Being Britney Colette Goossens
Psychose in de badkamer
In ‘Being Britney’ herbeleeft Colette Goossens momenten in haar leven dat ze zich herkende in de miserie van de popster Britney Spears. Ze werd Britney, even gek, onvoorspelbaar en vooral radeloos angstig. Ze doet dat zo levensecht dat je ook als kijker van de wijs geraakt.
Je zal maar Britney Spears zijn. Een meisje met ongewoon veel talent als songschrijver en leuk om te zien bovendien. Het bleek voor de halve wereld reden genoeg om haar leven onder een vergrootglas te leggen en meningen te hebben over alles wat ze wel of niet deed. Geen wonder dat ze keer op keer crashte: als de buitenwereld je leven overneemt en je zelfs je kinderen ontneemt, hoe weet je dan nog wie je bent of wat je wil?
Trappers kwijt
Gek is Spears nochtans heel zeker niet. Dat blijkt alleen al uit de tekst van ‘Everytime’ (2004) die Colette Goossens op het einde van ‘Being Britney’ sotto voce zingt. “Notice me / Take my hand / Why are we strangers when our love is strong? And every time I try to fly I fall without my wings I feel so small / I guess I need you baby / And every time I see you in my dreams / I see your face / It's haunting me. I guess I need you baby”. Je hoort hier de woorden van iemand in zo diepe nood dat ze even de trappers kwijt is. Maar niet de woorden van een halve gare.
(Hoe lucide de zangeres daarover is, blijkt uit de video bij de song die ze vijf jaar later maakte. Achtervolgd door persmuskieten stapt ze met een vriend een hotel binnen. Die krijgt het aan de stok met een fotograaf. Daarop volgt ook een handgemeen tussen de twee geliefden. Spears slaat op de vlucht en verdrinkt zich in haar luxueuze jacuzzi. De video laat echter in het midden of dat een droom, een verlangen of een reële gebeurtenis was. De kracht ervan zit in het extreme contrast tussen het geweld dat Spears ondergaat en de elegische zang en woorden.)
De voorstelling gaat niet ‘over’ een toestand van ontreddering, ze is zo’n toestand.
Over zo’n toestand van ontreddering gaat ‘Being Britney’. Of beter: de voorstelling gaat niet ‘over’ zo’n toestand, ze is zo’n toestand. De actrice Colette Goossens laat je binnenkijken in haar wereld op het moment dat ze het allemaal even niet meer op een rijtje krijgt. Dat is de link met Britney Spears: ze herkent iets van haarzelf in de ander. Ze ontdekt zichzelf via de ander.
Het programmablaadje spreekt daarbij over een psychose, “momenten waarop iemand door ingrijpende ervaringen grip op de realiteit verliest en zich verliest in hallucinaties en waanvoorstellingen”. Het zegt er meteen bij dat het geen blijvende aandoening is: “Om het herstelproces te bevorderen is het belangrijk om verbondenheid en steun te ervaren, uitdagende levensomstandigheden te verbeteren en nieuwe doelen in het leven te vinden”.
Een ongevaarlijk beetje gek
Een psychose maakt iemand dus niet meteen tot een gevaarlijke gek. Ik vermoed zelfs dat mensen die een psychose meemaken zich liever afzonderen als hun hoofd als een doolhof wordt: een soort gevangenis waar je je tijd moet uitzitten, waar je de spoken in je hoofd in de ogen moet kijken. Niemand anders heeft daar zaken mee.
Welke ruimte leent zich daar beter toe dan een badkamer, het koninkrijk van de privacy – of de afzondering. Dat is wat we hier zien. Op het podium staat een replica van een echte badkamer, een ontwerp van De Ruimtevaarders. Links een driehoekige, pompeus grote jacuzzi met een trede eromheen, een rockster waardig. In het midden een wastafel met een toiletkastje – minder glamoureus – en rechts een gietijzeren radiator. Tegen het plafond van de ruimte zitten verluchtingsroosters. Alles in hetzelfde vale appelblauwzeegroen. Helemaal echt.
Toch ontbreekt er iets: tegen de conventie van een hyperrealistisch decor in heeft deze badkamer geen deur. Niemand kan hier binnen of buiten. Zelfs de ‘vierde wand', de ontbrekende muur die kijkers toelaat binnen te kijken in deze doos, mist blijkbaar een deur. Goossens/Spears kijkt er in elk geval nooit naar.
Even vreemd is het totale gebrek aan spiegels. Zelfs de deuren van het toiletkastje hebben er geen. Zou het kunnen dat dit een isolatiecel is? Dat de luxueuze inrichting slechts een waanbeeld is van de vrouw die hier opgesloten is? We komen het nooit te weten. Toch is er een aanwijzing in die richting: de enige opening naar de buitenwereld is een piepklein venster, hoog tegen de muur, zonder uitzicht. Wat we als toeschouwers zien is ‘The world according to Colette Goossens, aka Britney Spears’.
Blik op oneindig
Colette/Britney staart, blik op oneindig, voor zich uit op de rand van het bad als het publiek de zaal binnenkomt. Als de zaallichten doven, begint ze te tellen. In het Engels. Ze houdt ermee op telkens een vreemd gebonk klinkt. Het is een frustrerende oefening, want het geluid beantwoordt aan geen enkele wet of regelmaat. Soms volgen twee bonken elkaar op binnen enkele tellen, soms telt de vrouw in de badkamer tot ver voorbij veertig voor de badkamer nog eens ‘antwoordt’. Goossens speelt het erg subtiel. Na enige tijd gaat ze of sneller, of trager tellen: een soort valsspelen om toch een systeem op te leggen aan het geluid dat de badkamer voortbrengt. Zonder resultaat. Natuurlijk.
De vrouw heeft het niet tegen ons, kijkers, maar tegen iemand die er enkel voor haar is. Colette en Britney, gezellig samen in de jacuzzi?
Eens de vrouw in de badkamer dat beseft, kapt ze de oefening af met een abrupt “Action!”. Plots is ze één en al doelgerichte bedrijvigheid. Ze smeert een been – slechts één – in met scheerschuim, poetst haar tanden en begint te praten tegen de rechtermuur van de badkamer. Wat zich in haar hoofd afspeelt valt niet te achterhalen, ook niet als ze plots uit de kleren gaat en met een theatraal gebaar het douchegordijn openschuift, achteromkijkt en samenzweerderig zegt: “What happens in the jacuzzi stays in the jacuzzi."
Een ding is zeker: ze heeft het niet tegen ons, kijkers, maar tegen iemand die er enkel voor haar is, daar in die kamer. Colette en Britney, gezellig samen in de jacuzzi? Daar lijkt het wel op als ze heen en weer zwiert in de halfvolle kuip met zijn paarse lichtjes. Het kan niet doen vergeten dat een jacuzzi in de video van ‘Everytime’ een graf werd. Het affichebeeld benadrukt dat trouwens.
Na de jacuzzi herneemt de vrouw in de badkamer haar programma van acties, met één verschil: ze kleedt zich zoals Britney Spears – rafelige short, opzichtig topje – en opent met dramatische zwier het toiletkastje. Dat blijkt aan de binnenzijde wél van spiegels voorzien te zijn. Het is voor die spiegels dat de vrouw imaginair definitief samenvalt met la Spears. “Hi guys, it’s Britney” herhaalt ze keer op keer, telkens in een andere licht uitdagende, stoere pose. Fans van Spears zullen ze wellicht herkennen uit video’s. Daarop smeert ze hetzelfde been weer in met scheerschuim, poetst haar tanden nog maar eens en trekt witte botten aan. Een haarextensie maakt de gelijkenis/identificatie met de Spears totaal.
Fake Britney
Die waan blijft niet duren. Zonder duidelijke aanleiding stelt Colette, als ze weer in het toiletkastje tuurt, vast dat ze Britney niet kan zijn, want die heeft bruine ogen. Ze is fake. Pas nu begint ze ook voor zichzelf, in het Nederlands, te spreken. Het is een warrig en verontrustend verhaal over ontsnappen. Waaraan ze wil ontsnappen zegt Colette niet, maar weg wil ze. Via het raam bijvoorbeeld? Of door alle water uit haar lichaam te persen en haar botten te verbrijzelen en zo te verdwijnen in de goot? De enige ontsnappingsroute die ze niet meer wil volgen is die van de spiegel, “want in spiegelland weet ik niet meer wat waar is”. Het toiletkastje gaat dan ook weer toe.
Ondertussen vallen er vanuit de vierde wand wel streepjes zonlicht binnen in haar cel. Alsof daar in die wand toch een raam met Venetiaanse blinden zou hangen. Op dat moment komt Colette tot rust. Of tot zichzelf, zo je wil. Gedaan met gruwelijke fantasieën van vermalen beenderen. Ze wordt een “light traveller”: op de lichtstralen wil ze vertrekken van deze plek. Precies op dat moment keert Goossens zich naar de vierde wand. Voor het eerst lijkt ze te beseffen dat er een wereld buiten haar cel is. Dat wij, kijkers, er zijn. Met zachte, maar heldere stem zingt ze ‘Everytime’. De noodkreet van Spears die ze tot de hare maakt. Licht uit.
Als kijker maak je tijdens ‘Being Britney’ zo een heel verwarrende, zelfs paradoxale trip mee. Wie zie je hier eigenlijk? Je kijkt de hele tijd door de vierde wand naar de doos waarin een vrouw opgesloten is. Die vierde wand is nadrukkelijk aangegeven door een dikke zwarte rand, als de rand van een filmscherm. De persoon die we zien laat ook op geen enkel moment blijken dat ze beseft dat ze bekeken wordt. Zo ontstaat de illusie dat je naar een film kijkt. Een film waarin een actrice levensecht een psychose, een moment van diepe verwarring, speelt alsof ze die echt beleefde.
Net als in de film?
Maar hier zitten we in een theater, en dat kan je niet ‘vergeten’. Je kan je niet verliezen in het witte scherm. Je kijkt naar een levend iemand die donders goed weet dat je naar haar kijkt. Het is dus onmogelijk dat de persoon die je ziet dit allemaal ook werkelijk beleeft, want dan zou dit stuk nooit elke avond opnieuw gespeeld kunnen worden. De paradox is dat je tóch dat gevoel krijgt door de combinatie van extreem precies spel én de harde grens tussen podium en zaal.
Dit kan iedereen overkomen. Kijk ernaar en oordeel niet.
Dat is niet alles. ‘Being Britney’ is geen well-written play. Er is weinig tekst, en die weinige tekst reikt nauwelijks sleutels aan om te begrijpen wat er omgaat in het personage – of is het dan toch de persoon? – die we zien. Niets wordt gesitueerd of ‘opgelost’. We zien psychose à l’état brut. Als je dan ook nog weet dat de actrice put uit haar eigen ervaring met psychose, ga je je toch een soort voyeur voelen, zo iemand die ongevraagd commentaar geeft op wat er scheelt aan zo’n Britney Spears. Al is dat dan wellicht niets anders dan een afweermechanisme: zoiets zal mij niet overkomen.
Maar wie had nooit zo’n moment van gekte? Misschien is dat wel de reden waarom de actrice die schaduwkant van zichzelf wil tonen op zo’n harde, ongemakkelijke manier. Alsof ze wou zeggen: zo’n momenten zijn deel van het leven. Dit kan iedereen overkomen. Kijk ernaar en oordeel niet.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz