Jeugdtheater

Niet alle vogels kunnen de wind vangen Julia Lucas & Tuur Van Boxem

Gevleugelde gezinstragiek

Stel je voor dat je vader zich op een dag in de tuin een boomhut bouwt en voorgoed daar gaat wonen. Als vogel. Rondom dat verhaal creëerden Julia Lucas en Tuur Van Boxem hun masterproef aan LUCA Drama voor 8+. Bijzonder aan elk afstudeerwerk is dat jonge makers ermee een proeve willen laten zien van wat ze allemaal in hun mars hebben. In het geval van ‘Niet alle vogels kunnen de wind vangen’ blijkt dat een verrassend brede waaier voor één voorstelling.

Niet alle vogels kunnen de wind vangen
Wouter Hillaert Volvo Automobilia in Oostende, in het kader van TAZ
10 augustus 2026

Er zijn veel recepten voor kindervoorstellingen, maar een van de meest beproefde is zeker de ontluikende vriendschap tussen een schijnbaar gewoon en een schijnbaar speciaal kind. Het eerste representeert de goegemeente met haar vaste normen en waarden. Door zijn of haar nieuwsgierige ogen kijken we mee naar het andere kind. Dat kenmerkt zich door een moeilijke situatie, bizarre gedragspatronen of een bijzondere afwijking. Het belichaamt bijna altijd een minderheid of een uitvergrote emotie, zoals eenzaamheid of (doods)angst.

Beider contact verloopt vervolgens van geamuseerde kennismaking via groeiend vertrouwen naar iets samenzweerderigs, tot er onder druk van de omgeving plots een breuk dreigt. Dat conflict openbaart dan wat er echt aan de hand is, maar versterkt uiteindelijk toch hun band, met als resultaat een morele of maatschappelijke boodschap voor het (jonge) publiek. Het blijft een dramaturgie waar je een huis op kan bouwen, zeker nu steeds meer producties zich door financiële schaarste gedwongen zien om zich tot maximaal twee spelers te beperken.

In ‘Niet alle vogels kunnen de wind vangen’ heet het speciale kind Ona (Julia Lucas). Bij aanvang zit ze op een tafeltje een stokje te scherpen met een mes. Ze is thuisgebleven van de Kriebelwiebeldag, de jaarlijkse bosuitstap met school. Stuurs en in zichzelf verzonken doet ze stilletjes haar ding.

Totaal tegengesteld is de energie van buurjongen en klasgenoot Wiene (Tuur Van Boxem), die als een wervelwind komt binnenstormen met een omstandig verslag van de daguitstap - iets met een vogel die aanviel op Epke en die zelfs mee de lucht innam. Wiene is het gewone exemplaar: extravert, drukke fantasie, zoon van een gezin met een kast van een huis. Een burgerjongetje met een hoog Filiberke-gehalte, dus. Pas na zijn gesjeesde vertelling herinnert hij zich weer waarom hij bij Ona langskwam. “Waarom was jij er niet?”

Partneracrobatie

Haar antwoord is een ontsnappingspoging: steeds weer glipt Lucas weg onder Van Boxems toenaderingspogingen in het fysieke duet waarmee beiden de relatie tussen hun personages presenteren. Zij is de haas die in rondjes draait, hij de kwispelende hond achter haar aan. Zij gaat languit liggen, hij ploft ernaast, maar zij is dan alweer opgesprongen. Hij recht, zij weer neer. Hij neer, zij weer recht. Ona is duidelijk hard to get. Steeds weer kleurt ze tegen.

Drie kwartier later, aan het eind van de voorstelling, zal deze hele ‘misdans’ zich herhalen met precies dezelfde bewegingen, maar nu wel synchroon en gepaard. Het zegt alles over de oplossingsgerichte verhaallijn van deze masterproef (en ook veel ander jeugdtheater), maar Lucas en Van Boxem trekken die lijn met hun fysieke verbeelding wel op een stijlvolle manier. Meermaals wagen ze zich zelfs aan wat voorzichtige partneracrobatie uit het circus, zoals wanneer Lucas op Van Boxems schouders klimt om samen een vogel te spotten door één verrekijker (gewoon hun ronde knuisten die ze aan elkaar doorgeven). Zo maken ze hun relatieonderzoek in ‘Niet alle vogels kunnen de wind vangen’ erg aanschouwelijk.

Die clowneske momenten worden des te gekker omdat ze ver afstaan van het gevoelige onderwerp van ‘Niet alle vogels kunnen de wind vangen’: een vader met een psychische kwetsbaarheid.     

Ook als sociologen beleven beide spelers veel plezier, door naast hun twee protagonisten ook een paar klasgenoten, juffen en ouders te typeren. Hoe doe je dat, met z’n tweeën? Lucas en Van Boxem werken tegen een stevig tempo een imaginair rijtje af en halen daarbij hun hele arsenaal aan dialecten en grimassen boven om de chaotische klas van Ona en Wiene tijdens een tekenopdracht tot leven te wekken. Je ziet al die aparte kinderlijke karakters zo voor je ogen opdoemen. Ook het roddelrondje van twee buren over de vreemde gang van zaken bij Ona thuis is bijzonder expressief, met wenken en gebaren dat het een lieve lust is. Voor hun spelkwaliteiten moeten Lucas en Van Boxem zeker hoge punten hebben gekregen op LUCA.

Die clowneske momenten worden des te gekker omdat ze ver afstaan van het gevoelige onderwerp van ‘Niet alle vogels kunnen de wind vangen’: een vader met een psychische kwetsbaarheid. In schuifjes wordt dat geheim van Ona onthuld: haar vader denkt dat hij een vogel is. Is dat ‘vogelen’ een metafoor van haar kinderfantasie om zijn mentale afwezigheid rond te krijgen? Of wel degelijk een reële psychologische afwijking? Zo praten de buren er toch over: Ona’s vader woont in zijn boom in de tuin en uit zich enkel nog met ‘wiet wiet wiet’. Is hij dan een ‘therian’, een mens die zich identificeert met een dier en daar ook het gedrag van overneemt?

De makers laten het mooi in het midden. Voor hen doet vooral de impact op Ona ertoe. Na haar papa’s transformatie heeft ze zo’n emotionele vogelfixatie ontwikkeld dat ze op school geen vogels meer mag tekenen of mee mag naar het bos. Dichter tot haar vader komen kan enkel met Wiene en zijn verrekijker. Ze vindt bij hem een luisterend oor, maar ook een corrigerende spiegel voor haar eigen projecties.

Schaduwen van de ziel

Uiteindelijk gaat ‘Niet alle vogels kunnen de wind vangen’ zelfs vooral daarover: hoe mensen van een pijnlijke realiteit hun eigen versie maken, om ze beter te kunnen slikken. En hoe een kruisverband tussen ‘speciale’ en ‘gewone’ zielen in dat verwerkingsproces voor wederzijds begrip of extra voeding kan zorgen. Hoe leren we zien wat anderen (niet kunnen) zien?

In die zin is het terugkerende poëtische schaduwspel in de voorstelling misschien wel het kloppende hart van deze creatie. Het speelt zich een keer of vier af op het gaasdoek aan de voorkant van een levensgrote vierkante houten box die de scène beheerst. Met zijn omlijsting van kriskras getimmerde latjes zwerfhout roept die kubus zowel een boomhut als een (gezins)nest op.

De stille natuurbeelden die op zijn projectievlak verschijnen – van rustig wiegende takjes en later ook twee bewegende vogeloogjes tussen het riet – trekken ons tegelijk naar buiten, de kosmos in, én naar binnen, de ziel in. Ze maken het even stil tussen alle spel. Dit schaduwspel, live geanimeerd van in de box, maakt zichtbaar wat je kan voelen als je dóór de dagelijkse realiteit kan kijken. Je zou voor minder een vogel worden.

De wisselwerking tussen ‘gewoon’ en ‘speciaal’ bij hun beide hoofdfiguren trekt zich door tot de voorstelling zelf.     

Het pleit voor Julia Lucas en Tuur Van Boxem, gecoacht door Katrien Pierlet, dat ze al die aparte registers – van koddig spel en fysieke circus tot visuele poëzie – toch mooi gecombineerd krijgen, tot een gelaagde reflectie over de inwerking van een kwetsbaar ouderschap op een kinderleven.

De wisselwerking tussen ‘gewoon’ en ‘speciaal’ bij hun beide hoofdfiguren trekt zich door tot de voorstelling zelf. ‘Niet alle vogels kunnen de wind vangen’ eigent zich met vaardige hand enkele herkenbare patronen uit kindertheater toe, maar weet er met heel eigen accenten extra vleugels aan te geven – ook letterlijk, dankzij een sterk slotbeeld. Zien we hier twee jonge aanwinsten voor ons jeugdtheater uitvliegen? Je wenst dit duo de wind mee.

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz

Zin in het beste van pzazz?
Schrijf je in voor onze tweewekelijkse nieuwsbrief met telkens drie tips voor bijzondere voorstellingen.

inschrijven