Theater

Iemands zus Mira Bryssinck / Par Hasard & VIERNULVIER

Zusselstukjes

Opgroeien met een beperking? Het is óók een familiekwestie. In haar solo ‘Iemands zus’ richt Mira Bryssinck zich specifiek op die onderbelichte omgeving, met focus op de relatie tussen twee zussen. Met een overheadprojector en een muzikant, maar vooral met kleine veelzeggende anekdotes, schetst ze een pakkend beeld van hoe anders én vergelijkbaar zo’n gezinsdynamiek is ten opzichte van een ‘gewone’ familie. 

Iemands zus
Wouter Hillaert AZO Damiaan, Oostende, in het kader van TAZ26
08 augustus 2026

“We zouden er met z’n allen een nieuw woord voor moeten verzinnen”, zegt Bryssinck halverwege haar monoloog. Ze bedoelt: voor kinderen uit hetzelfde gezin, waarvan één met een beperking. Haar verzuchting vat meteen ook het hele opzet van haar monoloog: ‘Iemands zus’ is een poging om taal te geven aan ervaringen die heel specifiek zijn, maar juist daarom te weinig erkend worden door de goegemeente. Zou het helpen om ze met één categorische term meer onder de aandacht te brengen?

Live muzikant Simon Raman, die van achter zijn micro ook af en toe zijn stem leent aan een (mannelijk) personage in Bryssincks verhaal, komt spontaan met een voorstel voor zo’n neologisme: ‘criplings’, een samenvoeging van ‘siblings’ en ‘crip’. Bryssinck zelf vindt het te veel op ‘Kipling’ lijken, een merk waar ze nooit fan van was. Het blijft dan ook bij die ene poging. Voor alle uiteenlopende ervaringen die ermee gevangen moeten worden, zou één woord wellicht ook te beperkend zijn?

Bryssinck wil deze solo duidelijk buiten het genre van het autobiografische getuigenistheater houden.

En dus schreef Bryssinck, als theatermaker die zelf met een fysieke beperking is geboren, een heel stuk. Voor een groot deel is het geïnspireerd op haar eigen ervaringen met haar tweeënhalf jaar oudere zus Eva. Ook twee ouders figureren erin. Daarnaast hield Bryssinck extra interviews met andere gezinnen met vergelijkbare ervaringen. Al dat materiaal dikte ze in tot één theatertekst. Ze noemt dat stuk fictioneel: het relaas van twee zussen.

‘Ik’ en ‘zij’ heten ze, zo vertelt de actrice ons bij aanvang van haar monoloog. Ook in de zaal zitten er ikken en zij’s, voegt ze er meteen aan toe. Het is duidelijk dat ze deze solo buiten het genre van het autobiografische getuigenistheater wil houden.

Tekort en teveel

Zelf treedt ze aan in een korte jeansbroek, die haar kind-perspectief kracht bijzet. Centraal op scène heeft ze met veel zorg de eerste van zes, zeven tekeningen van beeldend kunstenaar Estelle Demaré op een overheadprojector neergelegd: kleurige expressionistische plaatjes met vegetatieve inslag, waarin je altijd ook ergens een menselijke figuur ziet opdoemen. Links wordt Bryssinck geflankeerd door gebarentolk Kristien Desmettre, rechts door Simon Raman achter zijn muzikale set-up. Verder is de scène leeg. Niets in de handen, niets in de mouwen. Veel te vertellen wel.

Haar impressionistische mozaïek van korte scènes gaat van tantes die zich fronsend afvragen of ze wel zelf haar soep kan opscheppen over een ruzie met zuslief om de afstandsbediening en loopt uit op tranen en de hartenkreet “dat ik wou dat ik geen zus had!”. Gekibbel is er ook tussen beide ouders om de zorg voor hun zorgenkind, wat haar dan weer het gevoel geeft dat zij schuldig zal zijn aan hun mogelijke scheiding. Kinderlijke overdrijving wisselt af met pijnlijk besef, kleine huiselijke situaties met grote fabels over bijvoorbeeld de levensboom waar alle kinderen als vruchten aan groeien en ouders ze komen plukken. Tot één prachtzin alles kernachtig samenvat: “Is het tekort van mijn zus een te veel aan mij?”

Zelfs al wordt het verkocht als fictie, je voelt Bryssincks geleefde ervaring in elke zin.

Samen schetsen ze een wisselwerking waarin ‘zij’, de oudere zus, zichzelf meermaals wegcijfert om haar jongere zus des te meer het gevoel te geven dat zij zichzelf kan zijn. “Haar haar is reflecterend zoals zijzelf. Nee, doorzichtig. Voorzichtig is ze ook wel. Met woorden. Ze kiest beter dan ik wanneer ze spreekt en wanneer ze luistert.” Zelfs al wordt het verkocht als fictie, je voelt Bryssincks geleefde ervaring in elke zin. ‘Iemands zus’ geeft kleur en nuance aan een realiteit die al te vaak zwart-wit bekeken wordt.

Tegelijk schetst de voorstelling een zusterlijke dynamiek die in essentie niet verschilt van die in bijvoorbeeld ‘Schwe Schwes Schwester Schwestern’ van de vier zussen De Cock, of van eender welke wisselwerking binnen één gezin. Hoe meer Bryssinck inzoomt, hoe raker haar getuigenis wordt. Zo legt ze op zeker moment acht post-its op de overheadprojector: kamerdeur-berichtjes van zus 1 aan zus 2. “Kom nooit meer in mijn kamer”, zegt de eerste. “Tenzij ze gemeen zijn tegen u, dan sla ik ze kapot”, nuanceert de volgende. Om uiteindelijk toch weer ferm te eindigen: “Maar als gij in mijn kamer komt, sla ik u kapot.” Hoogst herkenbaar, zo veelzeggend.

Net zo ontroerend is een nachtelijke dialoog die Bryssinck brengt, liggend tegen het achterdoek. Ze evoceert daarin beide zussen samen in bed, vlak voor het slapengaan. Tweestemmig vangt ze alle twijfel en liefde tussen hen in één samenzweerderige fluistertoon. Het voelt alsof je verderop in de gang zelf staat te luistervinken.

De kunst van haperen

Precies diezelfde spanning tussen uitzonderlijk en doodgewoon merk je in de enscenering van ‘Iemands zus’: een rechttoe-rechtaan vertelling, waar de overhead af en toe wordt bij gerold voor wisselende illustraties tegen de achterwand. Waarom koos Bryssinck niet voor een meer eigentijdse vorm van projectie? Ze wil duidelijk zelf de zorg opnemen voor Demarés ambachtelijke tekenwerk. Het lijkt zelfs een bewuste keuze om daarbij te sukkelen met de stroomkabel van de overheadprojector, die onder zijn wieltjes blijft steken, of met de juiste zijde van de slides. Het geeft bijwijlen iets knulligs aan de opvoering, vertraagt het ritme en een vlotte overgang. Ook als actrice worstelt Bryssinck al eens met toon en timing, waardoor de pointe van sommige stukjes net naast hun tel vallen.

Op den duur vraag ik me zelfs af of de hele wisselwerking met Ramans muziek en Demarés tekeningen wel echt een meerwaarde biedt? Ze wekt bij mij de gedachte op dat Bryssinck misschien te veel een teamspeler wou zijn, die haar podium zo graag ook voor andere kunstenaars openstelt. De muziek voegt wel extra drive of emotie toe aan haar taal, terwijl de illustraties voor visuele achtergrondpoëzie zorgen, maar hun integratie hapert hier en daar. Ware ‘Iemands zus’ niet sterker geweest als simpele alleenspraak?

De zussenpuzzel past door niet helemaal te passen.

Pas als de vertelster met haar wankele stap ook even aan het dansen gaat, klikt er iets in mijn kijk: ik krijg oog voor de aparte schoonheid van die hapering. Is de clou van deze puzzel niet net dat alle stukjes niet zomaar samenvallen? Het lijkt zo te horen dat het hapert. Ineens krijgen ook de illustraties op de overhead extra betekenis. Wanneer Bryssinck ze over elkaar schuift, zoals een wilde zee van kleuren over een uitsnede van twee meisjeshoofden, blijft er altijd een streepje wit, een zekere mismatch. De omgeving sluit niet helemaal aan op beide zussen, zoals de zussen ook niet helemaal aansluiten op elkaar. Alle vormelementen van ‘Iemands zus’ doen uiteindelijk hetzelfde: ze weigeren precies te passen.

De grote waarde van ‘Iemands zus’ zit vooral in hoe we er anders naar kunnen leren kijken. Van die klik in onze blik gaat niet alleen een bijzondere ontroering uit, er schuilt ook een maatschappelijk inzicht in. De zussenpuzzel past door niet helemaal te passen. 

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz

Zin in het beste van pzazz?
Schrijf je in voor onze tweewekelijkse nieuwsbrief met telkens drie tips voor bijzondere voorstellingen.

inschrijven