My gift to you kleinVerhaal/FMDO vzw
Mooie verhalen, met een veel te grote strik errond
In ‘My Gift To You’ creëren 17 vrouwen samen ‘de soundtrack van een vrouwelijke kindertijd’. Dit sociaal-artistiek project geeft een mooie invulling aan de ‘betrokkenheid’ die het leitmotiv is van TAZ 2019. Maar als kijker blijf je toch wat op je honger zitten.
‘My gift to you’ is de uitkomst van een project van kleinVerhaal vzw, een participatieve kunstpraktijk die mensen, ongeacht rang, stand of afkomst, de kans geeft om hun verbeelding vorm te geven in professionele open ateliers. Uitgangspunt van dit stuk is de overtuiging dat je eigen verhaal het grootste cadeau is dat je een ander kunt geven.
Onder begeleiding van zangeres Kapinga Gysel duiken 17 vrouwen van diverse leeftijden en achtergronden hun kindertijd in. De voorstelling is gebaseerd op herinneringen en rituelen uit hun jeugd en wat die betekenen in hun leven vandaag, vooral dan in de confrontatie met mensen met een andere achtergrond. Met de belofte van een poëtische voorstelling kijk ik nieuwsgierig uit naar verhalen die mijn eigen nostalgie naar de kindertijd voeden. Aan rijke verbeelding is hier dan ook geen gebrek, maar soms verdrinkt die helaas in een al te gewilde feel-good vibe.
Op grote schermen aan de voorste rand van het podium verschijnt een schaduwspel van vrouwen die poseren, wandelen of vrolijk dansen op jazzy muziek. Wanneer de zwoele stem van Kapinga Gysel voor de laatste keer ‘My roots are not where I come from, but where I am going to’ herhaalt, schuiven de schermen opzij om plaats te maken voor een oudere vrouw.
Op hoge toon, die me herinnert mijn oma als sopraan in het kerkkoor, zingt ze het kinderliedje ‘Klein Anna zat op ene steen’. De breekbaarheid van haar stem pakt de zaal meteen in, maar de komst van een groep vrouwen die één na één verschijnen doorbreekt de betovering: hun kleurrijke diversiteit en enthousiaste blikken trekken alle aandacht op zich.
Een van hen neemt het woord met een anekdote. Als kind probeerde ze parfum te puren uit rozenblaadjes. Ze zet haar beste beentje voor, maar klinkt nogal schools, met haar voorleestoon vol overdreven intonaties. Als ze zich waagt aan een Nederlands liedje over rozen en, jawel, een roos geeft aan een vrouw in het publiek is overdreven sentiment niet meer ver weg.
Volgt een andere vrouw, die vertelt hoe ze als kind in een jeugdinstelling woonde omdat haar vader daar werkte. Ze herinnert zich dat hij er op stond dat iedereen in zijn waarde bleef en respect kreeg. Dat geeft ze ook het publiek mee: “Je hoeft jezelf niet te veranderen, opdat ik je graag zou zien.” De emmer loopt hier nog net niet over, omdat de vrouwen die we zagen er geen doekjes winden dat grootmoeder (konden) zijn. Hun sentimentaliteit heeft een grond.
De druppel te veel komt er wel als alle vrouwen samen zingend herhalen: ‘Jij bent zo mooi, anders dan ik, natuurlijk niet minder of niet meer, zo mooi anders, anders en zo mooi, ik zou je nooit anders dan anders willen’. Het klinkt als een mantra die ze het publiek willen inprenten, maar voorbijgaat aan de diversiteit van de vrouwen die voor ons staan. Een man loopt de zaal uit.
Na de zorgeloze herinneringen van de Belgische vrouwen, zet het pijnlijke verhaal van de Marokkaanse Wafaa Almasry ons weer met beide voeten op de grond. Ze komt op in een rolstoel. In haar moedertaal heeft ze het over haar jeugdherinneringen. Onverstaanbaar voor het merendeel van de toeschouwers, maar haar expressie maakt duidelijk dat een kindertijd niet altijd rozengeur en maneschijn is. De vertaling door een witte vrouw ondergraaft helaas de kracht van haar klaagzang. Ze vertaalt immers niet enkel, maar slaat in plat West-Vlaams een verontwaardigd kwade toon aan, alsof het haar verhaal was. Dat is dubbel op, en niet zo geloofwaardig.
Zo kom je er echter wel achter wat Almasry doormaakte voor ze in Oostende belandde. Toen ze negen was werd ze brutaal besneden, zonder verdoving. Op haar elfde werd ze uitgehuwelijkt aan een onbekende, oudere man. Op haar dertiende baarde ze haar eerste kind. Geen kindertijd voor haar. Die wil ze inhalen. Nu wil ze spelen.
Het wordt donker. Het geluid van een muziekdoosje weerklinkt en zachtjes beginnen de zussen Eva en Kapinga Gysel te zingen onder begeleiding van contrabassiste Lara Rosseel. Prachtig. De beloofde poëzie sluipt nu binnen via de projectie van suggestieve, wazige beelden van een kind dat touwtje springt in zacht zonlicht. De wazige beelden van Lisa Tahon suggereren vervagende herinneringen, die in de diepte toch nawerken. Samen met de live muziek wordt dit een moment van nostalgische verademing.
De vrouwen komen terug op scène en vormen een rij. Kapinga Gysel leest stellingen voor. Wie ermee instemt doet een stap voorwaarts, wie ze ontkent gaat een stap achteruit, wie het niet weet blijft staan. Het is een bekend spel om bij een eerste kennismaking hokjesdenken tegen te gaan. Het toont hoe gelaagd een individu kan zijn en hoeveel meer we soms gemeenschappelijk hebben dan we denken.
‘Do you feel a stranger in your own family?’, ‘Do you sometimes wish the worst to someone?’, ‘Can we live without power?’ of ‘Do you need company?’ zijn pertinente vragen. Andere, zoals ‘Are you hungry?’, ‘Do you like Paris?’, ‘Houd je van koffie?’ klinken nogal flauw.
Ook hier neemt de feelgood-vibe de bovenhand: ‘Do you love your body?’: zo goed als alle vrouwen stappen naar voor. ‘Would you like to be a man?’: massaal een stap achterwaarts. ‘Would you like to have sex with a black man’: één vrouw zet enthousiast meerdere stappen voorwaarts. Het publiek lacht ermee, maar bevestigen gekunstelde acties als deze niet vooral stereotypen. Staat dat niet haaks op wat de voorstelling beoogt? Ook de groepjes die gevormd worden op basis van uiterlijk, leeftijd, kledingkeuze en afkomst lijken me een faux pas. Het spel van de vrouwen krijgt er niet meer diepte door. Wellicht zijn ze in werkelijkheid veel complexer dan het format hen toelaat om te tonen.
Even zie je die complexiteit wel als de vrouwen op een eigenzinnige cover van Le Lundi au Soleil van Claude François aan het dansen gaan. Maar al snel is er een volgend verplicht nummer: een stokkendans en een vrolijk samenzijn met de energie van een gospelviering.
Als sociaal-artistiek project heeft dit stuk ongetwijfeld zijn verdienste, maar het daagt de kijker zelden of nooit uit. ‘Feel good’ sentiment overheerst. Mooi dat het Festival in naam van het thema ‘betrokkenheid’ een breder publiek dan enkel theaterliefhebbers wil aanspreken en opvoeren. Maar het ‘feel good’ toontje doet het voorkomen alsof de voorstelling dat brede publiek toch niet voor vol aanziet. Laten we mensen vooral niet onderschatten!
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz