Opera

SANCTA Florentina Holzinger

Procrustes’ liturgie

‘SANCTA’ van de Oostenrijkse regisseur Florentina Holzinger vertrekt van de eenakter ‘Sancta Susanna’ van Paul Hindemith. Holzinger duwt het verhaal van de non Susanna die in extatische vervoering raakt bij de aanblik van de gekruisigde Christus tot ver voorbij wat haar voorgangers zich ooit hadden kunnen voorstellen. Ze zet de oorspronkelijke premisse verder, maar breekt die vervolgens volledig open in een misviering die geldt als vervolg op, of misschien eerder als ontsporing van het verhaal.


Bas Van Der Haegen Antwerpse Opera, Antwerpen
meer info download PDF
RECENSIEWORKSHOP
14 mei 2026

Alleen al aan de muziek is dat te merken: naast de originele muziek van Hindemith en flarden uit klassieke componisten als Bach en Rachmaninov krijgen we ook liedjes als ‘It’s raining men’ en originele muziek van hedendaagse componisten waaronder Johanna Doderer, Born in Flamez, Stefan Schneider en Nadine Neven Raihani. Voor een dirigent is dat geen vanzelfsprekende opdracht, maar in die reis door de westerse muziekgeschiedenis van Bach tot Berlijnse techno blijkt dirigent Marit Strindlund niet de minste. Het koor en symfonisch orkest van Opera Ballet Vlaanderen zetten dan ook een fantastische prestatie neer. Waar er hier of daar toch een steekje komt te vallen, lijkt dat eerder te liggen aan een enkele rockgitarist die het nog niet helemaal gewend is om een klassieke dirigent te volgen. 

In deze reis door de westerse muziekgeschiedenis van Bach tot Berlijnse techno blijkt dirigent Marit Strindlund niet de minste.

Hoe verrassend de muziek ook moge zijn, de echte magie – en er zit wel degelijk een magic creator in Holzingers team – zit hem zonder twijfel in het visuele aspect van de opera. De achtergrond is de Sixtijnse kapel in de vorm van een klimmuur. Daarvoor staat een ‘skateramp’ die als altaar moet dienen. Van beide wordt gedurende de voorstelling gretig gebruikgemaakt. Nog voor dat altaar speelt zich het grootste deel van het verhaal af, voor zover dat er überhaupt is. Hier bevindt zich ook ‘God’, in de vorm van een robotarm die in het stuk eigenlijk weinig echte inbreng heeft. Maar ja, hoe kan je die transcendente poppenspeler anders vrijspreken van het kwaad?

Het resultaat is in ieder geval dat er drie dieptelagen zijn waarop gelijktijdig vanalles gebeurt: menselijke spinnen die de Sixtijnse kapel beklimmen op de achtergrond, terwijl uitgeklede nonnen heen en weer rolschaatsen op het altaar en robot-god op de voorgrond de paus rondjes doet draaien in de lucht – het eerste en meteen ook laatste hoogtepunt van Onze Lieve Heer. (De paus wordt gespeeld door een zwangere vrouw met dwerggroei.) Boven op de verboden begeerte van Susanna krijgen we expliciet naakt en bloedige lichamelijke rituelen. Je weet al snel niet meer waar kijken en dat bevrijdend naakt valt eigenlijk niet eens meer op – de pauselijke vogelvlucht des te meer.

De belofte van perfectie

Zoals in elke eucharistieviering ontvangen de gelovigen ook in ‘SANCTA’ het lichaam van Christus. Waar dat lichaam traditioneel wordt gesublimeerd tot brood, weigert Holzinger die symbolische bemiddeling. In plaats daarvan toont ze op grote schermen hoe met een scalpel een stuk huid van een performer wordt afgesneden, gebakken en vervolgens opgegeten. De gebruikelijke afstand tussen teken en werkelijkheid wordt hier opgeheven: wat normaal een ritueel van representatie is, wordt een daad van letterlijk geweld. De expliciete seksuele handelingen verbleken daarbij; het is deze directe inwerking op het lichaam die de toeschouwer dwingt weg te kijken (of flauw te vallen).

Om dit geweld te begrijpen, loont het om niet alleen naar Rome, maar ook naar Athene te kijken – meer bepaald naar de figuur van Procrustes. Deze Griekse bandiet had naast zijn struikroversbestaan nog een bijzondere hobby: hij nodigde reizigers op weg naar Athene uit om bij hem te overnachten. Hij beloofde hen een bed dat ‘perfect’ zou passen, maar zoals het een goede Griekse mythe betaamt, bleek dat een valstrik: wie te kort was, werd uitgerekt tot die de juiste lengte had, wie te lang was, moest een stuk van zijn benen inleveren. Het bed veranderde nooit – het lichaam werd met geweld aangepast om de belofte van perfectie waar te maken.

Het lichaam van de vrouw en het concept ‘vrouw’ in het bijzonder worden blootgelegd als een slagveld waarop religieuze idealen worden ingekerfd. 

Precies zo functioneert in Holzingers lezing ook de religieuze orde: niet als een systeem dat zich aanpast aan het lichaam, maar als een norm waaraan het lichaam en bij uitbreiding de geest zich – desnoods gewelddadig – moeten onderwerpen. Het lichaam van de vrouw en het concept ‘vrouw’ in het bijzonder worden blootgelegd als een slagveld waarop religieuze idealen worden ingekerfd. De ‘mis’ in al haar facetten is niet louter een gratuite provocatie, maar een onthulling van de manier waarop religieuze symboliek historisch functioneert als een Procrustesbed.

Naast het deconstrueren van dat kerkelijk geweld, richt Holzinger haar aanval ook op de oorsprong van het gewelddadige bed zelf. Waar heeft de kerk haar maatstaf vandaan gehaald? Wanneer ‘SANCTA’ zich echter richt op de oorsprong van die normen, verliest de voorstelling aan scherpte. De Christusfiguur verschijnt als een wat stuntelende, halfdronken hippie die bierbakken opstapelt richting de hemel en de draak steekt met bijbelse motieven in een camp-esthetiek. Wat als ontmythologisering kon worden gelezen, blijft hangen in een vorm van banaliteit die expliciet is ontworpen om mensen te doen lachen. De kritiek verschuift van ontmaskering naar karikatuur, geschreven met het doelpubliek in het achterhoofd. 

Immanente vorm van sacraliteit

In de poging tot afbraak poneert ze ook een herziene versie van het ‘bed’. Waar de christelijke liturgie gericht is op een transcendente ervaring van het heilige – iets wat buiten het lichaam en boven de mens ligt – verschuift ‘SANCTA’ naar een immanente vorm van sacraliteit. Het heilige verschijnt niet langer in God, dogma of representatie, maar in het lichaam zelf: in extase, kwetsbaarheid en pijn. Niet de afstand tot het goddelijke staat centraal, maar de onmiddellijke lichamelijke ervaring, die zelf heilig wordt verklaard. Holzinger vervangt de verticale as van de klassieke religie daarmee door een ritueel dat rechtstreeks op dat aardse vlees is gericht.

Los van de humor die als ietwat luie kritiek wat oppervlakkig blijft, slaagt ‘SANCTA’ er met Holzingers barnumiades wel in om zowel publiek als performers mee te slepen in het hele misgebeuren. Een deel van het koor van Opera Ballet Vlaanderen gaat zelfs mee uit de kleren op het einde van het werk. Het publiek scandeert de mantra ‘Don’t dream it, be it!’ en komt tot een gospelachtige extase. Bevrijd, overdonderd en licht weemoedig wandel je naar buiten. Alsof er iets is opengebroken, zonder dat duidelijk wordt wat ervoor in de plaats komt.

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz