Theater

AHA Martha Balthazar & Leon Adriaensen

Wanneer onzekerheid een drama wordt

Theatermakers Martha Balthazar en Leon Adriaensen wonnen in augustus 2025 de allereerste 'Caroline Pauwelsbeurs voor de Verwondering' met ‘Aha’. Het project tast de verhouding af tussen wetenschap die afstand bewaart en engagement dat alle risico’s neemt. Het gelijknamige stuk, waar ook Carine van Bruggen aan bijdroeg, situeert die filosofische oppositie binnen een relatiedrama. Dat leidt niet tot fysiek geweld of onomkeerbaar leed, maar wel tot de akelige vaststelling dat uiteenlopende wereldbeelden binnen een relatie moeilijk verenigbaar zijn.         

AHA
Klaas Tindemans ZoWe Verpleegkunde, Oostende, in het kader van TAZ26
10 augustus 2026

We worden verzocht om, in afwachting van de voorstelling stil te praten in de zaal – een ruimte in ZoWe, school voor verpleegkunde – omdat de 5-jarige dochter van Ada (Carine van Bruggen) en Tilde (Barbara T’Jonck) met veel moeite in slaap is geraakt. Het ouderschap is de grootst denkbare opgave, en daarover ontstaat een gesprek tussen beide vrouwen, beide meemoeders, dat ze delen met het welwillende publiek. De vierde wand is doorbroken, blijft ook anderhalf uur lang doorbroken, hoewel beide figuren zich steeds minder bewust worden van de toeschouwers. Het wordt een gesloten huiskamerdrama, maar enkel in hun hoofden, niet in de opstelling.

Waarom? Niet daarom!

De narratieve lijn vertrekt bij een eerder banale conversatie over lusten en lasten van gezamenlijk moederschap maar loopt al snel uit op hevige discussies over de uiteenlopende wereldbeelden van de schrijver (Tilde) en de wetenschapper (Ada). Ada ontwerpt en test klimaatmodellen die het verloop van de klimaatverandering kunnen beschrijven en, tot op zekere hoogte, voorspellen. Tilde wil in haar werk diezelfde metamorfose van onze leefomgeving wereld duiden, met een verontrustende boven- en ondertoon, en als de nood hoog is, gaat ze ook tot actie over.

Geleidelijk maakt hun gesprek, eerst vooral plagend en of mild ruziënd, duidelijk dat het verschil in professionele positie ook een verschil in perspectief heeft doen ontstaan. Het begint met de waarom-vragen van het kind. Ze imiteren dit drammerige spelletje. Maar ze bestoken ook elkaar met eenzelfde koppigheid, elk antwoord lokt een nieuwe vraag uit, steeds lastiger om te beantwoorden – tot op een pijnlijk breekpunt. Tot bij de korenwolf, een wilde hamster die hier aan het uitsterven is. Statistisch onbeduidend voor de biodiversiteit, stelt Ada, symptomatisch voor wetenschappelijke arrogantie, stelt Tilde.

De korenwolf, als gespreksonderwerp, is een hondenfluitje voor alle onoplosbare misverstanden tussen Ada en Tilde.

Blijkbaar is de korenwolf, als gespreksonderwerp, een hondenfluitje voor alle onoplosbare misverstanden (of erger) tussen Ada en Tilde, tussen wetenschappelijke objectiviteit en engagement dat gestoeld is op (subjectieve) empathie. Al zal Tilde dat laatste ontkennen: de wetenschappelijke observatie remt juist elke dadendrang, elke reële ingreep in wat er misloopt in de wereld, af. Dat heeft niets met subjectief of verongelijkt te maken. Dat maakt haar boos, zoals ook Ada boos wordt wanneer ze erop moet wijzen dat haar onzekerheid misbruikt wordt om het blijkbaar onwankelbare gelijk van de complottheoritici te bewijzen (waarmee ze Tilde behoorlijk beledigt). Want onzekerheid, over de eigen en over andermans onderzoeksresultaten, is een heilig principe van onderzoekers, ook van fysici die een zogezegd objectieve werkelijkheid, zonder psychische of sociale ruis, observeren.

Heisenberg-politiek

Werner Heisenberg gaf aan dat je bij observaties in de kwantummechanica (op atomair en subatomair niveau dus) sommige grootheden, zoals positie en impuls, of tijd en energie, niet tegelijk kunt meten: dat is het onzekerheidsprincipe. In de discussie tussen Ada en Tilde wordt dat een fraaie twistappel, die ik even wil citeren:

“(Ada) We kennen de werkelijkheid niet los van onze interactie ermee.

(Tilde) We zitten er dus zelf middenin. Onze eigen positie bepaalt wat we zien, de keuzes die we maken worden onderdeel van de realiteit. Dat is toch diep politiek.

(Ada) Of ja, het is eerder.. De werkelijkheid ligt niet volledig vast voor de meting maar is daarom nog niet willekeurig gecreëerd door de meting. Ze ontstaat relationeel.

(Tilde) Ja dat dus: diep politiek.”

Met zo’n inzicht zijn we wel al een uur gevorderd in de voorstelling. Ada heeft ons, aangemoedigd door Tilde, onderhouden over de paradox van de leugenaar die beweert dat alles wat hij zegt een leugen (maar hij liegt wel altijd, dus ook in deze bewering…), over wiskundige verzamelingenleer, zelfs over de relativiteitstheorie. Over dingen dus waarin een kern van onbegrijpelijkheid zit, ook voor de specialisten. Net die kern is, voor Tilde, een reden om expertise te wantrouwen, waarop Ada repliceert dat het grootste wantrouwen net bestaat tussen wetenschappers zelf, wanneer het gaat over de resultaten die ze voorleggen. Dan aarzelen ze, ze zijn zelfs bang. Vertrouwen in de wetenschap? Daar gaat het helemaal niet om, wel om het vermogen om zekerheden op het spel te zetten, ook in het ‘echte’ leven. Te beginnen met het kind dat je op de wereld zet, dat is pas onzekerheid (over de rest van je leven). Nu draaf ik zelf even door, meegesleept door deze hypergeëngageerde figuren.

‘Aha’ is niet de opstoot van dopamine bij een plotse doorbraak, maar veeleer het besef van een moeilijk te manipuleren politieke werkelijkheid.

Niet toevallig is Ada een klimaatwetenschapper, ‘Aha’ (het had ook ‘Eureka’ kunnen heten) is niet de opstoot van dopamine bij een plotse doorbraak, maar veeleer het besef van een moeilijk te manipuleren politieke werkelijkheid. Het angstige besef dat de vloedgolf of de zandstorm op ons afkomt maar dat sommigen, met échte macht, die dreiging, om hun eigen redenen, blijven verwaarlozen of ontkennen. “Aha” vertelt dus niets nieuws, maar weet wel door te dringen tot de uitgesproken twijfels die zowel wetenschappers als activisten permanent ervaren. De eersten durven daar trouwens gewoonlijk gemakkelijker voor uitkomen dan de laatste. Dat is ook verklaarbaar: activisme wordt niet “ge-peerreview-ed”, het wordt gecriminaliseerd. Wat niet belet dat de denkoefening niet moet gedaan worden, zonder ophouden, en dat doen Martha Balthazar en Leon Adriaensen wel degelijk.

Afstand of nabijheid

Je kan wel twijfelen (dat doen critici) aan de opbouw van deze confrontatie, als drama. Natuurlijk accepteer je de fictie dat je ‘toevallig’ getuige bent van deze essentiële, zelfs existentiële discussie. Maar als je begint over een kind dat moeilijk slaapt en pas na een dik uur gekrakeel (zinvol, dat wel) in de gaten krijgt dat hier ook een liefdesrelatie op het spel staat, dan vraag ik mij onwillekeurig af waarom die ‘korenwolf’ bij vorige ruzies niet even fataal voor afstandelijkheid zorgde als nu.

Het gaat natuurlijk ‘maar’ over ideeën, Ada en Tilde twijfelen niet (of laten dat niet merken) aan hun complementair vermogen om een kind op te voeden. Maar die ideeën gaan wel over het (voort)bestaan zelf, van concrete mensen, in liefst leefbare omgevingen. Met andere woorden, het duurt lang voordat bij deze figuren de grond onder hun eigen, individuele en gezamenlijke, voeten wegschuift. Ada pleit voor verrekijken, voor afstand als methodologisch principe: “Als je wilt uitzoomen ga je nu eenmaal verder weg van iets staan”. Tilde reageert met: “Kom eens terug? Durf je dat?” Einde.

De complexiteit van de klimaatproblematiek zet ook de solidariteit binnen de samenleving op het spel.

Het gaat over de grote wereld, over de planeet, maar ook over henzelf. Op dat moment, waar de liefde op het spel staat, dringt het tot mij door dat de complexiteit van de klimaatproblematiek ook de solidariteit binnen de samenleving op het spel zet. Elkaars ideeën bekampen – ideeën, geen meningen over van alles en nog wat – is een riskante zaak. Het is dus wat jammer dat het zo lang duurt voor Balthazar en Adriaensen toelaten dat Ada en Tilde tot hun (gedeelde) kern doordringen. Er was iets teveel retoriek voor nodig. Dat inzicht over de defensieve wetenschap is niet helemaal nieuw, maar het wordt ineens zéér pertinent. Eerlijk gezegd leun ik meer bij Ada’s conclusie aan, zij is net iets slimmer bij het inkleden van haar argumenten. 

Dit zegt overigens niets over de kwaliteiten van de spelers, enkel over de figuren die ze tonen. Het spel van T’Jonck en van Bruggen heeft trouwens een vanzelfsprekendheid die sommigen ‘naturel’ noemen, maar die vooral toont dat ze de balans tussen woede (over de toestand van de wereld, de planeet) en inzicht (het verlangen die toestand nauwkeurig te beschrijven) zeer goed beheersen. Maar ik moet ook toegeven dat mijn tijd als academicus mijn observatie van activistisch enthousiasme ook beïnvloed heeft, omdat ik daar ervaren heb dat doorwrochte inzichten impulsief handelen, hoe gerechtvaardigd ook, minstens vertragen. En dat dit soms nuttig is (en soms ook niet). In ieder geval: leve Heisenberg.

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz