Theater

Vitrine Ellis Meeusen & Steven Beersmans

Speelse boekenwijsheid

Ellis Meeusen en Steven Beersmans omschrijven hun ‘Vitrine’ als een romantische komedie en dat is het ook: geliefden vinden elkaar uiteindelijk terug. De locatie is de iconische Oostendse boekhandel Corman. Bewegingsruimte is er schaars: alles moet van het spel komen, maar met de tekstbrochure in de hand laten de spelers zich gaan. Het stuk draait rond de vraag of schrijvers levens van échte mensen kunnen voorschrijven, of zelfs veranderen. De virtuoze taal doet aan Noel Coward denken: een aangename, melancholische (klein)burgerlijkheid met vooral veel liefde.          

Vitrine
Klaas Tindemans Boekhandel Corman, Oostende, in het kader van TAZ26
07 augustus 2026

Je hoort het al enkele decennia. Onafhankelijke boekwinkels, waar de verkoper het aandurft om de klant een boek af te raden, worden almaar zeldzamer. Grote ketens vestigen zich op betere locaties, doen promotieacties van Valentijn tot Halloween – zelfs op Maria-Hemelvaart – en krimpen hun collecties in. In zo’n zeldzame boekwinkel bevinden we ons. Om boekhandel Corman, te bereiken moet je wel eerst door een winkel van kunstbloemen om bij de orchideeën van de geest te geraken. Er is wel nog een fleurige vitrine mét boeken, gelukkig.

Rewind

Tussen de boekenrekken hebben vier acteurs plaatsgemaakt voor een ‘romantische komedie’ – een respectabel genre, met nuttige clichés over, uiteraard, een kleine boekwinkel. Herman en Desirée (Els Olaerts) hebben ‘Pagina Eén’ dertig jaar gerund, Herman is onlangs overleden, Désirée vecht door, samen met Martin (Steven Beersmans), een soort schrijver-in-residence, en Lena (Ellis Meeusen), de jonge verkoopster die in een relatiecrisis zit.

Lena ziet geen klanten komen. Ze leest Tobi Lakmaker. Martin krijgt zijn novelle niet af. Désirée rouwt terwijl ze bij de notaris de nalatenschap van Herman afhandelt. Martin verschuilt zich in de onaangeraakte werkkamer van Herman. Bij de vitrine ziet Lena Esmée verschijnen. Ze kijken elkaar lang in de ogen. De volgende dag is Esmée terug en vraagt Lena om samen naar Parijs te gaan. Lena weigert.

De strijdlust van de kleine zelfstandige en romantische passies, ze passen perfect in elkaar.

Maar dan: rewind. Martin heeft die anekdote net geschreven, maar verandert de weigering dan in een aarzelende toestemming, gevolgd door een passionele nacht in Parijs. De fictie wordt werkelijkheid: iedere mens heeft zijn eigen schrijver, die diens leven (voor)schrijft. Een theologisch getint wereldbeeld, maar toch perfect geloofwaardig. Alleen zitten schrijver en personages hier in dezelfde ruimte en dat kan gênant (en dus grappig) worden.

Ondertussen heeft Desirée, onder meer door de zachte dwang van de grootboekhandel, haar winkel verkocht. Geen paperassen meer, rust na al het zwoegen, tijd voor rouw. Wanneer Lena en Martin dit vernemen, rest hen maar één keuze: de tijd terugdraaien. Dat is precies de macht van de schrijver die levens schrijft. Of en hoe deze teletijdmachine werkt vertel ik liever niet, behalve dat het hier, zoals in zowat elke romantische komedie  nogal voorspelbaar, maar ook mooi eindigt. De strijdlust van de kleine zelfstandige en romantische passies, ze passen perfect in elkaar.

‘Uitdaging’

Als constructie zit ‘Vitrine’ zeer slim in elkaar. De dialogen zijn bijzonder gevat. Komische leidmotiefjes duiken op de juiste momenten op, zonder teveel nadruk. De hilarische terugkeer van inpakpapier met een hulstmotief is er zo één. Hulst, omdat het eerste bedrijf speelt in de kersttijd. Na zo’n perfecte toepassing van het handboek toneelschrijven – en dat is niet ironisch bedoeld – wordt een levende, theatrale vertaling wel een behoorlijke ‘uitdaging’, om het met een akelig cliché te zeggen.

Als je binnenkomt en op de ongemakkelijke stoeltjes in té smalle rijen gaat zitten, in een uithoek van de winkel, zijn er nog een paar vierkante meter over voor de spelers. De heel kleine bijrollen (klanten die langskomen) zitten gewoon op de eerste rij te wachten voor hun opkomst. De vier hoofdrolspelers verdringen zich voor enkele pupiters, met tekstbrochure, of ze houden die brochure in de hand. Je verwacht dus een soort geënsceneerde lezing. De spelers lezen inderdaad de regieaanwijzingen hardop. Affecten, zoals de huilbui van Désirée die Martin besmet en waarmee alles begint, zetten ze vet aan om ze even snel af te breken.

Die kunstmatigheid verdwijnt wel geleidelijk. De spelers gaan een soort naturel hanteren. Vaak met een geëxalteerde toon, luider dan strikt nodig, als een bescheiden vervreemdingseffect. De (komische) timing, met bijpassende mimiek, is perfect. Ze zijn dan ook goed op elkaar ingespeeld, want de productie gaat al eventjes mee, maar de omstandigheden moet die perfectie ook toelaten. Wij waren een bijzonder genereus publiek, naar het schijnt. Zo drukte een speler mij achteraf toch op het hart, en niet enkel uit beleefdheid (hoop ik).

Brecht op bezoek

Een burgerlijke komedie met moraliserende tendens – want dat is ‘Vitrine’ (en bij uitbreiding elke romantische komedie) toch wel – is natuurlijk zeer geschikt om, hoe voorzichtig ook, brechtiaanse spelhoudingen op toe te passen. Zo ondermijn je de kleingeestigheden (die we trouwens met deze figuren delen), zonder iets of iemand te bruuskeren – behalve de boekhandelketens misschien. Dat is trouwens een dramaturgische strategie die Maatschappij Discordia (waar de spelers in ‘Vitrine’ bijna expliciet naar verwijzen) zeer vaak heeft toegepast, of het nu over Noel Coward of over een ‘romance’ van Shakespeare ging.

Deze scherpe speelstijl, deze pertinente observaties, deze no-nonsense komiek, dat is meer dan goedkoop vertier.

Of dit vandaag nog zo subversief blijft is enigszins de vraag. Met als bijkomende vraag wat er dan precies gesubverteerd wordt: de goede smaak van de belezen burgerij, die smult van Sally Rooney en Ian McEwan? Ik pleit trouwens schuldig, alvast wat de laatste betreft. Misschien leidt deze bekommernis te ver, misschien komt ze enkel op omdat TAZ26 opvallend veel politiserend theater programmeert. Dan is dit eerder entertainment.

Alhoewel, deze scherpe speelstijl, deze pertinente observaties (“Echt, van die mensen die met alle ‘klassiekers’ / dwepen / die denken dan meestal nog dat alle russen door ene tolstoyevski geschreven zijn / waar staan ze nu”), deze no-nonsense komiek, dat is meer dan goedkoop vertier. Het is bij momenten zelfs de subversie ervan. Alleen dat einde bevestigt het status quo, maar meer zeg ik er niet over. Bovendien is het eigenlijk ongepast om ‘Vitrine’ met vrijblijvend amusement te vergelijken. Waarvoor excuus.      

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz