Ballet / Dans

Grand Finale Hofesch Schechter / HERMESensemble / Opera Ballet Vlaanderen

Ballet in paniekmodus

Grand finale is het Engelse woord voor de apotheose waar een opera of balletvoorstelling naartoe opbouwt. Denk: de hele 19e-eeuwse rimram van grootse effecten van de grand opéra. Hofesch Schechter verbindt die echter met beelden van strijd, uitputting en ondergang. In zijn ‘Grand Finale’, in de uitvoering door Opera Ballet Vlaanderen, is het ultieme slotakkoord de laatste wanhopige zoen, de laatste dolle dans voor het einde. Een somber beeld van een samenleving in paniekmodus. Maar het orkest blijft spelen.         

Grand Finale
Pieter T’Jonck Opera Antwerpen
30 september 2025

‘Grand Finale’ ging al in 2017 in première in London, maar lijkt vandaag actueler dan ooit. Het balletgezelschap van Opera Ballet Vlaanderen wou er zich maar wat graag aan wagen. Schechter bewerkte het stuk, oorspronkelijk bedacht voor tien dansers, voor een grotere cast van vijftien performers. De muziek, deels zelf geschreven, deels ontleend aan Léhar, Tsjaikovski en andere componisten, herwerkte hij in samenwerking met het HERMESensemble, maar toch zou deze versie  dicht aansluiten bij het origineel.

Hoe dan ook: in minder dan tien minuten pakt Schechter in de opening van ‘Grande Finale’ zijn hele trukendoos uit. De dansers hollen het podium op om in hels tempo te laten zien dat ze zelfs de wildste sprongen, met breed gespreide borstkas en hoog geheven benen aankunnen, unisono of wild door elkaar heen. Je waant je even in een musical. Meteen daarna volgt een grappig ritueel, een soort volksdans: drie vrouwen houden de armen hoog gestrekt, drie mannen waggelen er op gebogen benen omheen. Andere mannen imiteren rinkelende belletjes. Zo’n volksdansmomenten zijn van dan af één van de rode draden in het stuk.

Maar Schechter tapt uit nog meer vaatjes. Zo is er de scène waarin allen samen, in gesloten formatie, als boeddha beelden poseren: ze steunen op één been terwijl ze het andere optrekken en hun handen in bidhouding vouwen. Een flard Riverdance volgt. Veel onderscheid tussen mannen en vrouwen is er daarbij niet: ze dragen allemaal dezelfde soort pofbroeken en shirts, en doen zelden voor elkaar onder in panache en krachtpatserij. Spannend.

Toch is de sfeer op het podium duister, net niet akelig. Rook alom lost alle contouren op. Het licht dat soms van achter de dansers, soms van hoog boven komt priemt daar met moeite doorheen. De wanden van het decor, een ontwerp van Tom Scutt, schuiven voortdurend heen en weer en werpen door die belichting vaak zo’n diepe schaduwen dat het podium een doolhof lijkt. De muziek bepaalt mee die sfeer: obsederende, harde percussie, met tussendoor flarden lyrische muziek met strijkers, blazers en getokkel op akoestische gitaar en meer exotische instrumenten. Als je goed oplet zie je dat het HERMESensemble, dat af en toe opduikt uit het duister, daarvoor tekent.

In dat doolhof vallen doden. Als alle wanden verdwijnen verzamelen de dansers zich in een treurmoment rond het levenloze lichaam van een van hen, terwijl op de tonen van ‘Die Lustige Wittwe’ van Franz Léhar witte vlokjes neerdalen in de oranje-gele gloed van de rook. Een nieuw motief, dat niet meer zal wijken, duikt nu op: mannen en vrouwen slepen elkaars levenloze lichamen over het podium. Je weet niet wat je ziet. Wat eerst een reddingspoging leek verandert soms ongemerkt in een dwaze wals tussen twee partners waarvan de ene al dronken is, maar van geen ophouden wil weten. Of is het een ‘Last Waltz’? Is de titel van de voorstelling, ‘Grand Finale’ louter ironie en zien we mensen die in uiterst penibele omstandigheden alle remmen losgooien? Is dit oorlog? Een schipbreuk?

De muzikanten lijken wel het orkest van de Titanic dat vrolijke wijsjes bleef spelen terwijl de boot aan het zinken was.

Dat denk je zeker als het HERMES Ensemble, iets voorbij de helft van de voorstelling, net na de deze scène, op de voorgrond komt. Plots gaan de gordijnen toe en de lichten in de zaal aan. Een man wordt voor dood achtergelaten op een stoel op het voortoneel. Haastig plaatst men een bordje ‘Back in 5’ op zijn schoot. Het ensemble vult die vijf minuten met overtuiging. Ze hernemen de wals uit ‘Die lustige Wittwe’ wel vijf keer, in sterk verschillende bewerkingen. Marc Tooten opent met een zwierig walsje op altviool; Yamen Martini volgt met een swingende bewerking voor hoorn , Sam Wouters maakt er een intieme improvisatie op gitaar van. Eugénie Defraigne laat haar cello even staan voor een zangmoment waar de anderen in meegaan. Allemaal onder leiding van Stijn Saveniers op cello. Het publiek is weg van deze variaties op het overbekende thema. Het ensemble slaagt er zelfs in hen te laten meezingen. Maar al die vrolijkheid belet niet dat je merkt dat de muzikanten allemaal een zwemvest dragen. Ze lijken zo wel het orkest van de Titanic dat vrolijke wijsjes bleef spelen terwijl de boot aan het zinken was. ‘Grand Finale’ klinkt dan wel heel ironisch als titel.

Daarna nemen woeste drums het weer over: de voorstelling stevent nu echt op een finale af. Denk je toch bij deze explosie van energie. De dansers geven zich totaal: ze kunnen niet hoog genoeg springen, niet wild genoeg uithalen. Het doet nu eens denken aan een klezmer feestje, dan weer aan Broadway, maar ook geweld is nooit ver weg. Tot de uitputting – onvermijdelijk - toeslaat.

Toch stopt de voorstelling daar niet. Het einde van de voorstelling toont de weerbots van die wilde uitbarsting van energie, strijd en geweld. Op elegische strijkersmuziek drumt het hele ensemble gelaten samen in een nauwe ruimte tussen drie wanden. Een black-out later blijven er twee mannen over, in innige omhelzing. Nog een flits later is er weer de groep, of een andere innige omhelzing. Dat is de echte ‘Grand Finale’. De laatste zoen voor het einde. Als de achterwand van de fuik waarin de dansers zich bevinden terugwijkt, verdwijnen ze finaal van het toneel.

‘Begrijpen’ kan je deze voorstelling niet. Ze kent geen verhaal. Ze is te heterogeen qua materiaal daarvoor. Er zijn zelfs geen echte choreografische volzinnen. Het is één lange aaneenschakeling van flitsende momenten, van paniek, vrolijkheid, geweld, extase, gelatenheid. Maar het beeld van een samenleving die op zijn laatste benen loopt, die -bijna letterlijk – tegen muren oploopt, tegen beter weten in, dat blijft wel hangen. Niet in het minst door de verbluffende energie van het ensemble, dat alweer toont dat het van veel markten thuis is.         

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz

Uw steun is welkom
Pzazz.theater vraagt veel tijd en inzet van een grote groep mensen. Dat kost geld. Talrijke organisaties steunen ons, maar zonder jouw bijdrage als abonnee komen we niet rond als we medewerkers eerlijk willen betalen. Uw steun is van vitaal belang en betekent dat we onafhankelijk recensies over de podiumkunsten kunnen blijven schrijven. Alvast bedankt!

Steunen Login