Alles onder de hemel Veerle De Vos & Sarah Yu Zeebroek
Het einde van het middelpunt
Wie de hemel begrijpt, begrijpt de wereld. Dat gold in de zeventiende eeuw, toen de Vlaamse jezuïet Ferdinand Verbiest als astronoom carrière maakte aan het Chinese hof, maar geldt dat ook vandaag? In ‘Alles onder de hemel’ gebruiken VRT-journaliste Veerle De Vos en illustrator en muzikant Sarah Yu Zeebroek zijn levensverhaal om een geschiedenis te vertellen over de veranderende verhouding tussen Europa en China. Theater of een geschiedenisles?
Ieder verhaal moet ergens beginnen, maar geen begin spreekt voor zich. Het is een vorm van fictie. Waar je de draad oppakt, bepaalt tot op zekere hoogte welke ontwikkelingen en welke actoren een rol van betekenis spelen. Met die vraag opent Veerle De Vos de voorstelling: waar begint een verhaal? Voor een hedendaagse roman zou zo’n zelfbewuste opening bijna een gemeenplaats zijn, maar voor geschiedschrijving legt die vraag ook een methodologisch probleem bloot. Elk begin is een interpretatieve keuze die mede het verdere verhaal zal bepalen.
Pittem, Mongolië of Lissabon?
Het verhaal van ‘Alles onder de hemel’, zo gaat De Vos verder, zou kunnen beginnen in Pittem, een dorp op het West-Vlaamse platteland. Daar wordt in 1623 onder de kerktoren een jongetje geboren. Of het zou kunnen beginnen in Mongolië, waar rond diezelfde tijd een prinses in een yurt wordt geboren. Andere mogelijke beginplekken zijn Rome, het hoofdkwartier van de jezuïeten, of Lissabon, waar in de zeventiende eeuw iedere lente koopmanshepen aan wal lagen te wachten om op handelsmissie naar India te vertrekken. Al die plekken en mogelijke beginpunten zullen in dit verhaal uiteraard op de ene of andere manier met elkaar verbonden blijken, met Ferdinand Verbiest, het jongetje uit Pittem, als hoofdpersonage.
‘Alles onder de hemel’ is een voorstelling van VRT-journaliste De Vos en Sarah Yu Zeebroek, illustrator en muzikant. De voorstelling vertelt het verhaal van Verbiest, een Vlaamse jezuïet, missionaris, astronoom en wetenschapper uit de zeventiende eeuw, die langs een kronkelende weg over zee, en langs ziekte en gevangenschap, uiteindelijk de rechterhand werd van keizer Kangxi, de derde keizer van de Qing-dynastie van China. Verbiest’s vermogen om de hemel preciezer te berekenen dan zijn Chinese collega’s bracht hem vertrouwen en maakte hem tot een sleutelfiguur. Hij groeide uit tot een van de meest invloedrijke Westerlingen aan het Chinese hof. De ‘hemel’ uit de titel verwijst niet alleen naar een morele of religieuze horizon, maar ook naar een politieke en wetenschappelijke. Wie de sterren kon lezen, had aan het Chinese hof niet enkel kennis, maar ook gezag.
Een vaste rolverdeling?
De Vos vertelt, Zeebroek verzorgt het beeld en de muziek. Het verhaal is een gedetailleerd verhaal, gebaseerd op De Vos’ gelijknamige boek, dat zichtbaar op het podium staat, tegen de zwarte lezenaar met een leeslampje. Verder staan op het podium twee overheadprojectors en een instrument dat mij, na enig opzoekwerk, een Chinese citer lijkt: een guzheng. Terwijl De Vos leest, laat Zeebroek papieren vormen, afbeeldingen en gekleurde vellen over de projectoren bewegen, om beelden te projecteren op vier lange, verticale beige doeken. Wanneer ze niet projecteert, bespeelt Zeebroek de guzheng. Slechts af en toe wordt hun vanzelfsprekende rolverdeling doorbroken, als Zeebroek even kort het woord neemt of De Vos helpt met de projecties.
Projecties helpen de aandacht vast te houden wanneer het verhaal in hoog tempo nieuwe personages en gebeurtenissen introduceert.
De projecties hebben iets meditatiefs en ambachtelijks en zijn dikwijls vindingrijk en poëtisch. Met gravuretekeningen, papier, karton, uitgesneden vormen en gekleurde folies ontstaan sterrenhemels, golven, bloed en andere, meer of minder vluchtige beelden. Het is een spel van gedaanteverandering dat niet alleen past bij de geografische thematiek maar ook bij de vele protagonisten wier geschiedenissen door plotwendingen worden gekenmerkt. Tegelijkertijd helpen die projecties juist de aandacht vast te houden wanneer het verhaal in hoog tempo nieuwe personages en gebeurtenissen introduceert. Toch blijft het beeld geregeld in de illustratie hangen. Gaat het over een historische figuur, dan verschijnt een portretgravure; gaat de reis van Portugal via India naar China, dan verschijnt een wereldkaart. Het is functioneel, maar niet altijd meer dan dat.
De muziek, soms opgenomen, soms live gespeeld door Zeebroek, vervult ook vooral een dragende rol. Als Zeebroek de guzheng speelt met behulp van een effectpedaal, bouwt ze een mooie muzikale begeleiding op die een sferische component aan de voorstelling toevoegt. In korte intermezzo’s krijgt de muziek zelf even de tijd om ons in gedachten naar een andere tijd te brengen, en krijgen we even een moment van rust. Het geeft zo ‘Alles onder de hemel’ een aangenaam ritme en misschien had de voorstelling op sommige momenten nog iets langer mogen stilstaan bij dergelijke verstilling, zodat de verbeelding, in beeld en geluid, zelf meer ruimte had gekregen.
Meer dan een geschiedenisles?
Welk verhaal wil ‘Alles onder de hemel’ uiteindelijk vertellen? Het eindpunt ligt voor De Vos vanaf het begin vast. Het heden, een tijd waarin het westerse superioriteitsgevoel zijn vanzelfsprekendheid heeft verloren en China opnieuw een grootmacht is waarmee Europa zich moet zien te verhouden, is waar dit verhaal ons naartoe moet leiden. De terugblik op de zeventiende eeuw, toen Europese missionarissen, handelaars en geleerden voor het eerst op grote schaal kennismaakten met een rijk dat zichzelf allerminst als de periferie van de wereld beschouwde, leest als een les: China was een beschaving die weinig van Europa nodig had, maar des te meer bezat waar Europa naar verlangde.
Ook dit verhaal is vooral een geschiedenis van mannen die de politieke, religieuze en intellectuele werelden bepalen.
Dat levert een beslist rijk geschakeerd verhaal op. Het gaat over jezuïeten die China willen bekeren, over jonge mannen die de wereld intrekken, over het verrassende verhaal van Verbiest als uiteindelijke vertrouweling aan het hof van Kangxi. Vrouwen spelen een rol aan de randen van die geschiedenissen: de Mongoolse prinses Bubutai, die een sleutelrol speelde in de vroege Qing-dynastie; Chinese vrouwen die zich relatief vaak tot het katholicisme bekeerden; de Zuid-Nederlandse schilder Michaelina Wautier, die een portret schilderde van de jezuïet Martino Martini (en eeuwenlang aan een man werd toegeschreven). Het zijn belangwekkende zijlijnen en hun functie om het vrouwelijke perspectief aan het licht te brengen is duidelijk. Toch blijven ze precies dat: zijlijnen. Uiteindelijk is ook dit verhaal vooral een geschiedenis van mannen die de politieke, religieuze en intellectuele werelden bepalen.
Waarom moest dit verhaal ook een voorstelling worden? De theatrale vorm voegt beelden en muziek toe aan de journalistieke vertelling waarop zij is gebaseerd, maar levert slechts af en toe een eigen perspectief. De projecties en de muziek scheppen sfeer en bieden afwisseling, maar blijven grotendeels ondergeschikt aan de tekst. Daardoor voelt het soms meer als een geïllustreerde lezing, een mooi en zorgvuldig opgebouwde geschiedenisles, die echter de mogelijkheden die het theater biedt slechts in beperkte mate benut.
Wanneer het tij keert
Feiten schrijven niet voor waar een historicus haar verhaal begint. Hetzelfde geldt, misschien zelfs sterker, voor het einde, dat bepaalt welke uitkomst en vooral welke betekenis blijft bestaan. De Vos kiest voor een even poëtische als licht moraliserende boodschap: we leven allemaal onder dezelfde hemel. Die hemel is tijdens de voorstelling veel geweest: de sterrenhemel die Verbiest bestudeert, de politieke orde van het China in de zeventiende eeuw, waarin niet Europa maar China het absolute middelpunt was, en uiteindelijk dus voor De Vos ook de gemeenschappelijke horizon waaronder Europa en China zich vandaag opnieuw tot elkaar moeten verhouden. Tegen een culturele achtergrond waarin tijd niet lineair, maar circulair is, stelt De Vos de retorische vraag welke houding daarbij past. Tijden zijn veranderd. Zo lijkt ‘Alles onder de hemel’ ten slotte de eigen bescheiden missie van een journalist.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz