Performance

Anal Pompidou Simon Van Schuylenbergh en gasten

Bottom-up: woordspel of strategie?

De afgelopen maanden is de Brusselse performing arts-scene een cabaret rijker geworden: ‘Anal Pompidou: A bottom-up Initiative’. Drie avonden per week transformeert een piepkleine ruimte boven het Latijns-Amerikaanse restaurant Wallen, precies op de scheidslijn tussen de ongetemde Marollen en de keurige Zavel, in een laboratorium van podiumkunst waar speelsheid, kritiek en anarchie elkaar ontmoeten. Soms klinkt het, vaker botst het.

Anal Pompidou
Aïcha Mouhamou Anal Pompidou (Rollebeekstraat 13, 1000 Brussel)
29 december 2025

In juli 2025 nodigde de Brusselse artist-run space Winona performancekunstenaar Simon Van Schuylenbergh uit voor een carte blanche. Hij kreeg volledige vrijheid om een performance te ontwikkelen. Uit die uitnodiging ontstond Anal Pompidou, een alter ego dat zinspeelt op KANAL – Centre Pompidou, het Brusselse museum in de vroegere Citroën garage waarvan de voltooiing steeds verder achteruit schuift.

Het KANAL project kan rekenen op stevige kritiek omwille van de exploderende kosten en de steeds grotere vertraging. KANAL werd een financieel risicovol prestigeproject voor het Brussels Gewest. Ook de schaal van het instituut en de alliantie met het Franse Centre Pompidou liggen onder vuur: ze zouden de lokale artistieke autonomie onder druk zetten en de ruimte voor kleinere, artist-run initiatieven verder verkleinen. ‘Anal Pompidou’ scherpt zo een bredere beleidsvraag aan: waarom investeren in een megastructuur, terwijl de steun voor bestaande (grassroots-) cultuur onder druk staat?

‘Anal Pompidou’ fungeert als een groteske en ontregelende spiegel van die logica. Wat begon als een eenmalige performance, bleek al snel meer potentieel te hebben. Van Schuylenbergh besloot zijn alter ego verder te ontwikkelen tot een, aanvankelijk tijdelijk, cabaret met dezelfde naam. Elke maandag-, woensdag- en zondagavond nodigt hij drie artiesten, zowel gevestigde namen als beginnelingen, uit om het ieniemienie podium te betreden. De schaal is radicaal klein en de setting intiem, zelfs benauwend: een zestigtal toeschouwers zit opeengepakt in een piepkleine ruimte.

Elke avond opent met een frontale satire op de kunstwereld en de gentrificatie die in Brussel steeds nadrukkelijker voelbaar is.

Van Schuylenbergh opent elke avond met dezelfde proloog: een frontale satire op de kunstwereld en de gentrificatie die in Brussel steeds nadrukkelijker voelbaar is. Zoals in zoveel grootsteden gaan elitaire kunstpraktijken en stadsvernieuwing er hand in hand. Cultuur loopt vaak voorop bij sociale en economische verschuivingen. Niet toevallig speelt die proloog zich af in een kamertje dat letterlijk op een breuklijn ligt, die tussen de Marollen en de Zavel. Die Zavel geldt steevast als hoger, chiquer en cultureel verfijnder met zijn galeries, antiekzaken én cafés waar je natuurwijn kan degusteren.

Buideltasje als ‘kostuum’

Met een buideltasje om zijn geslachtsdeel als enige kledingstuk richt Van Schuylenbergh zich verbaal én fysiek tot die scene. Hij plaatst een stuk vuurwerk in zijn achterwerk en spreidt zijn billen voor ons. Het is de ‘opening’ van een rist claims en slogans die crescendo gaan: scholen zouden rondleidingen kunnen organiseren ín hem - jawel, ín zijn achterwerk - , BRAFA, Art Brussels én de Affordable Art Fair zouden daar ook tegelijk kunnen plaatsvinden, en als Brussel eindelijk een regering heeft kunnen zelfs politici daar handjes komen schudden. Zijn achterwerk als de nieuwste culturele hotspot van Brussel.

Het lichaam wordt hier opgevoerd als een metafoor voor een machine die alles verteert en weer uitkakt. Een kunstcircuit dat opslokt, vastzet, saboteert en zichzelf steeds opnieuw reproduceert.

Na de openingsproloog volgen telkens drie gastkunstenaars. De voorbije maanden passeerden onder meer Farbod Fathinejadfard, Ika Schwander, Nathan Ooms, Simon Baetens, Manizja Kouhestani, Tomas Pevenage, Spring en Anna Franziska Jäger de revue. Wat hun performances verbindt, is niet zozeer een esthetiek, maar een gedeelde neiging tot satire, lichamelijk exces en expliciete beelden: veel naaktheid, veel anale handelingen, vaak gespeeld als ontregeling of karikatuur.

Echt underground? Dat is ‘Anal Pompidou’ niet.

Toch worden binnen dat op het eerste gezicht homogene register na enkele sessies duidelijke verschillen voelbaar. Niet in termen van kwaliteit, wel inzake dramaturgische opzet. Makers met een achtergrond in het theatercircuit brengen, zelfs binnen dit losse format, een gevoel voor opbouw, timing en spanningsboog mee. Bij anderen blijft de actie fragmentarischer, meer gestoeld op impuls en effect dan op een spanningsboog. Het podium functioneert als een tijdelijke vrijzone waar dus ook makers uit het meer geïnstitutionaliseerde circuit langskomen om, al dan niet bewust, de discipline van hun eigen praktijk los te laten. Niet om iets “nieuws” te bewijzen, maar om te spelen, te ontsporen, even niet te moeten dragen wat elders verwacht wordt.

‘Anal Pompidou’ werd ondertussen stilaan talk of the town. Het woord underground duikt daarbij steeds weer op. Die term verwijst vandaag echter vooral naar een bepaalde esthetiek, als het al geen marketinglabel is. Oorspronkelijk verwees het woord echter naar een noodzaak, naar praktijken die letterlijk en figuurlijk ondergronds opereerden om niet in het vizier van macht en repressie te komen. ‘Anal Pompidou’ daarentegen is zeer zichtbaar, valt te programmeren - deze maand werd het zelfs opgenomen op de affiche van het Toneelhuis -, zet grote(re) namen in en vraagt een inkomprijs van 8 euro per toeschouwer. Echt underground? Dat is het niet.

Ruimte voor impact

Bottom-up is het echter wel! Zoals de slogan luidt: “Anal Pompidou, a bottom-up initiative”. Het is een initiatief dat zichzelf organiseert, zijn eigen publiek opbouwt en een vrijplaats biedt voor experiment en satire op ‘de elite’. Ook dat is best interessant. Bottom-up gaat niet over onzichtbaarheid. Het gaat erom ergens te geraken. De kracht van bottom-up initiatieven ligt in hun vermogen om verandering teweeg te brengen, maar dat gebeurt zelden van buitenaf. Effectieve bottom-up strategieën werken zichzelf georganiseerd omhoog binnen een sector of een industrie, en creëren zo ruimte om impact te hebben. De ‘up’ in bottom-up is geen detail: het is essentieel. Het is de doelstelling.

‘Anal Pompidou’ illustreert dit perfect. Het project speelt met autonomie en zichtbaarheid, bouwt een platform en oefent kritiek op de instituten en ‘de elite’. Bottom-up werken betekent opklimmen, niet verdwijnen; het is een strategie van participatie, invloed en continuïteit. Juist dat maakt de toekomst van ‘Anal Pompidou’ fascinerend en relevant voor ons kunstenlandschap. In het komende jaar zal wellicht blijken hoe bottom-up Anal Pompidou écht wil zijn. Is het een label, een woordgrapje, of een strategie? Dat laatste zou het meest boeiende zijn. Als bottom-up een strategie is, draait het dus niet om vage rebellie of een grappige naam, maar om het samenspel van autonomie, zichtbaarheid en invloed binnen een systeem.

Hoe werkt kritiek wanneer ze niet buiten, maar juist binnen de regels beweegt?

Vooralsnog lijkt ‘Anal Pompidou’ te bewegen op het snijpunt tussen uitdagen en meespelen: hoe ver kan satire gaan binnen een systeem? Hoe functioneert kritiek wanneer ze niet buiten de regels staat, maar net daarbinnen manoeuvreert?

Nu 2026 in zicht is blijft het spannend waar het initiatief zal stranden. Zal Anal Pompidou zich laten inpakken door een systeem van regels, verbonden met subsidies, of blijft Van Schuylenbergh de luis in de pels van het systeem die zich niet de les laat spellen? Blijft hij opereren vanuit dat miniatuur zaaltje boven het Latijns-Amerikaans restaurant, op de grens tussen de Marollen en de Zavel, of zoekt hij grotere podia op? En blijft daar straks dan slechts de echo hangen van een ooit levendig, chaotisch en brutaal cabaret?

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz