Relics: An Eye Once Blind Joshua Serafin
Esthetiek vs. Dramaturgie
Een voorstelling die te slim is voor haar publiek loopt het risico zichzelf op te sluiten in haar eigen intelligentie. ‘Relics: An Eye Once Blind’ van Joshua Serafin flirt voortdurend met die grens. De performance vertrekt vanuit complexe familiegeschiedenissen, migratie en koloniale erfenissen en wil het lichaam inzetten als drager van wat verloren ging. Maar wat voor de maker een jarenlang onderzoeksproces is, blijft voor de toeschouwer grotendeels een gesloten archief.
Serafin, geboren in Bacolod op de Filipijnen en vandaag gevestigd in Brussel, beweegt tussen performance, dans en beeldende kunst. Hun werk vertrekt vanuit Filipijnse mythologie, koloniale geschiedenis en queer identiteit en vertaalt die naar een uitgesproken lichamelijke en visuele praktijk. Sinds 2023 is Serafin huisartiest bij VIERNULVIER. Met VOID stond die in 2024 op de Biënnale van Venetië, waar hun werk internationaal veel aandacht kreeg. Ook in de Hallen van Schaerbeek was Serafin eerder te zien. Die internationale reputatie schept verwachtingen: hier valt iets nieuws te ontdekken.
Zilveren harnas
Bij binnenkomst in de theaterzaal is de klassieke theateropstelling al ontmanteld. De grens tussen scène en zaal is verdwenen: het publiek mag vrij rondlopen over de speelvloer. Waar zich normaal de rode theaterstoelen bevinden, hangt nu een projectiescherm. Aan de zijkant staat een Yaybahar, een akoestisch snaarinstrument met een opvallend, bijna buitenaards geluid. Verspreid door de ruimte staan sculpturale objecten die doen denken aan totems of rituele beelden. Boven ons klinken dierlijke geluiden. Het blijft lang stil, misschien té lang.
Al snel zoeken oudere bezoekers en mensen die minder lang kunnen rechtstaan de stoelen op die langs de rand van de ruimte zijn geplaatst. Meteen wordt een praktische keerzijde van deze opstelling zichtbaar: wie gaat zitten, dreigt een aanzienlijk deel van de handeling te missen achter een muur van staande lichamen.
De voorstelling zet de grens tussen scène en zaal eerst wagenwijd open, om die vervolgens weer dicht te trekken.
Wanneer Serafin verschijnt met een zilverkleurige huid, gehuld in een metalen harnas, slaat de sfeer om. Die beweegt wild door de ruimte met een zwaard in de hand, terwijl die met een lichtgevende touw door de lucht zwiept en de muziek steeds verder aanzwelt. Het beeld is spectaculair, maar als publiek weet je plots niet meer waar je moet staan. Serafin drijft ons met het zwaard letterlijk naar de randen van de ruimte. Waar we enkele minuten eerder nog werden uitgenodigd om vrij over de speelvloer te bewegen, worden we nu bijna uit de weg geduwd. De voorstelling zet de grens tussen scène en zaal eerst wagenwijd open, om die vervolgens weer dicht te trekken. Zijn we hier getuige, deelnemer of indringer?
Serafin omschrijft ‘Relics’ als een werk dat voortdurend in wording is: elke ruimte, elke versie kan de performance veranderen. Ook het publiek krijgt in die opvatting een andere plaats dan in een klassieke theaterzaal. Alleen blijft die belofte van nabijheid wat onbenut. We staan letterlijk tussen de objecten en de performer, maar onze aanwezigheid lijkt weinig te veranderen aan wat zich voor onze ogen afspeelt. We zijn dichterbij gebracht, zonder dat we daardoor werkelijk dichter bij het werk komen.
Rituele transformatie
Daarna ontvouwt zich een reeks beelden rond transformatie en ritueel. Serafin wringt zich uit het harnas als uit een omhulsel, bijna als een soort geboorte. Objecten worden aan de sculpturen geofferd, het nu naakte zilveren lichaam neemt plaats bij een van de beelden, er wordt wierook gebrand en een dubbelzijdig masker opgezet. Serafin lijkt in tongen te spreken. De voorstelling bouwt zo langzaam haar eigen beeldtaal op: het lichaam verandert, objecten verschuiven van decor naar handeling en de ruimte krijgt steeds meer de geladenheid van een rituele plek.
Visueel heeft ‘Relics’ veel te bieden. Het zilveren lichaam van Serafin, de sculpturen, de projecties en het licht vormen samen een sterk en consequent beelduniversum. De live muziek van Görkem Şen en Pierre Bayet (Fake Moss) voegt daar een fysieke, soms bijna bezwerende laag aan toe. Serafin weet verschillende disciplines overtuigend in elkaar te laten grijpen. Het lichaam wordt daarbij telkens opnieuw een plek van transformatie en mythologische verbeelding. Precies in die beeldende en auditieve kracht ligt ook de grootste overtuigingskracht van de voorstelling.
Maar hoe sterker de beelden worden, hoe zichtbaarder ook wat eraan ontbreekt. De beelden zijn afzonderlijk sterk, maar de voorstelling laat ze nauwelijks iets met elkaar doen. Mysterie is op zichzelf geen probleem. Ook een voorstelling die zich niet volledig laat begrijpen, kan blijven werken. Maar ergens moet er iets verschuiven: een verband dat zich gaandeweg toont, een beeld dat door een later beeld een andere betekenis krijgt, een handeling die anders begint te resoneren. Bij ‘Relics’ blijft die beweging grotendeels uit. De beelden blijven naast elkaar bestaan en worden daardoor uiteindelijk minder gelaagd dan ze aanvankelijk beloven. Wat het langst blijft hangen, is niet wat ze met elkaar vertellen, maar hoe mooi ze eruitzien.
Research?
Dat wordt des te opvallender wanneer je je verdiept in de research waarop ‘Relics’ is gebaseerd. Serafin vertrekt vanuit de zoektocht naar hun betovergrootvader Shentaro Esaki, een Japanse migrant die begin twintigste eeuw naar de Filipijnen trok. Via genealogisch onderzoek vond Serafin familieleden in Japan en bezocht die de plek waar hun voorouders begraven liggen. Het zijn concrete, hoogst persoonlijke ervaringen waaruit de performance voortkomt. Alleen: veel van die geschiedenis blijft buiten beeld. Als toeschouwer zie je de relics, maar krijg je nauwelijks toegang tot de geschiedenis die ze tot relics maakt.
Ik had die research eigenlijk graag meer in de voorstelling gevoeld. Als toeschouwer moet je zelf de ontbrekende puzzelstukken bij elkaar zoeken. Daardoor dreigt het persoonlijke onderzoek van Serafin te worden gereduceerd tot een reeks universeel herkenbare beelden van spiritualiteit, voorouders en transformatie. De geschiedenis waaruit het werk voortkomt, wordt paradoxaal genoeg abstracter naarmate de performance haar probeert op te roepen.
De geschiedenis waaruit het werk voortkomt, wordt paradoxaal genoeg abstracter naarmate de performance haar probeert op te roepen.
Ook de publieksparticipatie blijft daardoor voornamelijk formeel. Wie op de vloer staat, bevindt zich fysiek in dezelfde ruimte, maar wordt er inhoudelijk nauwelijks in betrokken. Er is geen duidelijke verschuiving in de relatie tussen performer en publiek. We worden uitgenodigd dichterbij te komen, terwijl de dramaturgie ons tegelijk op afstand lijkt te houden.
Dat levert een merkwaardige spanning op. ‘Relics’ wil spreken over wat verloren is gegaan, over een lichaam dat herinneringen en voorouderlijke verhalen opnieuw belichaamt. Maar ik verlaat de zaal vooral met het gevoel dat ik iets heb gemist. Niet het soort vruchtbare verwarring dat een voorstelling nog dagenlang laat nazinderen, wel de frustratie van een informatieachterstand.
Serafin heeft duidelijk iets te vertellen, een verhaal waar ik meer van wil weten. De vraag is alleen hoeveel daarvan de voorstelling daadwerkelijk overdraagt. Wanneer vorm, sound en beeld zo nadrukkelijk aanwezig zijn, wordt esthetiek al snel een substituut voor dramaturgie. ‘Relics’ is dan ook op zijn sterkst wanneer het lichaam werkelijk iets ondergaat en op zijn zwakst wanneer het beeld vooral mooi blijft.
Een voorstelling hoeft geen uitleg te geven. Ze hoeft zelfs niet volledig begrijpelijk te zijn. Maar wie een publiek uitnodigt in een wereld die zo nadrukkelijk naar geschiedenis, ritueel en transformatie verwijst, moet het ook ergens de mogelijkheid geven om binnen te komen. Bij ‘Relics: An Eye Once Blind’ blijft de deur helaas op een kier staan.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz