteindelijke vorm kan de opera wellicht nog wat meer reliëf gebruiken: in deze try-out domineerden vooral de massascènes, terwijl enkele momenten al laten zien dat de makers ook ruimte willen geven aan individuele personages. De uitdaging wordt om het persoonlijke en het collectieve zo met elkaar te verbinden dat het grote verhaal aan scherpte wint zonder zijn vaart te verliezen. Dat zou niet alleen de dramatische spanningsboog ten goede komen, maar ook het sociaal-artistieke karakter van de opera zichtbaarder maken. De try-out was alvast veelbelovend, het zou mooi zijn als de meeuwen volgend jaar met hun première ook de openbare ruimte kunnen veroveren. Dat is tenslotte waar een opera van en voor het volk thuishoort.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz