OP DREEF Eland Peeters & Arend Peeters
Paradijsje van plastic
Hoe overleef je op een kale ijsschots na een schipbreuk, in volle eindeloze zee? Voor Eland en Arend Peeters komt daar in hun kindervoorstelling ‘OP DREEF’ nog een uitdaging bij: hoe maak je op zo’n leeg wit podiumpje een uur lang theater dat blijft boeien, met amper hulpstukken en zelfs zonder tekst? De broers-theatermakers vinden in hun survival-kit veel spelvuur, slapstick en knutselverbeelding. Maar mist er niet nog een levenslijn?
Het gebeurt niet vaak dat jonge makers op de toneelschool afstuderen met een voorstelling voor nog jongere kijkers. Jeugdtheater lijkt nu eenmaal niet hoog op de agenda te staan in veel dramaopleidingen. Alleen al daarom verdient ‘OP DREEF’ aandacht. Deze masterproef voor 5+ van Eland Peeters, pas afgezwaaid aan de Amsterdamse Mimeopleiding, is een familiezaak met zijn oudere broer Arend. Die haalde in 2023 zijn dramadiploma in KASK en tekende met Ferre Vuye ook al voor de uitgelaten jeugdproducties ‘The Butterpie’ (met een taart in de hoofdrol) en ‘Alles kapot’ (dollend met de lege theaterruimte zelf). Samen kunnen ze dus terugvallen op een zekere ervaring in wat wel en niet werkt voor kinderen.
Sommige humor zal blijven werken, voor welke generatie en in welke tijd ook.
Slapstick is ook in ‘OP DREEF’ de springplank voor de kapriolen van beide broers. Nadat ze proestend als twee robben op hun ijsschots zijn komen slieren, duikt er al snel een lange plank op waarmee de ene zich schoudert om de andere in zijn wenteling pardoes tegen het hoofd te stoten – een Chaplineske klassieker. Wanneer Arend hoognodig een grote behoefte voelt opkomen en zich ontlast in een gat in het ijs, duikt daaruit even later Eland op met een kak op zijn kop. Snuffelend gaat hij hun hele eilandje af om te achterhalen waar die penetrante geur toch vandaan komt, terwijl hij die zelf verspreidt. De kinderen in het publiek kraaien het uit. Sommige humor zal blijven werken, voor welke generatie en in welke tijd ook.
Andere visuele vondsten zijn wel meer eigen, zoals die met de afgezaagde benen zonder bovenlijf of de verrekijker én stethoscoop die ze maken van een blauwe plastic slang en een trechtertje die zijn komen aanspoelen. Eland en Arend Peeters zijn niet alleen clowns die van niets iets kunnen maken, maar ook knutselaars die van iets onnozels (een verloren visnet, een stuk hout, een vuilniszak) iets anders onnozels kunnen maken. Hun verbeelding is hun grootste wapen. Ze herscheppen hun kale universum in een klein paradijsje dat niet alleen hen, maar ook ons bezighoudt. Met wat goodwill kan je er een miniatuur in zien van de creatieve mens die van natuur cultuur maakt, maar dan met de nodige onderbroekenlol. Die onderbroek wordt op een stok vanzelf een zeil of een totem. Klaar!
Voortdurend op dreef
Wie zijn ze, deze twee figuren die continu wisselen tussen samenwerken en elkaar de duvel aandoen? Een transistorradiootje dat meekwam met hun schipbreuk, verbindt hen af en toe door met Radio Silence, waar dj Sirene liedjes laat horen die hun staat illustreren: van ‘Survivor’ van Destiny’s Child tot ‘SOS’ van ABBA. Het radionieuws dat ze daartussen af en toe te horen krijgen (de enige tekst in de voorstelling), maakt melding van twee vermiste broers. Met elke nieuwsuitzending worden de zoekacties verder afgebouwd, om uiteindelijk gestaakt te worden. De broers zijn aan zichzelf overgeleverd. Een groot voorbijvarend schip zwaait gewoon eens lekker terug. Een helikopter met een touwladder crasht voor hun ogen. Alleen op de wereld zijn ze, maar dat lijkt hen niet te deren. De clownerie gaat gewoon door.
De makers beschikken daarvoor als spelers over de nodige mimekwaliteiten, maar subtiliteit of suggestiviteit zit daar in deze voorstelling niet meteen tussen. Dat lijkt een overwogen keuze: de grote ogen die ze opzetten, hun luide schreeuwen, de knipogen naar de zaal bij kattenkwaad tegenover elkaar. Echt burlesk wordt het nooit, maar continu zijn hun fysiek en expressie duidelijke richtingaanwijzers voor wat er komt: een inventief idee, een moment van zwakte, een stiekeme grap. In die zin past ‘OP DREEF’ meer in een Nederlandse dan in de Vlaamse traditie van acteren. De broers Peeters spelen eerder personages dan zichzelf.
Mocht deze voorstelling over isolement met z’n tweeën voor henzelf een onderzoek zijn naar hun eigen broederband, dan blijkt dat dus in elk geval niet uit wat we zien. Wat we zien, is vooral uitgelaten jongensachtigheid: weinig kwetsbaar spelplezier met een hoog ‘kijk naar mij’-gehalte. Meer op dreef dan op drift. Bij de jonge doelgroep werkt het perfect.
Eland en Arend Peeters willen te graag gewoon animeren , maar verdient kindertheater niet meer?
Ook zelf vind ik dit objectentheater inventief en onderhoudend, maar wat wil er precies mee verteld worden? Mogelijks kan je in alle aandrijvende plasticafval een ecologische boodschap lezen, zeker als zelfs de vis die de broers vangen, in een plastic doosje verpakt is – recht uit de supermarkt. Alleen passeert die optie zoals er wel meer passeren: ze steken even de kop op en spoelen dan weer onder in alle golven van situationele en fysieke humor. Of moeten we iets zoeken achter de uitkomst van het terugkerende raadspelletje op de radio: ‘het omslaan van een pagina’? Er wordt aan die quiz meer aandacht aan gegeven dan wat je ervan kan maken in relatie tot de rest. Het blijft een beetje een vraagstuk.
Net door deze kale uitgangssituatie in the middle of nowhere bulkt ‘OP DREEF’ nochtans van de dramaturgische mogelijkheden. Deze geïsoleerde inzoom op de essentiële existentie zou voor zoveel diepere levensinhouden metafoor kunnen staan, maar ze worden niet opgevist. Daarvoor willen Eland en Arend Peeters te graag gewoon animeren, gaan ze liever uit van de spontane speelse mogelijkheden van hun objecten dan van een prangende of noodzakelijke vraag. Het knusse vlot dat ze tegen het einde van hun lege schots hebben gemaakt, compleet met stuurwiel en cocktailbar, is een juweeltje. Maar verdient kindertheater niet meer?
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz