Ander strand Jarne Van Loon & Freek De Craecker
Met vlag en wimpel
We hebben al veel gezien in theater, maar een voorstelling die uitloopt op een betoging? Het zegt veel over het uitgesproken politieke opzet van ‘Ander Strand’. Jarne Van Loon en Freek De Craecker theatraliseren niet enkel een boeiend stukje geschiedenis van de Vlaamse queer-beweging, maar maken ook een vuist tegen het blijvende geweld op lgbtqia+-personen vandaag. Vooral hun stijlkeuzes en -combinaties maken er allesbehalve een voorspelbare zit van.
‘Queer’ wordt steeds minder ‘vreemd’ op de grote theaterpodia. Is dat een paradox? Dreigt een subcultuur die altijd prat ging op haar aparte staat, vandaag zo innig omarmd te worden door de geïnstitutionaliseerde kunsten dat ze haar ziel kwijtspeelt? Hoeveel mainstream spotlights kan de queer-cultuur verdragen? Zonder veel zicht op de meningen daarover in de community zelf, zie ik dat gevaar zelf niet. Na decennia van karikaturaal gespeelde ‘nichten’ in theatervoorstellingen, niet zelden door acteurs die er zelf ver vanaf staan, voelt het welgekomen dat queer artiesten nu zelf hun kunsten en ervaringen kunnen laten zien.
Queer verovert de schouwburgen. Niet alleen omdat die bewuster geworden zijn van hun blinde vlekken, maar omdat er altijd al een natuurlijke theatraliteit verscholen ging in deze specifieke culturele traditie.
Daar krijgen ze tegenwoordig ook alom de gelegenheid toe, van Kunstenfestivaldesarts tot de meest afgelegen cultuurcentra. ‘Desire’ en ‘Family’ van Louis Janssens over de verlangens en familie-ervaringen van queer personen van verschillende generaties, de cabaret-show ‘Classical Queers’ van Johannes Wirix-Speetjens, de solo ‘Zeemeermin’ van Jaouad Alloul: allemaal toerden ze de jongste jaren ver voorbij de grootstad – waar megaproducties als ‘Sancta’ het tegelijk tot in de opera schopten. Queer, kortom, verovert de schouwburgen. Niet alleen omdat die zich veel bewuster geworden zijn van hun blinde vlekken, ook omdat er altijd al een natuurlijke theatraliteit verscholen ging in deze specifieke culturele traditie.
Veelbetekenend voor die mainstreaming is dat na een rist persoonlijke getuigenissen nu ook meer historische verkenningen volgen. Zij maken van de nieuwe opening op de podia dankbaar gebruik om ook de roots en de geschiedenis van deze identiteit en subcultuur te documenteren en te presenteren. Pas wanneer dat gebeurt, weet je dat het menens is met de opmars van onderbelichte culturele expressies. Hedendaagse kunst geeft er aandacht en legitimiteit aan, maar pas via erfgoed worden ze ook echt verankerd voor de toekomst.
Dat is wat ‘Ander Strand’ doet: terug graven naar de Vlaamse wortels van de queercultuur, vóór ze zich zo noemde. Makers Jarne Van Loon en Freek De Craecker gingen daarvoor niet over één nacht ijs. Ze doken in de rijke archieven van Amsab, het Gentse Instituut voor Sociale Geschiedenis, en lazen ook ‘Een ander strand’ (1982), een bundeling teksten over een bijzondere episode in de homobeweging: De Rooie Vlinder (1976-1982), een radicale actiegroep die bewust wilde botsen met het heteronormatieve denken van het Vlaanderen van toen. Van Loon steekt het boekje halfweg de voorstelling als bewijsmateriaal in de lucht. “Het is zowat het script van deze voorstelling geworden.”
Waes-gewijs
‘Ander Strand’ vertelt en verbeeldt vooral de wordingsgeschiedenis van de Belgische Pride. De logische vorm daarvoor zou een lecture performance zijn, met veel beeldmateriaal op een projectiescherm. Van Loon en De Craecker, beiden afgestudeerd aan KASK, kozen samen met regisseur Zindzi Tillot een heel andere weg: een klassieke theatrale uitbeelding met personages en cabareteske elementen, aan elkaar gepraat door Van Loon in een bordeaux seventies-kostuum met spitse witte schouderflappen. Hij is de master of ceremony van de voorstelling, de vertellende presentator die ons Waes-gewijs door ‘het verhaal van Vlaanderen’ gidst, langs losse scènes die specifiek gedateerd worden met een jaartal boven het podium. Het geeft de hele presentatie iets leerzaams en zelfs educatiefs, als in een geschiedkundige documentaire.
De invulling van die scènes trekt echter voluit de kaart van humor en zelfironie. Dat begint al bij de lange aanloop die hun hele geschiedenis neemt. In het Aards Paradijs wordt samen met Adam en Eva (twee prachtige figuratieve platen die fungeren als levensgrote poppen) ook de heteronormatieve genderidentiteit geschapen. In 1302 zag het er even naar uit dat de Franse ‘sodomieten’ het patriarchale Vlaanderen zouden bekeren in de Guldensporenslag, maar “de homofiele ridders verloren deze veldslag en Vlaanderen bleef voorlopig homovrij”.
De documentaire opzet van ‘Ander Strand’ blijft de leidraad, en dat zorgt af en toe voor bizarre stijlclashes.
De weelderige kostuums en overdadige speelstijl waarmee twee performers voor deze slag tegen elkaar kletteren, herinneren meteen aan eerdere passages van beide makers op TAZ, zoals met ‘Queen of the Flies’ van Camping Sunset (een concept van De Craecker) en ‘Nachtzwemmen’ (een co-regie van Van Loon). De grens tussen toneel en drag is dun. De pruiken zullen almaar rijkelijker worden, de pakjes schaarser. Humor blijkt de richting, cabaret de weg – veeleer dan getrouwe reconstructie.
Toch blijft de documentaire opzet van ‘Ander Strand’ de leidraad, en dat zorgt af en toe voor bizarre stijlclashes. Zo komt door de boxen plots een authentieke quote van zanger Will Ferdy waaien, waarmee hij zich in 1970 op de toenmalige BRT (nu VRT) publiek uitte als homo. “Mocht ik daar publiek door verliezen, dan zou ik denken aan de quote van André Gide: het is beter gehaat te worden om wat men is, dan om geliefd te worden om wat men niet is.” Tegelijk wordt Ferdy door Melanie Barelds op scène vertolkt als een wat bedeesde schooljongen met een ros snorretje, in korte broek en met een veel te grote das. Als hij tegenover zijn vader uit de kast komt, is die allang blij dat jonge Will niet kwam vertellen dat hij socialist geworden was.
Spreidstand
Het schetst de tijd die ‘Ander Strand’ oproept, precies een halve eeuw geleden: terwijl op straat de contestatie woedt, van trotskisten en marxisten tot feministen voor het recht op abortus, moeten niet-hetero’s zich nog steeds schuilhouden in de donkerste slagschaduw van de kerktoren. Dat verandert met de oprichting van de Rooie Vlinder in 1976, een clubje Gentse homo’s die de allereerste Pride in België zullen organiseren. Enthousiast declameert Van Loon hun drie actiepunten: als homo niet meer met zich laten sollen, als feministen het patriarchaat bestrijden, en als socialisten het kapitalisme (om)verwerpen. Voor hun eerste ‘flikkerkamp’ in Frankrijk wordt prompt een musicalsong uit de mouw geschud, met enkele herkenbare gay stereotypen als de matroos en de flik in blote billen. “Kiss kiss kiss!”
Historische realiteit en theatrale ironie kruisen elkaar ook in de scène waarin De Craecker de bekende Nederlandse feministe Anja Meulenbelt persifleert. Bijna onnozel verkleed als een levensgrote megafoon boven witte kaplaarzen, wraakt zij de feministische zelfdefiniëring van de Rooie Vlinder. “Waar wij in onze feministische vrouwenstrijd absoluut geen nood aan hebben, is de ‘steun’ van een groepje geprivilegieerde, hoogopgeleide, wannabe progressieve, witte, homoseksuele, rondfladderende mannen!” Geïnspireerd door een reële brief die Meulenbelt in 1977 schreef aan de prille actiegroep, gaan de makers van ‘Ander Strand’ totaal aan de haal met die theoretische discussie over het verschil tussen de strijd voor vrouwenrechten en die voor homorechten.
Tegelijk is die spanning tussen politieke agenda en feestelijke maskerade misschien wel de kern van een queer esthetiek?
Zulke scène toont hoe breed de spreidstand is waarop ‘Ander Strand’ zich ontrolt: zowel een oprechte documentaire interesse om recht te doen aan een onbekende queer-geschiedenis als een artistieke school die beide makers voortdurend naar de visuele overdrijving trekt. Scène per scène wordt er van twee kanten tegelijk aan hen getrokken, waardoor hun creatie voortdurend haar rek tussen inhoud en vorm test. Tegelijk is die spanning tussen politieke agenda en feestelijke maskerade misschien wel de kern van een queer esthetiek?
‘Ander Strand’ voelt vooral heel eigen in zijn creatieve oplossingen voor die dramaturgische split, van grote achterdoeken die naar beneden rollen met zwart-wit archieffoto’s uit Amsab, tot een geestige workshop met een toevallige toeschouwer rond mogelijke reacties op homofobe clichés. Anders dan in veel andere queer producties dienen alle losse acts hier veeleer een grotere vertelling dan louter de identiteit van de performers.
Pride is a protest
Hier en daar worden er vraagstukken doorgeweven die de queer community ook vandaag nog steeds animeren. Hoe ga je om met de blijvende vijandigheid van een deel van de publieke opinie? Kies je zoals Will Ferdy voor tactische flexibiliteit, voor zo braaf mogelijk getolereerd worden? Of daag je die weerzin net uit, met radicale obstructie en seksuele provocatie?
‘Ander Strand’ geeft overtuigende woorden aan beide standpunten (“Heb uw naaste godverdomme lief”, zo pleit het personage van Will Ferdy na een emotionele uitval) en kiest ook zelf voor een evenwichtige balans aan scènes. Grappig onderhoudend, maar niet zonder af en toe ook gevoelige momenten, wordt een breder publiek zowel warm gemaakt voor de waarde van de queer geschiedenis, als heet uitgedaagd in zijn mogelijks heteronormatieve overtuigingen.
In de ene scène voert Will’s moeder (Leen Vandekeybus) een overtuigende semi-katholieke verdediging op voor de geaardheid van haar zoon of bezingt Valentina Tóth uit volle borst haar onvoorwaardelijke moederliefde, in de volgende verlustigen twee halfnaakte paaldansers met immense verenwaaiers (Zora en Thilde van Jezebel Studio) zich aan elkaar onder pompende beats. Tv-documentaire wisselt af met burlesque, musical met politiek discours – tot de voorstelling na 75 minuten dan toch uitloopt op een wervelend dansfeest, die de eerste Belgische Pride op 5 mei 1979 over de Antwerpse Meir oproept. Vette beats knallen tegen de muren van het theater, met in de achtergrond een podiumvullende archieffoto van die eerste Pride.
Verleden en heden versmelten, zeker wanneer ‘Ander Strand’ zijn jaartallen - ook na de ontbinding van de Rooie Vlinder in 1982 - gewoon verder aan elkaar rijgt tot vandaag, van de eerste Belgische aids-gerelateerde sterfgevallen in 1986 tot en met de aanslag op de Berlijnse Pride op 25 juli 2026. Het maakt van deze productie zoveel meer dan een nostalgische trip of een verhalende cabaretshow.
Je zou het elke stad toewensen om deze voorstelling/manifestatie te kunnen verwelkomen.
Uiteindelijk blijkt ze, na een allerlaatste verkledingstruc, vooral een bewustwordingscampagne rond de vele discriminaties waar de queer community nog altijd tegenaan loopt. Alle vlaggen en wimpels waarmee de elfkoppige cast zijn parade heeft besloten, worden nu ook verdeeld onder het publiek. “We marcheren uit onze theaterhuizen de straat op!” Zo overtuigend en minutieus heeft ‘Ander Strand’ ons daarop voorbereid, dat het geen enkele moeite kost om mee op te marcheren achter de historische opschriften uit 1979, door een verrast Oostende tot aan het strand. “Pride is a protest!”
Je zou het elke stad toewensen om deze voorstelling/manifestatie te kunnen verwelkomen. Ze toont niet enkel de theatrale, maar ook de blijvende politieke urgentie van queer culture.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz