Theater

Vallen De Figuranten / Inne Goris

Café manquant

Inne Goris is terug. Bij De Figuranten in Menen werkte ze met negen doorleefde spelers en één celliste maandenlang aan ‘Vallen’, een participatieve voorstelling over verder leven na tegenslag. In een café met sanseveria’s en een spiegelbol botsen zij niet alleen op elkaar, maar vooral ook op zichzelf. Samen geeft dat een ‘gevallen-studie’ die haar kille kern niet wegstopt, maar wel warm wordt opgediend. ‘Vallen’ is de moeite. 

Vallen
Wouter Hillaert Atelier De Figuranten, Menen
25 mei 2026

Sinds regisseur Inne Goris niet langer bij LOD onder dak zit, is haar werk ook wat verdwenen van de podia. Haar laatste productie ‘Hink Stap Spring’, met twee kinderen en twee volwassen spelers in een speelse omgang met een kleurig decor, dateert al van 2023. Dat illustreert hoe kwetsbaar artistieke carrières toch wel zijn in ons nochtans brede theaterveld, zelfs voor makers met ruim 25 jaar op de teller en meerdere onderscheidingen in de kast.

Jarenlang gold Goris als een unieke stem in het Vlaamse (jeugd)theater, mede dankzij haar nogal duistere vertalingen van bekende repertoirestukken met kinderen en jongeren, zoals ‘Pride & Prejudice’ (2004), ‘Naar Medeia’ (2008) en veel later ook ‘Ophelia’ (2021). Telkens werd hun klassieke verhaaltje er volledig afgepeld, als de buitenste schil van een ui, om via improvisatie dichter tot hun kern te komen: de liefde in al haar lagen. De jonge lichamen op scène maakten die voelbaar als een prille belofte, als een nieuwe loot in de lente van het leven. Tegelijk sluimerde daaronder ook altijd al het failliet van de liefde, of haar mogelijks verwoestende kracht. Precies die dubbele suggestieve sfeerwerking maakte Inne Goris’ werk bijzonder. Je zag op scène een volwassen bewustzijn in een adolescente verpakking.

’Vallen’ voelt nu heel anders: veeleer winters, meer bezonken, zelfs bezwaard. Dat ligt vooral aan de spelers waarmee Goris aan de slag ging bij De Figuranten, een sociaal-artistieke werking die al meer dan twintig jaar haar uitvalsbasis heeft in Menen: een gemixte groep van vooral middelbare en zelfs oudere leeftijd, waarvan velen getekend zijn door armoede en/of psychische kwetsbaarheid. Zij dragen al een hele rugzak mee, zijn veeleer retrospectief ingesteld. Bij hen is de prille belofte al verbroken. Hoe ga je om met de scherven, ná de val?

Caféruzies

Speciaal voor de voorstelling is het ruime atelier van De Figuranten omgebouwd tot een prototypische volkse kroeg. Een donkere bar achteraan, een dartsbord aan de muur, sanseveria’s op de tafeltjes, een fluitende suskewiet, een kaduke piano: voor Inne Goris’ doen is het een verrassend anekdotische setting, zeker ook door het Zwitserse berglandschap waarmee één volledige wand goedkoop behangen is. De randen ervan lossen alweer hun grip. Zelfs Arne Sierens durfde zijn decors nooit zo concreet te maken.

Hoe dit café tot leven komt, is navenant: een vrouw die de vloer aandweilt en de tafeltjes weer op hun plek zet, een monter heertje dat voor iedereen de horoscoop opleest uit de krant, een vrouw met weidse krullen in een stofjas die voortdurend heen en weer snelt met allerlei kringloopspullen, nog een vrouw in een groen mantelpakje die rondgaat met de koffiekan en een gâteau die ze prompt uit haar handen laat kletsen…

    Áls deze figuren al iets gemeen hebben, is het dat ze zich ongezien en ongehoord voelen.    

Eén voor één vullen ze de ruimte, tot en met de sandaalfilosoof (Brecht Withouck) die met het boek ‘De encyclopedieën van de val’ van Marc Kregting onder zijn arm een hele theorie komt verkondigen over de onvolkomenheid van de liefde. Verlang je ernaar, dan lijd je. Is je verlangen ingevuld, dan ook. Het klinkt uit zijn mond niet louter als de absurde visie van een personage, maar als een waarachtig mensbeeld. Even later getuigt hij eveneens dat hij vroeger dacht voor iets groots geboren te zijn. Ontgoocheling werd zijn deel. “Ik ben hier niet voor gemaakt!”, zo stommelt hij herhaaldelijk de ruimte uit, weg van de caféruzies.

Zo ontwikkelt elk personage zijn eigen story, als levenslijnen die zich met elkaar verknopen zonder dat er zich echt veel lijkt te binden. Áls deze figuren al iets gemeen hebben, is het dat ze zich ongezien en ongehoord voelen. Áls er tussen hen al contact is, is het om met elkaar te bekvechten. Samen hebben ze iets van Tsjechov in de bar van Amélie Poulain, maar dan onder het desolate licht in de pub op Edward Hoppers befaamde schilderij ‘Nighthawks’. De eenzaamheid druipt eraf.

Het leven zoals het is: een muizenval? Vanop een hoger stekje op het balkon voorziet een vogelachtige vrouw (Tine Bevers in een pluizig wit pak) de hele toestand geregeld van filosofisch commentaar: dat de tijd niet terug te draaien valt, want dat het universum geen machine maar een organisme is, waarin alles met elkaar samenhangt. Dat is alvast één remedie om met de scherven om te gaan: boven je eigen lot en schuldgevoel weten uit te stijgen, door het in een groter licht te zien. Het lukt de ene beter dan de andere.

Schlager op de trapladder

Een andere remedie biedt de voorstelling zelf, en bij uitbreiding alle theater: ons verzoenen met de barre realiteit van alledag door er een symbolische laag aan toe te voegen. ‘Vallen’ vindt die diepere betekenis vooral in het besneeuwde berglandschap aan de muur. Wanneer alle cafégangers er om de zoveel tijd samen vóór gaan staan, als een trosje toeristen in dikke bontjassen, wordt hun zwijgzame kijken naar die hoge sneeuwtoppen vanzelf een vorm van reiken, vanuit het diepe dal. Van verlangen naar betovering. Naar toekomst. “Zie je dat hert daar niet bewegen? Zie je het dan niet?”

Prompt duikt dat hertje, eeuwenoud symbool van vernieuwing en transformatie, ook op scène op. Met een klein gewei komt Arnaud Rogard, een speler met een beperking, zich trippelend aanvlijen tegen de schoonmaakster (Karin Vuylsteke), vlak nadat zij haar pijnlijke geheim heeft gedeeld: het verlies van een tweejarig kind. Het zijn zulke symbolische momenten van troost die ‘Vallen’ opheffen boven zijn melancholie. In diezelfde lijn plooit speler Raf Berth ook zijn trapladder uit, om vanop het hoogste trapje een wankele schlager uit te schallen: “Starend in de afgrond, blijf ik hier toch recht staan.”

    Elke figuur op scène blaakt in een eigen bewegingstaal.    

Zo wordt de voorstelling één grote magisch-realistische poging om ergens boven te gaan staan, terwijl het je steeds weer naar beneden trekt. Die precieuze veerkracht is al langer een rode draad door Goris’ oeuvre, maar valt met deze Figuranten extra mooi in de plooi. Aan alles voel je dat de voorstelling met veel zorg op hun lijf geschreven is. Elke figuur op scène blaakt in een eigen bewegingstaal. Sommigen doen het sloffend, andere met schichtige snokken, nog anderen op voorzichtige spitsroeden. Je ziet geen anonieme massa, maar persoonlijkheden.

Zelfs bij wie minder goed ter taal is, zorgt hun kunstmatige zegging voor een vervreemding die net bijdraagt aan de dubbelzinnige sfeer van de voorstelling. Bijna hilarisch – mocht het niet zo treurig klinken – is de lijzige toon waarmee Sofie Verbeke steeds terugkomt op haar lief die haar ooit heeft laten zitten.

Wederopstanding

‘Vallen’ blijft dan ook niet de volkse documentaire die je bij aanvangt op je bord krijgt, maar blijkt een vaardig kunstwerk dat drijft op stijl en ritme, vol strategieën om de lastige mis-en-place van een versplinterde groep toch dynamisch te houden. Bekende kunstgrepen als de rinkelende telefoon doen alle spelers telkens weer uiteenstuiven. Maar ook steeds nieuwe ongelukjes met dingen die tegen de grond kletteren, zorgen voor structuur en variatie. Hoe banaal of absurd alle kleine gebeurtenissen in dit café ook kunnen lijken, ze betekenen iets. Niet alleen voor deze spelers, maar ook voor de zaal. 

     ‘Vallen’ is ook een beetje Inne Goris haar eigen wederopstanding als maker.    

De regie van dit hele orkest lijkt op hoe celliste (Nina Vanhoenacker) continu van positie verandert, om precies de juiste harmonie en toonzetting te vinden met de lichamen op scène. Het pleit voor Goris’ participatieve kunde dat haar werk zo van gedaante wisselt door de spelers waarmee ze werkt. ‘Vallen’ is ook een beetje haar eigen wederopstanding als maker. Je zou hopen dat er in de toekomst meer van dit soort samenwerkingen komen. 

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz