Theater

Mirador Bart Jacobs & Marleen Claeys

Een dode zee tot leven wekken?

Met muziek, verhalen, poëzie en anekdotiek van bekende Oostendenaren bouwt ‘Mirador’ een portrettengalerij van hen die in, van en met de zee leven. Bart Jacobs en Marleen Claeys wilden met de door Jacobs opgezette vissen en schaaldieren een ode brengen aan de zee. Maar uiteindelijk blijft de zee zelf wat aan de oppervlakte drijven. 

Mirador
Bas Blaasse Maritiem Instituut Mercator, Oostende, in het kader van TAZ26
31 juli 2026

Voor de een is Oostende typerend voor die merkwaardige, volgebouwde Vlaamse kust. Voor de ander betekent de kustplaats de zomerse uitvlucht naar het strand, met ijsjes, zandkastelen en garnaalkroketten. Maar voor velen is ze gewoon een dagelijkse leefomgeving, gevormd door het getij en de haven, de gure noordwestenwind, de bruine kroeg en de verhalen van wie de zee opgaat.

Een voorstelling over de zee tijdens Theater aan Zee is natuurlijk passend. ‘Mirador’ belooft een ode aan die zee, met een even eenvoudige als heldere opzet en scenografie. Een wand van ongeveer vier meter hoog en tien meter breed is gevuld met een zestigtal goudomrande lijsten in allerlei formaten. In de lijsten prijken opgezette vissen, schaaldieren, zelfs een zeehond en de skeletten van verschillende zeedieren. Het ensemble vormt een indrukwekkende en nogal bijzondere verzameling die iets weg heeft van een natuurhistorisch kabinet of van een klassieke salon. Ik vermoed dat hetzelfde aanzicht met opgezette landdieren een heel ander, minder innemend effect zou hebben gehad. Waarin ligt dat verschil?

Een voorstelling waarin die opgezette dieren aanleiding moeten geven tot verhalen en muziek.

De wand is het resultaat van de jarenlange verzameldrift van Bart Jacobs en zijn liefde en fascinatie voor het zeeleven. Na twintig jaar op zee te hebben gewerkt als visser en later als schipper, werkt hij tegenwoordig op een opleidingsschip van het Maritiem Instituut in Oostende, waar de voorstelling tevens plaatsvindt. Iedere avond, zo valt te lezen, neemt hij zeedieren mee naar huis. Hij zet de gevangen vissen en schaaldieren thuis op, waarna hij ze inlijst. Zijn vrouw Marleen Claeys stelde voor om schrijvers, muzikanten en andere bekende Oostendenaars uit te nodigen om op de opgezette dieren te reageren, met als resultaat een voorstelling waarin die dieren aanleiding moeten geven tot verhalen en muziek.

Nature Morte?

De voorstelling begint in het donker. We horen de geluiden van wind, golven, scheepshoorns, ratelende kettingen en roepende mannen. Het geluidslandschap wekt gemakkelijk het beeld op van de dynamiek van het leven op zee, en de mogelijke aantrekkingskracht, of afstoting, ervan: de zware arbeid, de eindeloze dagen, de eenzaamheid, onstuimigheid, maar ook het avontuur, weg van huis en de eenvoud van de elementen.

Wat volgt is in feite een reeks goed aaneen gemonteerde bijdragen, met muzikale intermezzi en geluidsopnames. Een chef vertelt over het bereiden van vis. Een dichter schrijft een ode aan een bepaalde soort. We horen een vader en een kind; er klinken liederen, persoonlijke herinneringen, teksten vanuit het perspectief van een vis en verhalen over het leven aan de kust.

De bijdragen volgen elkaar op zonder dat er echt onderlinge verbanden ontstaan.

Regelmatig wordt er in de zaal gelachen. De lichtvoetigheid en humor spelen de boventoon. Best een aantal bijdragen zijn in het ‘Oostends’. Het geeft de voorstelling haar lokale karakter. Voor wie niet uit de regio komt, zoals ik, zijn enkele passages wel moeilijk tot niet te volgen, maar die plaatsgebondenheid schenkt de voorstelling vooral veel charme – en wordt door menigeen in het publiek warm onthaald.

In het begin wordt meestal per verhaal of ‘act’ een lijst uitgelicht, soms twee. Naargelang de voorstelling vordert neemt het lichtontwerp iets meer afstand van dat ritme. Er volgen verschillende kleuren en het licht komt iets meer tot leven, wat de dynamiek van de voorstelling ten goede komt. Het blijft desondanks een heldere vorm, en ook een beetje voorspelbaar. De bijdragen volgen elkaar op zonder dat er echt onderlinge verbanden ontstaan – de zee, als overkoepelend thema, daargelaten – en zonder dat ze elkaar bijvoorbeeld bevragen, al was het zijdelings.

Luchtig of lichtzinnig?

Misschien is de heldere opzet uiteindelijk ook de grootste beperking van ‘Mirador’. De voorstelling laat een groot aantal stemmen voorbij komen, maar ze blijven eigenlijk wat naast en los van elkaar bestaan. Er ontstaat een portrettengalerij van mensen die zich tot de zee verhouden, met verhalen en manieren om dat in tekst en muziek te vatten. Maar de zee zelf komt nooit echt op het toneel en blijft vooral aanleiding voor anekdotes en sfeervolle observaties. De betekenis blijft zo wat op de oppervlakte dobberen.

Iets soortgelijks komt aan de oppervlakte in een bijdrage die ingaat op Darwins evolutietheorie en de bijzondere manieren waarop verschillende vissoorten zich aanpassen aan hun omgeving. Dat roept onwillekeurig vragen op over de dieren die hier daadwerkelijk zijn gevangen en opgezet. Hoe verhouden zulke verhalen zich tot de intensieve visserij, de veranderende Noordzee of de menselijke invloed op dit ecosysteem? De voorstelling lijkt daar nauwelijks in geïnteresseerd. Dat hoeft natuurlijk op zichzelf geen gemis te zijn, en een ode hoeft ook geen ecologisch of politiek betoog te zijn. Maar doordat zulke vragen zich bijna als vanzelf aandienen, bekruipt mij toch het gevoel dat het materiaal meer mogelijkheden bevat dan de voorstelling vastpakt en uitpakt.

De verzameling dieren blijft indrukwekkend, wonderlijk, en een tikkeltje verontrustend.

Wat de dramaturgie betreft blijft Mirador tot het einde dicht bij de initieel ingeslagen weg. De muziek is aanstekelijk en de geluidsmontage is zeer verzorgd, de lichtregie ondersteunt de lijsten zonder uitbundig of opzichtig te worden of zelf de show te willen stelen, en de verzameling dieren blijft indrukwekkend, wonderlijk, en een tikkeltje verontrustend. Toch blijft het veel van hetzelfde. De voorstelling stapelt fragmenten op elkaar en doet dat gesoigneerd, maar er ontstaat weinig spanning en er worden amper nieuwe perspectieven geopperd of momenten van reflectie ingebouwd.

‘Mirador’ is onmiskenbaar een voorstelling uit en over Oostende, geboren uit een liefde voor de zee en de gemeenschap die ermee verbonden is. De liefde is duidelijk zichtbaar in de opzet, maar hoe diep die reikt, blijft ongewis. De voorstelling laat veel stemmen klinken, maar die roepen bij mij geen ervaringen op waarin de zee werkelijk tot leven komt. Voor wie als buitenstaander binnenkomt, lijkt die wereld uiteindelijk op een afstand te blijven. Wellicht is dat onvermijdelijk. Maar daardoor blijft het vooral een aangename verzameling, van verhalen, muziek, herinneringen, en dode dieren.        

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz