Muziektheater

Océanisé-e-s De Roovers / Bl!ndman

Eindbestemming: einder

Wat blijft er van een koppel over als een partner op een dag het ruime sop kiest? Is hun relatie bestand tegen de maandenlange afwezigheid van de ander? De Bretoense auteur Marie Dilasser, in queerkringen beter bekend als MarDi, schreef er een aftastende dialoog over. Op Theater Aan Zee vormt de Oostendse havenmonding het fenomenale decor voor een interpretatie van Sara De Bosschere en Michael Vergauwen. En voor zover de voorbijvarende scheepshoorns niet toeteren, zet de sopraansax van Eric Sleichim het onafwendbare vertrek luister bij.

Océanisé-e-s
Jan-Jakob Delanoye De Halve Maan, Oosteroever Oostende in het kader van TAZ26
30 juli 2026

Beeld- of geluidsopnames in het theater zijn doorgaans taboe, zeker voor doorwinterde liefhebbers. Toch grijpt menig toeschouwer bij de première van ‘Océanisé-e-s’ naar de telefoon voor een stiekeme snapshot. Het decor heeft namelijk iets mythisch: een weidse zeemonding bestreken door een joekel van een zonsondergang. Als er één locatie is die recht kan doen aan Dilassers meditatie over aantrekken, afstoten en het verlangen naar het onbereikbare, dan moet het Oostende’s Oosteroever zijn. Geen wonder dat de Roovers verder spaarzaam met rekwisieten omspringen. Het panorama is immers de perfecte metafoor voor dat wat ‘Océanisé-e-s’ onderzoekt: met welke woorden kan een koppel elkaar nog werkelijk bereiken, eenmaal een der partners in de ban is van een nauwelijks uit te leggen drang naar elders?

Het onzegbare voelbaar gemaakt

Evident is dat Dilasser geen antwoorden geeft. Doorheen de uitgesponnen dialoog brengen beide personages niet alleen elkaars verwachtingen en verlangens in kaart, maar ook die van henzelf. De ander is een spiegel die het zelf helpt definiëren. Een kleedje uit vervlogen tijden, een laatste vrijpartij, een repliek die onuitgesproken blijft: ook (en vooral) dat wat niet in taal tot uitdrukking kan gebracht worden, blijkt essentieel om de psychologie der personages te kunnen begrijpen, of op zijn minst aan te voelen.

De personages zijn voortdurend in wording; toeval lijkt een leidend principe.

Door de karakters niet vanuit een concrete context gestalte te geven, maar vanuit een intuïtief heden te laten bestaan, worden ze universeel. Dat de voorstelling als het ware aanvangt zonder aan te vangen, met een gesprek tussen Sara De Bosschere en Michael Vergauwen die schijnbaar toevallig op wandel zijn, sluit perfect aan bij Dilassers poëtische benadering van het medium. De personages zijn voortdurend in wording, en zijn met andere woorden geen demonstratief exempel van een vooropgezet concept. Toeval lijkt een leidend principe.

Balanceren tussen realiteit en abstractie

Geladen zinnen met naturel geformuleerd, discussies die doodlopen nog voor de emoties al te hoog kunnen oplaaien, ritmisch een tekst die ondanks de atypische kronkels gestaag kabbelt: wie vermoedt dat Dilassers talig eb en vloed voor ervaren acteurs een koud kunstje is, vergist zich. De paradox is dat de spelers de personages moeten incarneren en dus telkens opnieuw moeten revitaliseren, terwijl diezelfde spelers omwille van de inhoudelijke openheid en de nauwelijks welomlijnde psychologie juist schimmen moeten blijven om de bij elkaar gesprokkelde passages niet met drama te bezwangeren.

Dat laatste lijkt in deze productie wel te gebeuren:  Sara De Bosschere zet een personage neer uit één stuk. Als vrouw van vlees en bloed is ze invoelbaar, maar de exegetische insteek herleidt de tekstuele caleidoscoop tot slechts een fractie van haar potentieel. Interpretatief engagement knijpt het personages als het ware dood, daar waar Michael Vergauwen beter weet te balanceren op de slappe koord tussen aanraakbare realiteit en abstracte ongrijpbaarheid.

Begrensd door het onbegrensde

Eric Sleichim, stichtend lid van Bl!ndman, pint zich voor de soundtrack niet vast op een traditionele partituur. Hij improviseert een gelaagd klanklandschap bij elkaar, via het hem typerende procedé van gestapelde loops en effecten. De etherische sferen die hij zodoende evoceert, genereren zuurstof om even uit de tekstuele beklemming te stappen.

De Bosschere en Vergauwen suggereren dat geen landschap de dimensies van het individuele bestaan zodanig kan oprekken als de oceaan.

Met beknopte mijmeringen over Bas Jan Ader en Donald Crowhurst suggereren De Bosschere en Vergauwen dat geen landschap de dimensies van het individuele bestaan zodanig kan oprekken als de oceaan. Vraag is evenwel of deze uitweidingen de beklemming van Dilassers compositie niet dwarsbomen. Door de fragmentatie op de spits te drijven, dobbert ook de toeschouwer immers weg van wat ergens misschien een essentie had kunnen zijn.

Het culminatiepunt van de opvoering is een storm, zowel auditief als visueel weergaloos geëvoceerd. De deining die dat veroorzaakt, is voor diegene aan wal evengoed voelbaar. De rollen lijken aan het slot zelfs omgekeerd: ook het thuisblijven blijkt een sprong in het diepe onbekende. Na de climactische passage der natuurelementen, ligt de taal helemaal aan gruzelementen. Wat nu? Wie zal het zeggen? Het laatste woord is aan het adembenemende panorama, dat als decor van een relationele en existentiële schipbreuk geen nadere opheldering behoeft. 

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz