Sancta Florentina Holzinger
Heilige zwarte mis
De opera in één bedrijf ‘Sancta Susanna’ van Paul Hindemith duurt hooguit een half uurtje, maar daar had hij genoeg aan om de verwrongen verhouding van nonnen en van de Kerk tot seksualiteit in een schel en ontmaskerend licht te zetten. Florentina Holzinger ging voor haar eerste opera hiermee aan de slag. Ze breidt de opera uit met een zwarte mis die alle kerkelijke waarden op zijn kop zet. Ze eindigt op een hymne, een oproep om anders te leven. “Don´t dream it, be it!” Probleem is enkel dat deze mis, zoals alle missen, lang, erg lang duurt.
Het expressionistische libretto van August Stramm voor ‘Sancta Susanna’ weekte in 1921 veel verontwaardiging los. De non Susanna (Cornelia Zink) bereikt door extreme versterving een extatische toestand die omslaat in een brandend verlangen naar fysieke liefde. Met Jezus of Satan, het lijkt er weinig toe te doen. Zuster Clementia (Andrea Baker) waarschuwt haar dat ze hetzelfde lot riskeert als zuster Beata. Toen die toegaf aan haar lusten werd ze ingemetseld achter het altaar. Susanna rukt zich daarop de kleren van het lijf en smeekt om dezelfde straf. Toegesnelde nonnen, onder leiding van een abdis (Emma Rothmann) bedienen haar op haar wenken. Ondertussen slaakt otay::onii van achter een stenen muur een ijselijke gil. Uiteraard bezwijkt de muur meteen.
Wellicht had Hindemith veel binnenpretjes toen hij dit verhaal op muziek zette. Holzinger geniet er zeker van. Ze volgt het verhaal trouw maar stuurt ondertussen naakte vrouwen de catwalk op om elkaar onder de neus van het publiek innig te omhelzen. ‘God’ is hier aanwezig in de vorm van een reusachtige robot, een deus ex machina die plechtig een kaars aanreikt. Naar het einde van het verhaal beklimmen twee even naakte vrouwen een reusachtig kruis van ruimtevakwerken om elkaar op de plek van Christus te bevredigen. Félicien Rops voor gevorderden. Op de achtergrond zie je nog meer naakte vrouwen tegen een klimwand hangen. Niet voor het laatst trouwens, en dan komt er veel water en bloed aan te pas.
Klok en klepel
Tijd dus voor een zwarte mis. Bij wijze van altaar is er een skatepiste die aan beide zijden eindigt op een verhoogd koor. Toch hangt er nog even een gewijde sfeer. Koor en orkest parafraseren een koraal van J.S. Bach en een klok zakt neer uit de toneelhemel. Ze mist helaas een klepel, maar geen nood, een performer neemt die kwellende rol waar.
De kat komt echt op de koord als we op filmschermen zien hoe een vrouw in een lang wit kleed de foyer van de opera binnendringt. Dankzij een plaksnor en -baard kan ze doorgaan voor een Jezusfiguur, compleet met een lam op de schouders. Die Jezus is zo stoned als een garnaal, schoffeert de zaalwacht en breekt dan luidruchtig de zaal binnen voor zijn ‘Publikumsbeschimpfung’: hij was nog nooit in de opera en nu mag hij niet eens binnen. Opera is blijkbaar niet voor een outcast als hij.
Dit is een twee uur durend, lang uitgesponnen feest als persiflage op alles waar de Kerk volgens Holzinger voor staat.
Veel duidelijker kan je als regisseur niet zijn: Holzinger brengt een opera op haar eigen condities, met haar performers, en die passen lang niet allemaal binnen de normen van de opera met zijn welstellende, weldenkende (en bekrompen) publiek. Dat zal blijken in de komende twee uur, een lang uitgesponnen feest als persiflage op alles waar de Kerk volgens Holzinger voor staat. Zoals: de obsessie met kuisheid, de veroordeling van ‘afwijkende’ vormen van seksualiteit, een perverse hang naar lijden en boetedoening, vrouwenhaat, obscurantisme en reactionaire, gewelddadige politieke inzichten.
Voor die visie, die ook opduikt in alle dictaturen, zijn er zeker veel argumenten. Dramaturge Anna Leon vat ze kort en bondig samen in het programmaboek. Net daarom is het jammer dat die argumenten zo zwak doorklinken in het stuk. De persiflage op de misviering eindigt als een reeks taferelen die de eucharistie en de verhalen errond ridiculiseren. Elk op zich geestig, gevat, soms uitbundig, vaak met een stevige dosis vitriool, maar zelden zijn die scènes zo scherp dat ze het publiek écht doen nadenken.
Vleselijk ongemak
Tenzij je nadenken verwart met fysiek ongemak. In de kerkelijke ritus zegt men al eeuwen zonder nadenken ‘Neem en eet, want dit is mijn lichaam’. Alleen kinderen griezelen als ze zich dat concreet voorstellen. In ‘Sancta’ laat Xana Novais echter chirurgisch een stukje spierweefsel uit haar buik verwijderen. Het is akelig gedetailleerd op de schermen te volgen. Achteraf nodigt ze Luz de Luna Duran uit om haar vinger in de wonde te steken, als verwijzing naar het verhaal van de ongelovige Thomas. Finaal bakt ze haar vlees en dient het op tijdens een laatste avondmaal/communie. Zij is echter niet de Christus van dienst. De subtekst wordt daardoor iets als: ‘Ik doe met mijn lijf wat ik wil als ik daar genot aan beleef’. Maar het is ook een beetje Grand Guignol.
Onvergetelijk is hoe Laura London de magie van de Bijbelverhalen reduceert tot banale goocheltrucs.
Echt jammer is het in de scène waarin Saioa Alvarez Ruiz, een vrouw met dwerggroei de Paus verbeeldt. Of God, want de deus ex machina, de robot op het podium, laat haar rondwentelen in de lucht als een soort kermisattractie. Wat ze zegt is echter bloedserieus. Ze legt uit welke operaties ze moest ondergaan ten gevolge van haar conditie en stelt kurkdroog dat ze daardoor, afhankelijk van wie spreekt, een heilige, een betreurenswaardig geval of een last voor de samenleving is. Het had het ideale moment kunnen zijn om begrippen als de Christelijke caritas te fileren, of een waarde als ‘erbarmen’ tegen het licht te houden. Maar het spektakel overstemt dat.
Spektakel is er immers in overvloed, met een saus van harde grappen. De paus die het plafond van de Sixtijnse kapel aan diggelen laat slaan. Jezus die op bierbakken tot in de hemel probeert te reiken en mislukt. Een paar fantastische musicalmomenten tijdens de hoogtepunten van de mis, met een fijne vertolking van ‘It’s raining men’ van The Weather Girls. Onvergetelijk is hoe Laura London de magie van de Bijbelverhalen reduceert tot banale goocheltrucs. Ze verandert water in wijn en produceert tijdens een bekerspel talloze flessen goedkope wijn uit de supermarkt. Ze rukt ook een rib uit het lijf van een toeschouwer (echt waar!) zodat God de vrouw kan maken.
UFO met onbekend doel
Heel veel vondsten en taferelen dus. Teveel. De voorstelling gaat slepen. ‘Sancta’ had veel kunnen winnen bij scherpere keuzes. Waarom er bijvoorbeeld op het einde nog een UFO over het podium zweeft is een mysterie, tenzij de scène moet bewijzen dat geld verbrassen gangbaar is in de opera. Het lijdt immers niet de minste twijfel dat zowel Holzinger als de vijfentwintig performers die ze rondom zich verzamelde echt een andere wereld willen en een andere praktijk dan waarmee de kerk die wereld twintig eeuwen lang opsolferde. Dat blijkt telkens weer als de vrouwen de actie even stilleggen om onder elkaar te praten over levenservaringen. In alle eenvoud leggen ze hun pijnpunten en kwetsuren bloot, maar tonen ze ook waar ze kracht uit halen. Het zijn stere momenten die voor mij meer in het licht hadden mogen staan.
Het theater is de heilige mis van deze performers.
Het einde van de voorstelling keert de provocatieve entrée van Jezus in de opera om. Opnieuw zit de groep performers samen rond de tafel voor persoonlijke ontboezemingen. Elk van hen zegt dat ze zich nooit kon voorstellen ooit in een opera op te treden. Andrea Baker glundert omdat ze op één avond zowel de hoofdrol had in ‘Sancta Susanna’ als schitterde in een musical scène. Alvarez Ruiz pocht dat ze als eerste lesbische, zwangere vrouw met dwerggroei optreedt in een operavoorstelling. Het is dan ook een onwaarschijnlijke avond, met dito cast die seksualiteit viert in alle vormen, zonder iemand in hokjes te duwen. Het theater is de heilige mis van deze performers.
Het is een opstapje voor het slotgebed. Fleshpiece, getooid met duivelshoorns spoort het publiek vanaf de catwalk aan om deze groep tot voorbeeld te nemen. “Omarm vanavond een willekeurig iemand op straat en bedrijf de liefde. Houd het niet meer bij dromen, maar maak je fantasie werkelijkheid”. De andere spelers vervoegen hem daarop voor de hymne ‘Don’t dream it, Be it!’. En warempel, op hun vraag veert het publiek op en zwaait het uitgelaten met de armen. Alsof het geen Pasen maar Pinksteren is en het Heilig Vuur boven hun hoofden gaat branden. Alsof niemand zich nog herinnert hoe Jezus hen eerst schoffeerde. Ovatie!
Dirigent en koor
Als iemand een ovatie verdient voor deze ‘Sancta’, dan is het echter de dirigent. Marit Strindlund gidst het Symfonisch Orkest OBV door een roetsjbaan van muziekgenres die Johanna Doderer, Born in Flamez en Stefan Schneider bedachten voor het tweede deel van de voorstelling. Na de expressionistische muziek van Hindemith volgt een flard barokke muziek van J.S. Bach, waarna ook nog een paar 19e-eeuwse religieus geïnspireerde classics volgen. Tussendoor blijkt dat ze ook de typische volle klank van de musical beheerst en haar hand evenmin omdraait voor een gespierde cover van ‘It’s raining men’ van The weather girls. Ze overstemt zo moeiteloos de scheurende gitaren van Bláthin Eckhardt cs. Faut le faire.
Beslist opmerkelijk is hoe de koorleden van de Opera zich zozeer in het werk inleefden dat verschillende ervan op het einde mee uit de kleren gaan.
Nu we toch bloemetjes aan het uitdelen zijn: het koor van de Opera laat zich evenmin intimideren door de extreem eclectische muziekkeuze. De ruim veertig als non verklede vrouwen bepalen door hun enthousiaste uitvoering én spel zelfs mee de sfeer van het werk. Beslist opmerkelijk is bovendien dat ze zich zozeer in het werk inleefden dat verschillende leden ervan op het einde – het moment van totale bevrijding – mee uit de kleren gaan. En dat zegt dan weer iets over Holzingers overtuigingskracht als regisseur. Al had die dus wel beter wat maat mogen houden voor haar verbeelding van het mateloze omsloeg in verveling.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz