SANCTA Florentina Holzinger
Het evangelie volgens Holzinger
Met ‘SANCTA’ maakt Florentina Holzinger bij Opera Ballet Vlaanderen een alles opslokkend ritueel waarin opera, performance en spektakel naadloos in elkaar overvloeien. Wat begint als een relatief getrouwe enscenering van een expressionistisch schandaalstuk, groeit uit tot een uitzinnige misviering die rechtstreeks tot het lichaam spreekt.
Het vertrekpunt van ‘SANCTA’ is de korte opera ‘Sancta Susanna’ (1922) van Paul Hindemith, een berucht schandaalstuk over een non die haar seksualiteit niet langer wil onderdrukken. In devote aanbidding, op de rand van opwinding, ligt Susanna aan het altaar, terwijl haar medezuster Clementia haar tot de orde roept. Ze herinnert Susanna aan het lot van de non Beata, die ooit naakt het kruisbeeld besteeg om Christus te omarmen en te kussen maar daarna in de muur van het klooster werd gemetseld. Het mag niet baten: in extase werpt Susanna haar kleed af en wordt ze door de nonnengemeenschap vervloekt.
Holzinger gebruikt deze compacte opera – goed voor ruwweg het eerste halfuur van ‘SANCTA’ – als opmaat voor een ritueel dat de positie van de vrouw en de vrouwelijke seksualiteit binnen het katholicisme in vraag stelt. Na afloop van ‘Sancta Susanna’ zet metalzangeres otay::onii de toon: met een ijzingwekkende schreeuw laat ze het muurtje waarin ze als zuster Beata zat opgesloten verbrokkelen. Haar rauwe keelklanken luiden ook de grote verscheidenheid in aan muziekstijlen die tijdens de rest van de voorstelling langskomen. Bijgestaan door een handvol bühnenmuzikanten uit de bende van Holzinger rijgen koor en orkest van OBV na de expressionistische muziek van Hindemith probleemloos liturgische muziek van Bach, disco, dance en metal aan elkaar.
Mis wordt spektakelstuk
Wat volgt is een spectaculaire eredienst, losjes gebaseerd op de structuur van de traditionele misviering, waarin de volledig vrouwelijke cast van Holzinger de traditie naar haar hand zet. Tientallen nonnen – met of zonder habijt en kap – leven zich uit in een decor dat meer speeltuin dan kerk is: de achterwand is een klimmuur, centraal staat een grote skateramp en links geeft een grote robotische arm sporadisch een kaars of kruis aan. Als herinnering aan de katholieke liturgie duiken ook een slingerend wierookvat en een kerkklok op, waarin een van de performers zichzelf als klepel tegen de binnenwand slaat.
Bijbelse taferelen worden voorgesteld als goocheltrucs, telkens voorzien van de nodige ontregelende ironie.
In deze setting is het dan ook vooral entertainment en spektakel dat de klok slaat. Net zoals Holzinger Rachmaninov naast techno zet, zo schudt ze de operaconventies op door allerlei vormen van performance uit de populaire cultuur mee te brengen. Rolschaatsspringen, zwaardslikken en tal van andere acrobatische stunts passeren de revue. Bijbelse taferelen worden voorgesteld als goocheltrucs: goochelares Laura London schenkt wijn uit een kan water, vermenigvuldigt wijnflessen en trekt zowaar een rib uit een mannelijke toeschouwer om daarmee de eerste vrouw te scheppen. Ook de kruisafneming, de ongelovige Thomas en het Laatste Avondmaal komen langs, telkens voorzien van de nodige ontregelende ironie.
Ontwijden en ontmantelen
Als centrale figuren kunnen ook Christus en de paus niet ontbreken. Een vrouwelijke Jezusfiguur (Annina Machaz), voorzien van een plakbaard en een knuffel van een lam rond de schouders, stormt binnen en ontsteekt in een kleine tirade omdat hij/zij niet meteen werd toegelaten tot de operazaal. Gekalmeerd door diens vape wendt de figuur zich vergevings- en opofferingsgezind tot het publiek (‘I forgive you! I bleed for you!’) en steekt een monoloog af over diens revolutionaire daden. Saioa Alvarez Ruiz, een performer met dwerggroei, geeft op haar beurt gestalte aan de paus. Omhooggehouden door de robotische arm getuigt ze over het feit dat mensen als zij altijd onderhevig zijn aan de denkkaders van anderen, of ze nu als last, dan wel als erbarmelijk geval of zelfs heilige worden gezien.
Religieuze figuren worden onttroond, maar toch is ‘SANCTA’ nooit louter destructief.
Bijbelse verhalen worden ontmanteld, religieuze figuren onttroond, maar toch is ‘SANCTA’ nooit louter destructief. Wanneer er barsten verschijnen in een projectie van Michelangelo’s schilderingen in de Sixtijnse kapel, verzucht Alvarez Ruiz als paus dat die kapel er inmiddels al wel lang genoeg stond – tijd voor wat nieuws. De bouwvakkerstenues waarmee de performers enkele keren opdraven zijn er niet alleen om een bepaald type mannen in hun hemd te zetten, maar geven ook aan waar het Holzinger echt om te doen is: een terugkeer naar de essentie van het geloof, gemeenschapsvorming rond een intens gezamenlijk ritueel.
Lijden als ritueel
Aan de katholieke traditie ontleent Holzinger de idee dat lijden een krachtige motor kan zijn in zo’n ritueel. Dat lijkt althans de onderliggende strekking in de intensere scènes waarin de performers aan body suspension doen. Twee van hen laten zich bij de schouderbladen door de huid piercen met haken die hen in de lucht houden terwijl ze twee metalen platen met een hamer bewerken. Een derde hangt tussen hen in aan haar haren uit de kerkklok. Eerder laat performer Xana Novais tijdens een re-enactment van het Laatste Avondmaal een stukje uit haar zij wegsnijden, om het nadien klaargemaakt en wel aan haar collega’s op te dienen. Nadien steekt een ongelovige Thomas haar vinger in de wonde. Via videoschermen brengen close-ups de chirurgische precisie van deze handelingen akelig dichtbij.
Dit soort taferelen kan schokkend zijn, maar ze herinneren er vooral aan dat de katholieke beeldcultuur dat evenzeer is, terwijl die daar nooit op wordt afgerekend. Het gecontroleerde lijden is bovendien een manier om het lichaam opnieuw toe te eigenen, na een eeuwenlange geschiedenis van onderdrukking. Cruciaal daarbij is dat er bij deze handelingen nagenoeg geen geweld aan te pas komt. Zowel het ‘Laatste Avondmaal’ als de body suspension worden met zorg voorbereid, en die voorbereidingen worden ook getoond. De zorg blijft weliswaar geënsceneerd, maar het maakt het voor de ‘gevoelige kijkers’ (waar ik mezelf onder schaar) toch net iets makkelijker om de lichte weerzin los te laten en vol overgave te bewonderen waar de lichamen van de performers toe in staat zijn.
In de eerste plaats spreekt ‘SANCTA’ het lichaam aan, overweldigt en ontregelt het.
Wat daar ook toe bijdraagt, zijn enkele momenten van stilstand waarin de performers samenzitten en getuigen over hun eigen geschiedenissen en ervaringen. Die intieme momenten zijn niet alleen een aangenaam rustpunt te midden van al het visuele spektakel, maar ze geven ook betekenis aan het geheel, zonder moraliserend te zijn. Aan het einde volgt er weliswaar een simpele slotboodschap – ‘Don’t dream it, be it’, door de hele zaal meegezongen – maar daar lijkt het minder om het woord dan om de beleving te gaan. Die boodschap mag dan naïef en eenvoudig klinken, in de ontlading na de spanning van de extreme stunts werkt ze wel.
Zeker niet alles in ‘SANCTA’ is even trefzeker. De humor is soms wat voor de hand liggend, de publieksinteractie in de vorm van een biecht komt moeizaam op gang, sommige passages doen wat langdradig aan. Het lijkt er Holzinger dan ook niet om te doen een sluitend en strak geheel op te bouwen of om een expliciete boodschap te bieden. In de eerste plaats spreekt ‘SANCTA’ het lichaam aan, overweldigt en ontregelt het. Wie zich aan de ongeremde energie op de scène kan overgeven, voelt zich deel van het ritueel dat Holzinger wil scheppen en stapt misschien wel net zo gelouterd uit de operazaal als anderen uit hun eigen heiligdom.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz