SANCTA Florentina Holzinger
Ingemetseld en afgebroken
Sinds ik mijn eerste opera zag, ben ik gegrepen door het genre, door de muzikale en vocale kracht van deze vorm van drama. Tegelijkertijd woedt er sinds dat moment een vlam in mij, gevoed door de frustratie over de wijze waarop vrouwen in opera verschijnen als decoratief object, metafoor of silhouet in de schaduw van de masculiene tegenpool. ‘SANCTA’ van Florentina Holzinger slaagt er enigszins in om mijn innerlijke vlam te bedaren. Ze laat zien dat het mogelijk is om nieuwe perspectieven te tonen, zij het met radicale ingrepen.
In ‘SANCTA’ gaat regisseur Florentina Holzinger aan de slag met de opera ‘Sancta Susanna’ van de Duitse componist Paul Hindemith. Net zoals in de jaren 1920 brengt de opera de nodige controverse met zich mee. ‘SANCTA’ voelt niet enkel als een bevrijding van het geloof maar ook als een bevrijding van opera: een zegeviering van al haar mogelijkheden, waarin er ruimte is voor de stem van de vrouw.
De voorstelling ‘SANCTA’ begint met de twintig minuten durende ‘Sancta Susanna’ van Hindemith. Toen deze opera in 1922 in Frankfurt in première ging, reageerde het Duitse publiek verontwaardigd en geschokt op de eenakter die zich ontfermt over vrouwelijke seksualiteit binnen de Kerk. De voorstelling onderzoekt religieuze kuisheid en het onderdrukken van seksueel verlangen. Susanna en Beata zijn nonnen die gestraft worden omdat ze toegeven aan hun seksualiteit.
Het verhaal speelt zich af in een klooster waar zuster Susanna aan het bidden is. Terwijl de zachte, met bloemengeur gevulde wind de kapel binnenwaait, ontwaakt bij de non een erotisch gevoel. De oudere zuster Clementia herinnert Susanna aan het celibaat en waarschuwt haar door een verhaal te vertellen over zuster Beata, die levend werd ingemetseld omdat ze toegaf aan haar seksuele gevoelens. De extase van Susanna wordt door dit verhaal alleen maar groter. Vervolgens trekt ze de lendendoek van het kruis. Zij wil nu niets liever dan ook gestraft worden.
Explosie van agency
Florentina Holzinger gaat tot op zekere hoogte klassiek om met deze opera. Het verhaal wordt door de personages gezongen en er zijn nonnen in volledig gewaad op het podium. Intussen beklimmen twee naakte vrouwen het podium en bevredigen ze elkaar. Een voorbode van alles wat nog komen gaat. Achter Susanna en Clementia staat de muur waarin zuster Beata is ingemetseld. Wanneer de muur breekt en Beata verschijnt, begint Holzingers multidisciplinaire installatie. Dit is het kantelpunt waarbij jarenlange repressie een explosie van agency wordt, waarna de rest van de voorstelling zich manifesteert als een grote radicale misviering.
Holzinger trekt zich niets aan van de dwang van het ‘ijzeren repertoire’, integendeel.
Nadat Beata uit de muur komt, weerklinkt het gekrijs van performers en gillende gitaren. De radicale mis ontrolt zich in verschillende soorten muziekvormen: pop, hedendaagse composities, klassieke muziek, sacrale en musicalmuziek. Het sacrale wordt afgewisseld met een hoog showgehalte. Zo dansen naakte nonnen met rolschaatsen op musicalmuziek op het podium. Wordt het vlees van Jezus wel erg letterlijk genomen. Is er een goochelaar aanwezig die trucs uitvoert die net zo onwerkelijk zijn als ‘lopen op water’. En nodigt ‘SANCTA’ het publiek soms uit om al dansend en zingend mee te doen.
De hoop van de post-opera
‘SANCTA’ is een versmelting van verschillende disciplines en kunstvormen die niet-hiërarchisch zijn gestructureerd. Elke discipline draagt evenveel bij aan de betekenis van de voorstelling. Holzinger trekt zich niets aan van de dwang van het ‘ijzeren repertoire’. Integendeel, ‘SANCTA’ benut juist het multidisciplinaire potentieel van opera en leunt hierdoor dicht aan bij het genre van de post-opera. De voorstelling ontvouwt zich als een gelaagd geheel van muziek, tekst, zang, dans, video en scenografie. Holzinger gebruikt de eenakter van Hindemith als fundament waarop ze een installatie bouwt die vrouwelijke seksualiteit, vrouwelijke lichamen en autonomie viert.
Het is interessant hoe naaktheid doorheen de voorstelling wordt genormaliseerd. In een wereld vol schoonheidsidealen en AI is het verfrissend en relevant om echte lichamen te tonen. Naaktheid en seks manifesteren zich als autonome krachten, omdat ‘SANCTA’ suggereert dat de performers een keuze hebben binnen de wereld van de voorstelling. De vrijheid krijgt vorm wanneer enkele koorleden zich van hun kleding ontdoen. Juist het feit dat andere koorleden hun kleding juist aanhouden versterkt dit idee. Het is de keuzevrijheid die ervoor zorgt dat lichamelijkheid en vrouwelijkheid in hun kracht komen te staan in deze voorstelling.
De mentale en fysieke staat van de performers is extreem, het geweld verontrustend.
Het publiek raakt naarmate de avond vordert steeds meer verbonden met de voorstelling, maar ook met elkaar. Dat begint al bij het betreden van het operagebouw. In de gangen van het huis loopt een non rond met een doos waarin de toeschouwers hun ‘confessions’ mogen stoppen. Deze ‘confessions’ worden tijdens het Laatste Avondmaal voorgelezen. Tijdens dat Laatste Avondmaal stappen twee performers met een microfoon de zaal in om aan toeschouwers te vragen of ze hun ‘confessions’ ook live willen delen. In mijn voorstelling blijft het, op een of twee reacties na, akelig stil. Ironisch genoeg blijkt het publiek – na alle bevrijding die op het podium plaatsvond – nog steeds schaamte te voelen over bepaalde intieme gedachten.
Geweld en de Kerk
Holzinger speelt in haar misviering met het geweld in de Kerk en onderzoekt wat er gebeurt wanneer deze elementen niet worden gerepresenteerd, maar gepresenteerd. Het bloed, de seks, het geweld en de naaktheid roepen, ondanks het feit dat ze in scene zijn gezet, de indruk op van realistisch geweld.
De vormentaal van Holzinger doet sterk denken aan het werk van multidisciplinair kunstenares Marina Abramović. De mentale en fysieke staat van de performers is extreem, het geweld verontrustend. Het publiek raakt er zo in verwikkeld dat enkele bezoekers flauwvallen en door medebezoekers de zaal worden uitgedragen. Is het expliciete geweld een reactie op het impliciete geweld dat in de kerk wordt genormaliseerd?
Naast een kritiek op de Kerk manifesteert ‘SANCTA’ zich ook als een kritiek op het operagenre. Niet enkel de bevrijding van de vrouw binnen religie staat centraal, maar ook de bevrijding van de vrouw in opera, waar ze – net zoals in de Kerk – wordt beschouwd als ‘de tweede sekse’. ‘SANCTA’ is niet zozeer een zoektocht naar de stem van ‘de’ vrouw, als een schreeuw vanuit de subjectieve vrouwelijke ervaring. Het doet mij hopen en geloven dat binnen het genre opera nog veel mogelijk is.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz