Romeo en Julia Het Scheldeoffensief & Comp. Marius
Een misleidend simpel verhaal over liefde, haat en dood
Ontelbaar zijn de variaties op ‘Romeo and Juliette’ , de tragedie van Shakespeare, van ‘West Side Story’ (Bernstein, Laurents & Sondheim) tot ‘Romeo en Julia (Studie van een verdrinkend lichaam)’ van Peter Verhelst om maar enkele, meer recente versies te noemen. Waas Gramser (Comp. Marius) herschreef deze misleidend simpele tragedie over liefde, haat en dood voor Het Scheldeoffensief. In dit theaterlabo laat Frank Dierens (jonge) mensen met en zonder beperkingen samenwerken. Het resultaat is een enigszins naïeve tragikomedie op een zonnige begraafplaats.
Antwerpenaren, altijd trots op hun stad , noemen begraafplaats Schoonselhof soms hun eigen Père Lachaise. Het is inderdaad een indrukwekkend dodenpark. Tussen de eindeloze rijen grafzerken en -perken ligt een open plek waar al vier eeuwen lang een kasteel staat. Het is wat onderkomen vandaag. De stad Antwerpen zoekt naar een plan voor zinvol hergebruik – koffietafels na begrafenissen bijvoorbeeld – inbegrepen een grondige restauratie. Maar bureaucratische molens malen traag. Nu bedekken houten platen de vensters, een treurig zicht. Een plek met deze morbide uitstraling is, cynisch genoeg, wel geschikt voor openluchttheater, zeker als het over de liefde en vooral de dood gaat: in ‘Romeo en Julia’ overheersen haat, (zelf)moordlust en onvoorwaardelijke passie. Het eindigt, zoals bekend, op een begraafplaats.
Liefde en hondenstront
Op het voorplein staat een tribune, met het voormalige lustslot van rijke kooplieden als sinistere achtergrond, ondanks de stralende zon en het weelderige groen. Waas Gramser bewerkte Shakespeares romantisch treurspel grondig voor een cast van zes spelers. Ze verplaatst het naar een herkenbare hedendaagse context, met de bijhorende grapjes over mailverkeer, cupcakes en streaming. De haat is banaal, het gaat niet om de eer van trotse families, maar om burenruzies – over de hond die steeds weer zijn gevoeg doet op de stoep – die uit de hand lopen en de sfeer totaal verzieken.
“Waarom zoveel haat, waarom zo weinig liefde”, dat is de slogan die een anonieme filantroop – de ‘koning’ zelf, zoals zal blijken – met pamfletten in de buurt verspreidt. Niet dat het iets oplost, net zo min als de smeekbeden van deze machteloze ‘koning’, na elk dodelijk steekincident. De liefde – geen braaf geflirt, maar ontembaar seksueel verlangen – slaat in als de bliksem, zonder uitleg, en vooral zonder de muur tussen de vijandige buren te respecteren. De Montecchis lijken iets milder – ze ruimen dan maar zelf de hondenstront op – dan de protserige Capuletti, die graag hun rijkdom op weelderige feesten etaleren en die het patriarchaat blijven omhelzen. Romeo Montecchi heeft nochtans wel een kort lontje: hij doodt een rivaal, kan nog net zijn passie voor Julia Capulet consumeren, en moet dan vluchten terwijl Julia gedwongen wordt tot een door haar vader gearrangeerd huwelijk met de mooie jongen Paris. Zelfs de voedster, tot dan toe begripvol voor Julia’s ‘verboden’ verliefdheid, raadt haar aan te gehoorzamen, omwille van een lieve vrede die nauwelijks bestaat.
Hoe kan een gemeenschap zichzelf zo efficiënt mogelijk vernietigen, dat lijkt de boodschap.
Op dat moment komt de dodelijke intrige op gang. Julia laat zich wegzakken in een schijndood, Romeo keert – door een dom misverstand – te vroeg terug en denkt dat ze écht dood is. Hij slikt daarop zelf fataal vergif. Als Julia ontwaakt en dat vaststelt steekt zichzelf neer. De scène ligt vol lijken, de locatie is uitstekend gekozen. Hoe kan een gemeenschap zichzelf zo efficiënt mogelijk vernietigen, dat lijkt de boodschap, nog versterkt door de laconieke toon die deze figuren aanslaan: “Is er een accident gebeurd / Waarom is de grond met bloed besmeurd / Ik vond deze pater met een schup in zijn hand / In welke situatie zijn we nu aanbeland / Op straat roepen ze Romeo / Anderen Julia en nog anderen Paris / Is er iemand gestorven / Zegt dat het niet waar is”. Dat zegt vader Capuletti, en hij blijft rijmen bij de aanblik. Iedereen blijft trouwens rijmen, de hele tijd, en het effect daarvan is zowel vervreemdend als lachwekkend.
Dit is te zwaar voor één mens…
Alles speelt zich af op het voorplein van het kasteel, met enkel een paar mobiele deuren, vensters en balkons als decorstukken, plus een paar hobbelpaarden op wielen. De ‘dienende’ personages arrangeren alles en kwebbelen tussendoor over hun idiote plannen, Romeo (Thoby Everaert) en Julia (Alisha Vandevelde) kijken toe vanop de brede kasteeltrap, tot ze geroepen worden. Everaert en Vandevelde hebben allebei een neurologische beperking, die hun strakke, gedisciplineerde speelstijl fel doet contrasteren met de flexibele chaos van Waas Gramser, Frank Dierens en Francis Geeraert. Dat contrast maakt de liefdesrelatie waarachtiger maar ook wereldvreemd: al dat gedoe van de families zal hen dan wel worst wezen, maar hun extase helpt ook niet om de sociale verwachtingen duurzaam van antwoord te dienen. Integendeel zelfs, ze worden meegesleurd in een dodelijke logica.
Het wordt duidelijk dat Shakespeare over dood en rouw schreef, en over de nooit meer te beantwoorden liefde van de overlevende.
Of dat een statement is over de omgang met neurodiversiteit, een kritiek op het paternalisme – al dan niet vermomd als zorgzaamheid – waar we onszelf vaker dan ons lief is op betrappen? Ik denk het niet echt, want de omgang met de uniciteit van individuen, met of zonder beperking, staat sowieso onder druk in een samenleving die zogenaamde ‘excellentie’ tot norm verheft. Theatraal blijft het wel een moeilijk evenwicht. De retorische discipline van Everaert, Vandevelde en Piet Van Hijfte (met een motorische beperking) is krachtig, maar soms lijken ze iets teveel op marionetten.
Niet dat de ‘professionals’ hen manipuleren, maar de onzichtbare draden die Gramser (eigenlijk helemaal in de lijn van Shakespeare) met haar taal spint, lijken hen wat vast te binden, terwijl de anderen vrolijk jongleren. Maar er zijn genoeg momenten, zoals de slotscènes op de begraafplaats, waar dat mechanische spel wel helemaal werkt, en waar de anderen zichzelf tot amusante knoeiers herleiden. Dan is het duidelijk dat Shakespeare over dood en rouw schreef, en over de nooit meer te beantwoorden liefde van de overlevende. “Iedereen wil overleven, maar niemand wil ook achterblijven, en dat dilemma is onoplosbaar”, zo schreef een filosoof ooit over ‘Romeo and Juliette’. Hier wordt dat: “Dit is te zwaar voor één mens / Waar ligt voor verdriet de grens?”
Machteloze koning
De invulling van de rollen die Piet Van Hijfte speelt, in een tot comfortabele zetel omgebouwde rolstoel, werpt nog een ander licht op dit treurspel. Als ‘koning’ roept hij, tevergeefs, iedereen op tot naastenliefde (ook als iedereen al dood is of niet meer luistert). Als pater Lorenzo bedenkt hij plannen om de verboden liefde van Romeo en Julia te laten bloeien, in elk opzicht, ook als Romeo verbannen wordt, maar die maneuvers lopen fataal af. Hij verdrinkt in zelfbeklag, zijn figuur straalt vooral machteloosheid uit. Zonder hondenstront op de stoep was deze dodelijke escalatie er nooit geweest, en had Lorenzo geen sluipwegen moeten banen voor de ‘star crossed lovers’. Zo banaal zit de wereld soms in elkaar, zo lijkt het toch.
Hoe fataal dit treurspel ook afloopt, de werkelijkheid toont soms veerkracht en hoop.
In een merkwaardige poëtische verklaring, wanneer Julia het toneel betreedt, draagt Gramser (als voedster) de voorstelling op aan de échte Julia, Julia Dierens. Ook zij is neurodivers. Zij zou oorsponkelijk het personage met haar naam spelen, maar revalideert op dit ogenblik van een ernstig ongeval. Haar foto staat op de affiche, met gesloten ogen en een kroontje. Achter elk theaterproject zit een persoonlijk verhaal. Het is mooi hoe dit hier meegenomen wordt. Hoe fataal dit treurspel ook afloopt, de werkelijkheid toont soms veerkracht en hoop. Als dit pathetisch of klef klinkt, dan is dat maar zo.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz