Muziektheater

Who's Tupac? Theatercollectief JR.cE.sA.R/ NNT & KVS

Rappen in de strijd voor een betere toekomst

Tupac, de vermoorde rapper en activist, krijgt een eerbetoon in een voorstelling als een energiebom. Vlaamse rappers: talent zat.

Uitgelicht door Johan Thielemans
Who's Tupac?
Johan Thielemans KVS Brussel meer info
17 september 2021

Het Theatercollectief Jr.cE.sA.r maakte een muzikale voorstelling, geïnspireerd op leven en werk van rapper Tupac Amaru Shakur. Het is één bom energie. De voorstelling stuwt voort op verschillende thema’s.

Het uitgangspunt van schrijver Fikry El Azzouzi is een talentenwedstrijd. Wie mag zich de nieuwe Tupac noemen? Dat impliceert dat er een nieuwe leider zou moeten opstaan om de sociale strijd verder te zetten. De naam Amaru verwijst immers naar de vermoorde vrijheidsstrijder bij de Inca’s in de achttiende eeuw. De naam werd bewust gekozen door Tupacs moeder. Opstand, zo schrijft Fikry El Azzouzi, werd hierdoor doorgegeven aan de jonge rapper van bij zijn geboorte.

Tijdens de talentenwedstrijd rappen de vier deelnemers zowel nummers van Tupac als een eigen nummer. Zo worden de woorden van de vermoorde rapper verbonden met hun eigen ervaring. De nieuwe teksten zijn tragische verhalen over onze huidige maatschappij met zijn geweld en racisme. Zo horen we het verhaal van een kind dat in een zak van de Lidl werd gevonden. Deze gruwelijke anekdote steunt op een waar voorval.

Natuurlijk mag een grote song over de gewelddadige verstikkingsdood van George Floyd niet ontbreken. Het thema ‘ademen’ loopt trouwens als een rode draad door de voorstelling: je ademt liefde in, je ademt haat uit, zingt Alex Akuete. Een andere rode draad in de uiteenlopende verhalen is de zinsnede ‘a sad story’. Daarop komt het telkens weer neer. Vandaar ook het verlangen naar een ‘bevrijder’: de verzuchting naar een nieuwe Tupac.

Het is natuurlijk een heel naïeve visie, alsof er vandaag geen schrijvers, zangers of cineasten zijn die de strijd niet verderzetten. Nog maar pas heeft Steve McQueen de spraakmakende film ‘Small Axe’ over hedendaags racisme gemaakt. De schrijver Colson Whitehead heeft in zijn schokkende romans racistische schandalen onder de aandacht gebracht. (Zijn ‘Ondergrondse Spoorweg’ werd zelfs omgezet in een pakkende televisieserie). De strijd wordt dus wel degelijk verdergezet.

Tupac’s eigen levensloop was typisch voor dat van Amerikaanse rappers. Ze werd getekend door afgunst, geweld, seks, gevangenschap en een vroege dood. Hij werd in Las Vegas neergeschoten, dader onbekend. Zoals steeds bij het Theatercollectief Jr.cE.sA.r drijft de voorstelling op weinig informatie.  Geen biografie, dus, waardoor er veel complexiteit verloren gaat. Dat Tupac een controversiële figuur was, kom je bijvoorbeeld niet te weten. Hij wordt hier voorgesteld als een held in de rassenstrijd. Zo past hij in de politieke opvattingen van het Theatercollectief.

Wel krijgen we een zinderende en krachtige muzikale voorstelling.

Dat leidt me tot een ander prominent thema: de scenografie van Stef Stessel creëert een soort tempel rond de foto van Tupac. Als het eerste deel zich houdt aan opwindende vertolkingen door Gloria Boateng, Andie Dushime, Junior Akwety, Alex Akuete en Zediam , dan volgt er na een spectaculair kantelpunt een uitgebreid ritueel rond vele omgekomen mensen – onder de doden zie je ook portretten van de huidige deelnemers. Fikry El Azzouzi speelt hier op een magisch-realistisch thema, waarbij de deelnemers een soort geesten worden, met witgekalkte gezichten. In deze tempel wordt Tupac zowaar tot heilige verklaard. Zo is de voorstelling een fascinerende mengeling tussen een rapconcert, met de nodige dreunende beats en rondflitsende lichtbundels, en een theatervoorstelling. De rappers worden dan ook acteurs.

De voorstelling eindigt met een prijsuitreiking, zoals dat gaat bij talentenjachten. Regisseur Junior Nthombene laat de uitslag afhangen van het applaus van het publiek. In de voorstelling die ik zag was Serpentina (Andie Dushime) de lieveling van het publiek, maar voor mij waren alle deelnemers even sterk, elk met hun eigen stijl, en even gedreven. Misschien is een talentenjacht niet zo’ n sterk vormelijk uitgangspunt dus.

De voorstelling maakt een sterke indruk door de overgave van deze rappers. Vlamingen met een gekleurde achtergrond hebben zich dit Amerikaans idioom volledig eigen gemaakt. Van bij het begin zetten ze in op energie. Die zit al in de muziek, met een pluim voor Cesar Janssens. Alle spelers pikken de kracht van de beat op met een verbluffende fysieke inzet.  Ze zingen, springen rond, dansen samen. Ze zingen in het Engels, het Frans en het Nederlands, nu eens als solist, dan als deel van een groep. Ze vormen allen een overrompelend getuigenis van de vitaliteit van het hiphop-genre.

Een minpunt is de klankregie: de microfoons zijn zo overstuurd dat de teksten grotendeels verloren gaan. Als ik naar Tupac luister, klinken zijn teksten glashelder. In de voorstelling loopt een vertolker door de zaal, en het ziet er naar uit dat hij iets belangrijks, opstandig en woedend wil meedelen,  -maar dan zou je de tekst wel moeten kunnen begrijpen!. Nu blijft dat dan een stijlfiguur, het oproepen van een specifieke sfeer. Dat staat haaks op de politieke draagwijdte waarover dit collectief in zijn commentaren het heeft.

Die opmerkingen doen nochtans niets af aan de hoge kwaliteit van deze show. Als ik aan de vorige producties van dit collectief denk, dan zie ik bij regisseur Junior Nthombe een stijgend meesterschap, zodat zijn voorstellingen steeds meer overtuigen.

Beschikbaar voor iedereen, gefinancierd door lezers en organisaties.
Steun pzazz met een abonnement.

Abonneren