Theater

Zo gaat het verder Freek Vielen / De Nwe Tijd

Jaarringen

Sommige voorstellingen eindigen niet. Ze groeien langzaam verder, zoals jaarringen in een boom. Zeven jaar geleden maakte Freek Vielen ‘Zo gaat het (So it goes)’, een tijdsdocument van de levensfase waarin hij zich toen bevond. Nu is er ‘Zo gaat het verder’. Niet als vervolg, maar als een nieuwe jaarring. De dingen zijn wat ze zijn, alleen de volgorde der dingen is verschoven. Zijn plaats ook: hij is niet langer alleen kind van, maar ook ouder van. Hij is een moeder armer en een zoon rijker. 

Uitgelicht door Liv Laveyne
Zo gaat het verder
Liv Laveyne Kunstencampus aan Zee, Oostende, in het kader van TAZ26
05 augustus 2026

Rijker en armer, het zijn woorden die verlies en winst suggereren, terwijl het leven zich zelden in zulke heldere tegenstellingen laat vatten. ‘Zo gaat het verder’ omarmt de kleine anekdotiek, maar het is aan een meesterverteller als Freek Vielen om daar universele zalf voor de ziel van te maken. Helend verteltheater, meer heeft een mens soms niet nodig.

In den beginne was er… het woord

Niets in de handen, niets in de mouwen. Dat typeert zowel Vielen als De Nwe Tijd, het gezelschap waarvan hij samen met Suzanne Grotenhuis de artistieke leiding deelt. In deze tijden van de suprematie van het beeld en de snelheid, eert hij de wortels van zijn voorganger: het vroegere gezelschap De Tijd van Lucas Vandervost: theater van de tekst, van het gesproken woord dat de verbeelding openzet.  

In de binnentuin van de Oostendse Kunstacademie volstaan een leeskatheder en muzikant Harald Austbø op cello. Hoge, kromme bomen omringen de speelplek. Eén grote familie jaarringen, terwijl nieuwe jaarringen zich errond blijven spinnen. Zowel Austbø als Vielen nemen de tijd. Letterlijk en figuurlijk.

"In den beginne was er niets. Enkel de dood die het leven schiep."

Vielen meandert langs leven en dood. Niet als twee afzonderlijke stromen, maar als één en dezelfde rivier.

Vielen vertelt hoe de borstkanker van zijn moeder uiteindelijk onvermijdelijk tot haar dood leidt. Tegelijk groeit, tegen de achtergrond van een verzengende hittegolf, nieuw leven in de buik van zijn vrouw. Vrouwen krijgen nesteldrang, mannen klusdrang. Hij leert een muur bepleisteren om de komst van zijn zoon voor te bereiden. Na de dood van zijn moeder staat hij opnieuw met plamuurmes in de hand, ditmaal in het ouderlijke huis. Een schone witte muur, een nieuw leeg blad voor weer verhalen.

Zo meandert Vielen langs leven en dood. Niet als twee afzonderlijke stromen, maar als één en dezelfde rivier. Niet alleen de zijne, maar die van ons allemaal. Hoe zijn stervende moeder het bed boven verruilt voor de bank beneden. Hoe zijn zwangere vrouw, die niet meer comfortabel kan slapen, precies dezelfde beweging maakt. Hoe de hitte alles vertraagt. Hoe geboorte en dood zich lijken te voltrekken in een cyclus van vier jaar, samen met de wereldkampioenschappen voetbal, als jaarringen in een boom. En hoe het leven, ondanks alles, gewoon verdergaat. Hoe zijn vader-weduwnaar een nieuwe vrouw ontmoet. Hoe de mens zich blijkt aan te passen aan elke situatie (zelfs aan een nieuwe bril, grapt Vielen die met lichtheid de zwaarte bezweert).

Je weet maar nooit

‘Zo gaat het verder’ zou gemakkelijk kunnen verzanden in hyperpersoonlijk dagboektheater of in holistische, zweverige metaforen, en eigenlijk is deze voorstelling ook beide. Alleen worden die herinneringen en beelden zo secuur gekozen, zo precies verwoord en uitgesproken, dat ze niet blijven hangen bij die ene kleine mens of ergens hoog in de hemel. Ze landen hier, bij jezelf. In het hart van de toeschouwer.

De locatie op Theater aan Zee helpt daarbij ongetwijfeld een handje. De bomen in de binnentuin lijken medespelers. Vallende bladeren worden verdwijnen en verschijnen. Het groepje stammen als een familie. Jaarringen vertellen over tijd. Zoals Vielen zijn fotoalbums doorbladert in zijn ouderlijke huis.

Soms lijkt Vielens citatendrang iets te groot en sluipt er een zweem van intellectualisme binnen.

Vielen is een belezen verteller. Hij verweeft referenties aan Kurt Vonneguts ‘Slachthuis V’, waar de tijd niet lineair maar gelijktijdig bestaat, of aan Karl Ove Knausgård en Ovidius. Als er dan toch een kleine kanttekening mag zijn: soms lijkt zijn citatendrang iets te groot. Er sluipt een zweem van intellectualisme binnen, terwijl de voorstelling juist met eenvoud raad en bezinning biedt.

Op het einde blijft vooral een Nigeriaanse parabel hangen. Over hoe een steen, een schildpad en de mens van God moeten kiezen welk soort leven (en dus ook dood) ze wensen. De mens vermijdt om een keuze te maken. Misschien schuilt precies in die tragiek zijn kunst.

Vielens moeder was een knutselaar, die alles bewaarde, alles koesterde, prulletjes, papiertjes, lapjes stof, “want je weet maar nooit.” De zoon aardt naar zijn moeder. Niet zoals hij prulletjes bewaart, maar de details in zijn hoofd. Hoe hij aandachtig naar dat leven kijkt. En naar de dood. Niet als begin en einde, maar als onderdelen van hetzelfde verhaal.

En zo gaat het verder.

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz