I LOVE ME(N) Dorelia Schraven
Hij wil me alleen als ik sexy ben
Op Theater Aan Zee brengt Dorelia Schraven 'I LOVE ME(N)'. De finaliste van het Amsterdams Kleinkunst Festival 2026 wijdt in cabaretvorm uit over haar complexe gevoelens met de mannen in haar leven. Taboes worden open besproken in een voorstelling over genderdynamieken, zonder dat het omslaat in een oppervlakkig feministisch pamflet.
In de duisternis start Schraven een monoloog over kwantumfysica. Ze legt het concept van Schrödingers kat uit. In de vertelling van die kat, of kut, wordt de toon van deze voorstelling gezet. De kat in de doos is zowel levend als dood. “Ze wordt pas iets als ze wordt waargenomen.”
Het licht springt aan, op het podium zien we een stralende verschijning, gekleed in lichtroze sweatpants met ‘JUICY’ op de kont gedrukt. Daarboven draagt ze een strapless, donker roze topje, ‘JUICY’ eveneens over de borsten geëtaleerd. Face beat to the gods. Braids in een hoge ponytail. Sex appeal op 100%. Doorheen de voorstelling zal Schraven dit mooie beeld een aantal keer doorprikken met een luide schreeuw, of een koele performance, om dan terug in model te vallen.
Radical Honesty
In 'I LOVE ME(N)' wil Schraven 'radical honesty' praktiseren. Alles wat in het volgende uur wordt getoond is blijkbaar oprecht. Hook-ups en exen, maar ook haar vader en broers passeren de revue.
Of ze nu danst als een popster of sexy kreuntjes maakt: je kan je ogen niet van haar afhouden.
Van het begin tot het einde weet Schraven haar publiek te bezweren met een fysiek en emotioneel krachtige performance waarin ze zingt, piano speelt, woordgrapjes maakt, handstanden en splits uitvoert. Het verbaast niet, gezien haar cabaretachtergrond. Of ze nu danst als een popster of sexy kreuntjes maakt: je kan je ogen niet van haar afhouden, en je luistert met volle toewijding naar haar relaas.
Met een sterke komische timing spreekt ze over haar seksuele escapades, de vervaging van consent, de alomtegenwoordigheid van grensoverschrijdend gedrag. Ook het geladen verlangen om gedomineerd te worden door een man komt aan bod; hoe je jezelf forceert in een sexier keurslijf en je gedrag aanpast om mannelijke aandacht te krijgen.
Doorheen de show betrekt ze het publiek, een (on)gelukkige mannelijke kijker wordt zelfs op het podium uitgenodigd. Als onderzoek voor deze voorstelling heeft Schraven blijkbaar haar exen opgezocht voor interviews. In de dialoog met de man uit het publiek, gebaseerd op een waargebeurd gesprek tussen Schraven en een ex, zien we de eerste flitsen van een ruwere performance die door het flashy cabaret doorbreekt. Schravens fysicaliteit, die hiervoor heel vloeiend en erotisch was, verstijft meer. Haar blik is niet langer verleidelijk, haar ogen zijn nu wijd open, trillen, zijn vochtig aan het worden.
Waar haar pop-star choreo en hoog comédienne gehalte daarnet heel opwindend werkte, wordt de dialoog plots beklijvend. Met strakke houding spreekt ze over de grijze zones waar consent vervaagt. Die kwetsbaarheid en de pijn in haar spel is al te herkenbaar, hoe vrouwen soms de schuld op zichzelf nemen in geval van misbruik. Hoe een vrouw denkt: "Natuurlijk is er iets gebeurd, want ik heb de man gekust, ik ben met hem mee naar huis gegaan."
Sexy sarcasme
Maar al snel wordt die meer kwetsbare kant dan weer onderdrukt. Zelfspottend merkt Schraven op dat de toon geladen is, en brengt ze terug meer komedie in haar spel. Is het een blijk van vermijdingsgedrag? Waarom wil ze het publiek niet te depressief maken? Wil ze belichten hoe we als cultuur niet echt eerlijk kunnen zijn over het geweld dat gepaard gaat in veel seksuele dynamieken? Dat je als vrouw niet te woedend mag zijn, of misnoegd, want the show must go on en, je moet maar lekker sexy en opgewonden blijven?
Schraven beweert radical honesty uit te dragen, maar soms voelt de toon van 'I LOVE ME(N)' sarcastisch. De inhoud komt oprecht over, maar de manier van expressie creëert een vals laagje vernis. Hoe radicaal eerlijk ben je als er continu wordt teruggegrepen naar de sexy diva?
'I LOVE ME(N)' wordt nooit een feministisch manifest tegen het patriarchaat, maar Schravens leed wordt wel benoemd.
“Het gaat niet om liegen, maar om hopen”, zegt Schraven ergens. Om hoop dat de mannen kunnen veranderen, dat we als vrouw sexy kunnen zijn zonder dat het een defensiemechanisme tegen pijn is, dat we in onze volwaardigheid gehoord, geapprecieerd en beschermd kunnen worden.
'I LOVE ME(N)' wordt nooit een feministisch manifest tegen het patriarchaat. Schraven biedt geen antwoord op de dilemma’s die ze voorlegt. Er komt geen pleidooi voor betere justitie, opvoeding, meer vrouwen aan de macht. Maar Schravens leed wordt wel benoemd. Ze plaatst haar eigen ervaringen met grensoverschrijdend gedrag in de context van meerdere vrouwen die dit ervaren. Ze illustreert ook hoe vrouwen vasthouden aan bepaalde ideaalbeelden of verwachtingspatronen.Ze speelt, of is, een sexy en bereidwillige gen-Z vrouw die van avontuur houdt, zonder daar met de beschuldigende vinger naar te wijzen. Alleen de tegenstelling is er. Tussen pijn en plezier, spijt en genot, guilt en goesting.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz