Opera

Nabucco Christiane Jatahy / Opera Ballet Vlaanderen

Het koor van de bevrijding

‘Nabucco’ – dat is toch die opera met het beroemde koorlied ‘Va pensiero’? Inderdaad. Zelfs wie nooit een voet in een opera zette herkent die koorzang meteen. Voor de Italianen vertolkte de koorzang hun verzuchting om bevrijd te zijn van de Oostenrijkse heerschappij in. In de regie van Christiane Jatahy voor Opera Ballet Vlaanderen wordt het koor een roep om bevrijding van dwang en onrecht in het algemeen. Nu! Vandaag!         

Uitgelicht door Johan Thielemans
Nabucco
Johan Thielemans Opera Antwerpen
25 februari 2026

De jonge Giuseppe Verdi twijfelde bij het schrijven van ‘Nabucco’, na een eerdere geflopte opera, aan zijn kansen als operacomponist. ‘Nabucco’ was bij zijn première in de Scala van Milaan echter een enorm succes. De opera luidde een rijke creatieve loopbaan in, die hem tot de belangrijkste Italiaanse operacomponist van zijn tijd maakte.

‘Nabucco’ is geïnspireerd op een melding in het Oude Testament van de verovering van Jeruzalem door de Babylonische koning. De librettist ging met dat gegeven echter nogal vrijpostig aan de haal. In zijn verhaal is een van Nabucco’s dochters, Fenena, verliefd op de neef van de Joodse koning en heimelijk bekeerd tot het Jodendom. Als ze ad interim het land bestuurt, laat ze de Joden vrij. Abigaille, de eerste dochter van Nabucco, maar in werkelijkheid dochter van een slavin, probeert haar van de macht te verdrijven, met steun van de priesters van de God Baal. Een politieke twist ontaardt zo in een godsdienstoorlog.

Nabucco wil daar een eind aan maken door zichzelf tot God uit te roepen. Dat bekoopt hij duur: God ontneemt hem in hoogsteigen persoon zijn kroon. Abigaille profiteert daarvan. Nabucco gaat de gevangenis in, verliest zijn verstand en de Joden worden veroordeeld tot slavenarbeid. In ‘Va Pensiero’ roepen ze hun God aan hen te bevrijden. God regelt dat meteen, en Nabucco, in ere hersteld, wordt zijn trouwste dienaar. Abigaille daarentegen pleegt zelfmoord.

De actualiteit van ‘Nabucco’

Het is niet zo verwonderlijk dat de Braziliaanse regisseur Christiane Jatahy deze opera regisseert. Ze maakt politiek theater, vaak rond het spel van de macht en met migranten in vluchtelingenkampen als kind van de rekening. ‘Nabucco’ resoneert daarmee: je herkent er actuele thema’s in als vreemdelingenhaat of godsdienst als politiek wapen (en omgekeerd). De positie van Abigaille, als dochter van een slavin, is ook al een politiek geladen thema.

Om die actualiteit te benadrukken kiest Jatahy radicaal  voor een hedendaagse aankleding van het stuk. Hier geen Joodse klederdracht, geen Babylonische gewaden of afgodsbeelden. An D’Huys geeft de spelers hedendaagse kostuums en zo speelt de actie duidelijk in het heden. Nabucco draagt bijvoorbeeld een blauw pak – blauw als symbool van de macht.

Die actualisering heeft soms absurde gevolgen, bijvoorbeeld als Nabucco op het einde zegt dat alle heil komt van de ‘juiste’ God. Dat wringt met de actuele geopolitieke context. De kostuums geven ook niet aan wie tot welke groep – Joden of Assyriërs – behoort. Dat maakt het verhaal niet altijd goed te volgen, ondanks de synopsis in het programma.

Jatahy verhevigt in elke scène een essentiële emotie of een conflict.

De persoonlijke visie van de regisseuse tekent deze voorstelling echter wel sterk. Jatahy verhevigt in elke scène een essentiële emotie of een conflict. Zij grijpt daarbij graag naar symbolen: een mantel, zo groot als het plateau, staat voor de macht. Als Abigaille haar geboorteakte vindt, die haar afkomst verraadt, wordt de tekst op de mantel geprojecteerd. Als ze die akte later woedend verscheurt, dwarrelen de snippers op videobeelden over de scène.

Radicaal hedendaags is vooral het koor. Jatahy voegde er Afrikaanse en Aziatische figuranten aan toe. Geen Joden dus. Dat is een ideologische keuze. Jatahy laat zo zien dat verdrukking een internationale realiteit is. Of nog: Jatahy wil niet dat we wegkijken en ons in een historisch verleden koesteren terwijl kwetsbare vreemdelingen van de Antwerpse straten geplukt worden. Het strookt volledig met haar keuze om alle historische anekdotiek te schrappen. Vriend en vijand zijn hier mensen zoals we die op straat tegenkomen of in het televisienieuws zien. Of zoals ze in de theaterzaal zitten te kijken. Die ahistorische band is haar zeer lief.

Het is opera

Jatahy weet de zangers te kneden tot geloofwaardige personages. Ze beschikt ook over een sterke cast. Bariton Daniel Luis de Vicente geeft met forse stem gestalte aan de Nabucco, maar is zeer genuanceerd in zijn waanzinscène. De bas Vittorio de Campo is een heel sterke tegenspeler als leider van de Joden. Verdi gaf beide personages heerlijke partijen, want hij schreef graag voor diepere stemmen. Daardoor krijgt de lyrische tenor Matteo Roma, ondanks diens heldere stem, toch vooral een dienende rol. 

Ewa Versin is een indrukwekkende Abigaille, virtuoos met uitdagende hoge noten, en sterk dramatisch, met een passievolle sterfscène aan het slot. Tegenover haar vertolkt mezzosopraan Lotte Verstaen Fenena, het meisje dat een speelbal is van de patriarchale macht. Hoe opstandig ook, ze is een slachtoffer. Jatahy stopt haar in een wit bruidskleed, dat hier fungeert als een gevangenis voor vrouwen. Dat beeld keert een paar keer weer, met een rij ‘gekooide’ vrouwen. Het is een duidelijk feministisch statement.

Muzikaal is de opera in goede handen bij dirigent Gaetano Lo Coco, die het orkest vinnig laat spelen, met enkele mooie solistische tussenkomsten van de cello. Het koor van Opera Ballet Vlaanderen bewijst eens te meer hoe sterk het theatraal ingezet kan worden, terwijl het ook een hoge muzikale kwaliteit heeft – wat te danken is aan koorleider Jan Schweiger. Het koor is dankzij Verdi én Jatahy een indrukwekkende aanwezigheid.

Het is theater

In de visuele uitwerking is er van bij de aanvang de onontkoombare realiteit van het theater. Op de achtergrond zien we in de scenografie van Thomas Walgrave in een spiegel de toneelzaal. In een klein vierkant zien we ook het hoofd van de dirigent. Voor één keer verdwijnt een hoofdrolspeler in de opera zo niet in de orkestbak: de dirigent is hier volop aanwezig.

De scenografie bestaat uit drie grote spiegels. Ze vermenigvuldigen het aantal personages. Het koor zwelt zo aan tot een massa. Op het plateau ligt een  stuk stof. Later blijkt dat een mantel voor wie de macht heeft (Nabucco) of ze najaagt (Abigaille). Op zeker ogenblik gaat  een fontein te borrelen en zet die het speelvlak onder water. Het versterkt de spiegeleffecten nog meer.

Twee videocamera’s maken van de voorstelling een mengvorm van live theater en film.

Twee videocamera’s hebben een wezenlijke impact op deze scenografie en maken van de voorstelling een mengvorm van live theater en film. Batman Zavareze en Julio Parente, twee vaste medewerkers van Jatahy, kwamen speciaal over uit Brazilië voor deze ingewikkelde maar pertinente beelden. Zo kan Jatahy gezichten van verdrukte Joden op het scherm laten zien. Het water speelt een belangrijke rol, en als Nabucco woedend door de vijver schopt, geeft het opspattende water prachtige beelden op het scherm. Het resultaat is virtuoos theater.

Scène én zaal

Jatahy’s gave als regisseur blijkt echter vooral doordat ze de vertolkers nooit uit het oog verliest. Ze beschikt over een heel groot theatraal weten. Haar vertolkers staan bijvoorbeeld telkens op de juiste plaats. Als Nabucco of Abigaille vooraan op het podium post vatten, weet je dat ze aan de macht zijn.

Jatahy doorbreekt ook graag de vierde wand. Ze wil de zaal bij de actie betrekken. Zo blijken zes zangeressen plots tussen het publiek te zitten en het koor verschijnt al eens op de balkons. Als Abigaille in haar laatste aria al stervend vergiffenis vraagt, staat ze in de zaal: ze is alle macht verloren en  van het podium verbannen.

Jatahy laat de voorstelling eindigen op een moment van samenhorigheid, met een verlangen naar vrijheid.

In aanloop naar de laatste - triomfantelijke - akkoorden van de partituur volgt een geweldige verrassing. Die eindakkoorden verdwijnen in een stukje toegevoegde muziek dat echt de sprong naar het heden maakt. Uit de orkestbak stijgen ijle akkoorden en dissonanten op: peis en vree heeft het verhaal niet opgeleverd. Het klinkt als een kritiek op Verdi's al te rechtlijnige boodschap dat alles wel terechtkomt zolang we onze gebeden richten tot de ‘ware’ god (maar in dit verhaal is dat de nog wrede God van het Oude Testament). Zulke religieuze jubel is de dag van vandaag wel erg misplaatst.

Maar wat blijft als mededeling volledig overeind? Dirigent Lo Coco draait zich plots naar de zaal, en daar weerklinkt plots voor de tweede keer het iconische slavenkoor: het operakoor staat in verspreide orde op de balkons, tussen het publiek. Het zingt a capella ‘Va pensiero’.  Het is de bedoeling dat  het door de zaal wordt meegezongen (bij de première in Antwerpen gebeurde dat heel schuchter). Jatahy laat de voorstelling zo eindigen op een moment van samenhorigheid, met een verlangen naar vrijheid. (Net om die reden hielden de Milanezen zo van de opera: ze herkenden in de vrijheidsstrijd van de Joden hun eigen verlangen om zich van het Habsburgse juk te ontdoen.) Warm, overrompelend en verrassend. Geen wonder dat de voorstelling na afloop op een overweldigende ovatie wordt onthaald.

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz