Performance

Nausea Oona Libens

De diepzee georkestreerd

De diepzee is wellicht het laatste toevluchtsoord van de mythe. Naarmate we verder afdalen, weg van het zonlicht, vervagen de grenzen tussen wetenschappelijke kennis en verbeelding, en duiken er vreemde wezens op: doorschijnende lichamen, flikkerende ogen, onmogelijke reproductievormen, kleine lichtjes die gloeien in het pikkedonker. In Oona Libens’ ‘Nausea houdt deze afdaling het midden tussen een documentaire, een pseudowetenschappelijke lezing en een eigenzinnig natuurprogramma. Of eerder nog, een klein rariteitenkabinet.

Nausea
Marina Srnka Conservatorium aan Zee, Oostende, in het kader van TAZ26
13 augustus 2026

De reis duurt slechts zo’n twintig minuten. Ze vangt aan vlak onder de zeespiegel, met plankton, vissen en garnalen. De feiten zijn reëel genoeg, maar raken al snel vermengd met fictie. Het leven van deze wezens uitgerekt en verdraaid tot iets herkenbaar menselijks: haringen met een nog fijner op elkaar afgestelde groepsgeest dan zelfs de meest totalitaire samenlevingen; een garnaal wiens zeven poten verschillende psychologische functies krijgen, waaronder één poot die voorbehouden is aan sociale angst. De grappen zijn eenvoudig. Ze werken.

Naarmate we dieper afdalen, worden de wezens vreemder en onze kennis over hen schaarser. Er verschijnt een zeeduivel met een lampje voor zijn kop. Kwallen planten zich voort door zich op te splitsen. Op het podium wordt dat een visuele hallucinatie van verdubbeling en vermenigvuldiging. Uiteindelijk komen we bij een wezen dat we nooit goed te zien krijgen en alleen bekend is via resten gevonden in het lichaam van een walvis. Er verschijnt een enorm oog. We zoomen er steeds verder op in, blijkbaar richting zijn diepste verlangens. Er verschijnt voedsel. Tot zover het sublieme.

De diepzee blijft vreemd, maar nooit beangstigend. Nieuwsgierig, speels, gezellig, grillig, teder: niet de angstaanjagende afgrond van de romantische verbeelding.

Die voortdurende omslag van het vreemde naar het vertrouwde geeft ‘Nausea’ zijn zachte humor. De wezens dansen, organiseren zich, verlangen, planten zich voort en lijken te kampen met herkenbaar menselijke problemen. Wetenschappelijke observatie gaat over in verhalen. De diepzee blijft vreemd, maar nooit beangstigend. Nieuwsgierig, speels, gezellig, grillig, teder: niet de angstaanjagende afgrond van de romantische verbeelding, ook al blijven er onder de oppervlakte enkele sporen van die duisternis hangen.

De titel zelf intrigeert me. Waarom Nausea – Kokhalzen, walgen? Van fysieke misselijkheid is nauwelijks sprake en de ervaring is zelden onaangenaam. Is het een samentrekking van ‘Nautic’ en ‘sea’? Op een gegeven moment komt de verteller met een zin als ‘Nausea, deep-sea orchestration’. Ik weet nog steeds niet zeker of dit de titel verklaart, maar ‘orchestration’ is een verrassend rake beschrijving van wat er op het podium gebeurt.

Een rariteitenkabinet

De voorstelling orkestreert wezens, feiten, grappen, beelden en kleine machientjes. Ze grijpt ook herhaaldelijk terug naar het middel van dans en choreografie om onderwaterbewegingen te beschrijven. Lichamen zweven, splitsen zich, synchroniseren en organiseren zichzelf. Toch speelt de choreografie die mij het meest interesseert zich niet af tussen menselijke lichamen, maar tussen voorwerpen, beelden en de handen van de performer.

Libens besteedt een groot deel van het stuk haar tijd aan camera’s, projectoren, filmnegatieven, kristallen, draden en kleine handgemaakte constructies. Ze probeert nooit te verbergen hoe de beelden tot stand komen. Integendeel. We zien hoe ze dingen onder lenzen plaatst, objecten manipuleert, projecties bijstelt en transformaties voor onze ogen tot stand brengt. Ze lijkt minder op een alwetende docent dan op een knutselaar. Of misschien op een goochelaar die besloot dat er geen reden is om de truc te verbergen. Op de een of andere manier maakt het feit dat we de truc doorzien deze niet minder magisch. Eens onthuld, is het vakmanschap van de goochelaar op zich al magisch genoeg.

De kwallen vormen misschien wel het duidelijkste voorbeeld. Een kristal dat voor het beeld wordt geplaatst, zorgt voor een hallucinante vermenigvuldiging: lichamen verdubbelen, splitsen zich en glijden over elkaar heen. Een biologisch proces wordt een optisch proces. Elders produceren negatieven, projecties en kleine constructies hun eigen miniatuurversies van onderwaterleven. Niets probeert de naadloze perfectie van een digitaal beeld na te streven.

Ik houd van deze onvolmaaktheid. Er schuilt iets zeer aangenaams in beelden die hun materialiteit behouden: randen, texturen, mechanismen, zichtbare arbeid. De analoge apparatuur verleent de voorstelling een groot deel van haar charme. Beelden worden ons niet simpelweg als gladde oppervlakken aangeboden. Ze worden in realtime samengesteld, bijgesteld en getransformeerd. De uitvoerder blijft zelf gefocust op dit proces. De aandacht stroomt via haar naar de objecten. Minuscule instrumenten in een vreemd diepzee-orkest.

Een toverlantaarn

Het klopt ook om van dergelijke onstabiele, handgemaakte methoden in te zetten om een wereld weer te geven waartoe we nauwelijks rechtstreeks toegang hebben. Ons beeld van de diepzee is hoe dan ook gemedieerd. We leren deze wezens kennen via wetenschappelijke camera’s, opnames, specimens, foto’s en verhalen. Nausea’ transformeert deze fragmentaire kennis tot iets openlijk kunstmatigs en deels verzonnen.

De vertelling bevindt zich in een vergelijkbare onstabiele ruimte. Een nogal monotone Brits-Engelse voice over ligt over de originele Franse commentaarstem heen, wat een extra, wat ongemakkelijke laag van bemiddeling oplevert. De toon schommelt tussen documentaire, educatieve uitleg en gewilde absurditeit. We krijgen duidelijk onderricht, maar de uitleg houdt zich nooit aan de zuivere feiten.

Hoe dieper we gaan, hoe minder we weten. En hoe minder we weten, hoe meer ruimte er lijkt te zijn voor verbeelding.

Ik vroeg me daardoor af tot wie deze voorstelling zich richt. Voor kinderen werkt de combinatie wellicht uitstekend: vreemde biologische feiten worden door grappen en visuele transformaties memorabel, terwijl de zichtbare techniek de kennis zelf omzet in iets tastbaars en speels. Toch voelde ‘Nausea’ voor mij nooit kinderachtig aan. Ik genoot van de luchtigheid ervan, hoewel ik als volwassen toeschouwer af en toe hoopte dat de deuren die het opent wat vaker naar een andere plek zouden leiden, voorbij de grenzen van onze menselijke kennis. Ondanks onze onweerstaanbare neiging om andere soorten te vermenselijken, en ondanks de technologische bemiddeling die ons toegang verschaft tot deze ontoegankelijke wereld. ‘Nausea’ stipt deze mogelijkheden licht aan en zet zijn afdaling voort. Misschien laten twintig minuten precies toe om dat te doen.

‘Nausea’ eindigt voordat de charme ervan uitgebloeid is. Het blijft een miniatuur: een kleine wereld vol wezens die deels wetenschappelijk feit zijn, deels menselijke fantasie en deels wat er ook maar tevoorschijn getoverd kan worden uit een kristal, een projector, wat draden en een paar nieuwsgierige handen. Hoe dieper we gaan, hoe minder we weten. En hoe minder we weten, hoe meer ruimte er lijkt te zijn voor verbeelding.

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz