Theater

Monding Anna Carlier & Femke Plateau

De netten van het denken

In ‘Monding’, een theatertekst van Anna Carlier, trekken drie zalmen stroomopwaarts naar de rivier waarin ze ooit geboren zijn. De duizenden kilometers die ze moeten afleggen geven hen onderweg alle tijd voor filosofische bespiegelingen over wat het betekent om zalm te zijn. Die bespiegelingen blijken ook in deze ‘theatrale lezing’ zonder uitgewerkte enscenering te bruisen van speelsheid, humor en filosofische lichtvoetigheid.

Monding
Robbe Beheydt Kursaal Lounge, Oostende, in het kader van Theater aan Zee
12 augustus 2026

De drie hoofdpersonages in ‘Monding’ presenteren zich als zalmen, maar al snel blijkt dat ze niet als vis geboren zijn. Diep onder hun schubben zit een uitgeput mens verscholen. Alle drie zegden ze hun alledaagse bestaan vaarwel om zich te wijden aan een eenvoudige bestemming: terugkeren naar hun geboorteplek, paaien, en ten slotte sterven. Althans, zo eenvoudig zou het moeten zijn.

De eerste van deze mens-zalmen (Femke Platteau) is een uitgebluste lerares die haar leerlingen niet meer kon verdragen en ze allemaal de gang op stuurde. Tijdens een gesprek met de schooldirecteur huilde ze haar volledige klas onder water, waarop ze prompt in een zalm veranderde. Een tweede (Soraya van Welsenis) was ooit een oververmoeide advocate die op een dag eveneens in een zalm veranderde en naar de dichtstbijzijnde rivier zwom. De derde (Anna Carlier) was als mens nog op zoek naar haar roeping. Na een loopbaanbootcamp waarin ze haar droomjob niet vond, koos ze ervoor om zalm te worden. Of beter: ze wist dat het kon en aanvaardde haar lot. Harde keuzes zijn immers niet de sterkste kant van deze besluiteloze filosofe.

In die kleine gebaren wordt zichtbaar wat ook de tekst voortdurend onderstreept: deze personages spelen meer zalm dan dat ze het zijn.    

Hoewel de drie hun menselijke gedaante hebben afgelegd, zijn ze hun (klein)menselijke eigenaardigheden allerminst kwijt. De voormalige advocate wil zonder oponthoud verder en ergert zich aan elke vertraging. De voormalige lerares probeert haar reisgenoten dan weer tot kalmte te manen en gewoon van het bestaan te genieten, maar kan het niet laten om hen voortdurend bij te sturen. En de filosofe blijft zich afvragen wat haar bestemming precies zou moeten zijn. Ze droomt ervan te gaan diepzeeduiken, maar laat de kans daartoe liggen omdat ze alweer verstrikt raakt in de vraag of ze wel de juiste keuze maakt.

Hun ideeën over hoe je het best zalm kunt zijn, botsen voortdurend: zo snel mogelijk je bestemming bereiken, zonder haast met de rest van de school meezwemmen, of net  radicaal je eigen koers varen – zwemmen zalmen immers niet tegen de stroom in? Steeds dringt in hun filosofische discussies echter de concrete realiteit van hun zalmenbestaan binnen. Als in een reflex springen de drie recht wanneer ze denken het zoete water van hun bestemming te ruiken of wanneer ze een garnaal in het vizier krijgen die ze om het snelst willen binnenhappen. Tussendoor besprenkelen ze hun eigen en elkaars gezicht met water, alsof ze een masker opzetten om niet op te vallen tussen hun nieuwe soortgenoten. In die kleine gebaren wordt zichtbaar wat ook de tekst voortdurend onderstreept: ze spelen meer zalm dan dat ze het zijn, en bij elk vraagstuk dat hun nieuwe bestaan oproept komt de mens in hen weer bovendrijven. 

Gevangen in vrijheid

Dat wordt helemaal duidelijk wanneer ze tijdens de tocht op een net vol kweekzalmen stuiten. Terwijl de rest van de school onverstoorbaar verder zwemt, besluit het drietal een van de vissen te bevrijden. ‘Kweek’ (Maxime Waladi) blijkt echter depressief: niets aan zijn lijf is goed, behalve het vlees. Diep in zijn graten voelt hij wel de impuls om vooruit te zwemmen, maar zijn richtingsgevoel is hij kwijtgeraakt in het net. Zelfs nu hij vrij is, weet Kweek niet wat hij met die vrijheid aan moet; hij voelt zich zelfs schuldig omdat hij zijn oorspronkelijke bestemming – smakelijk zijn en zich gretig aan de mens geven – niet langer kan vervullen.

Is het wel zo erg om na het paaien te sterven wanneer zoveel soortgenoten eindigen in een pokébowl?     

Bij het drietal roept Kweeks bevrijding alleen maar meer vragen op. Hoe vrij zijn zij eigenlijk? Kun je je druk maken over keuzestress wanneer andere zalmen gevangen zitten? En is het wel zo erg om na het paaien te sterven wanneer zoveel soortgenoten eindigen in een pokébowl? Uiteindelijk bevrijden ze ook de andere kweekzalmen, maar zelf weten de drie mens-zalmen allerminst aan het net van hun denken te ontsnappen.

Grote antwoorden komen er tijdens hun tocht dan ook niet. Nog voor iemand een gedachte helemaal heeft uitgesproken, dient de volgende vraag zich al aan. Ook de aankomst bij de monding brengt geen redding: alles wat de zalmen daar hoopten te vinden, blijkt verdwenen of anders dan gedacht. En wanneer ze ongemakkelijk afscheid nemen, dringt het besef door dat hun gezamenlijke doel misschien meer betekende dan ze in hun eindeloze gekibbel wilden toegeven. Eenmaal aangekomen blijft er immers niets meer over dat hen bindt.

Het net van de metafoor

De eindeloze discussies van de drie zalmen laten zich makkelijk lezen als een metafoor voor de vragen waarmee ook mensen in hun alledaagse bestaan worstelen: welke richting moet je uit met je leven, wanneer heb je je bestemming bereikt en hoeveel vrijheid kun je eigenlijk aan? Toch gaat het in ‘Monding’ vooral over de manier waarop we over die vragen nadenken. Dat blijkt wanneer de voormalige lerares een fabel vertelt over een loopwedstrijd tussen de haas en de egel: de haas blijft gejaagd doorsprinten tot hij vlak voor de eindstreep dood neervalt, terwijl de egel onderweg halt houdt bij vrienden, vergeet dat hij in een wedstrijd zit en gewoon een leuke dag heeft. Tot haar ergernis vonden haar voormalige leerlingen desondanks dat de haas de winnaar was (hij kwam immers het verst?). Het is precies de al te menselijke manier van denken waarvan de zalmen zich proberen los te maken.

De Lounge van het Kursaal geeft de acteurs weinig speelruimte, maar ze weten die slim te bespelen: ze spreken de toeschouwers aan als de rest van hun zalmenschool en dansen zelfs rond het publiek.     

De fabel brengt de filosofe meteen op een idee: misschien moeten ze net egels worden in plaats van zalmen. Ze springt op en begint de eerste zinnen van de voorstelling opnieuw te spelen, maar dit keer als egel. In hun zoektocht naar een oprechter en eenvoudiger bestaan blijven de mens-zalmen zich verliezen in het zoeken naar de juiste metafoor. “Er is niets metaforisch aan zalm zijn”, klinkt het ergens, maar toch kunnen ze het niet laten om overal betekenis te zoeken. Misschien is het precies dat voortdurende zoeken naar het juiste beeld voor ons bestaan dat ons verhindert om gewoon te leven.

De Lounge van het Kursaal geeft de acteurs weinig speelruimte, maar ze weten die slim te bespelen: ze spreken de toeschouwers aan als de rest van hun zalmenschool en dansen op een gegeven moment zelfs rond het publiek. De depressieve kweekzalm zit dan weer gevangen achter een raam en – leuk detail – slikt meteen een pilletje wanneer hij aan tafel aanschuift. Maar ook los van die kleine theatrale ingrepen spat het spelplezier van de lezing af. Na afloop kondigen de makers aan de tekst verder te willen uitwerken tot een locatieproject. Uitkijken dus waar de speelse verbeeldingskracht van deze tekst haar eindbestemming zal vinden.

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz