Don Giovanni W.A. Mozart / OBV / Tom Goossens / Francesco Corti
De eeuwige zondaar
De interpretatie die regisseur Tom Goossens en dirigent Francesco Corti geven van W.A. Mozart’s ‘Don Giovanni’ bij Opera Ballet Vlaanderen is in theatraal opzicht uiterst inventief en schuwt geen risico. Goossens zorgt voor een sprankelende vertelling, Corti voor een dynamische lezing van de partituur. Ze worden gediend door een cast die opvalt door zijn jeugdigheid.
Tom Goossens zet in zijn regie van deze overbekende opera vooral in op het zingen en acteren. Daarom vroeg hij scenograaf Sammy Van den Heuvel om een abstracte scenografie, zonder ingewikkelde locatiewissels of paleizen. Van den Heuvel gaf hem een straat die over de hele breedte van het toneel loopt. Daarachter een donker gordijn waarop wolkenpartijen als schimmen voorbijschuiven. Eén attribuut trekt alle aandacht: een ladder die vanuit een gat in de toneelvloer en reikt tot in de toneeltoren.
De rijke verbeelding van Goossens maakt dankbaar gebruik van dit gegeven. De straat geeft vak aanleiding tot een hele verhalen over wandelende passanten. Zo zie je bij een feestmaal bakken met champagneflessen en feestgerechten voorbij komen. Goossens laat zelfs levende kippen over het podium paraderen. Even later brengen twee koks de kippen weer langs, maar dan gebraden. Dieren op het toneel zorgen altijd voor een wonder. Getemde kippen zijn zelfs zo’n unicum dat ze in de publiciteit van OBV een hoofdrol krijgen. Check de website!
Goossens gaf in het verleden al blijk van een lichtvoetige geestigheid en een grote gevoeligheid voor muziek. Die kwaliteiten blijken ook hier.
Zo’n details kenmerken Goossens als theatermaker. In het verleden gaf hij in vele kleine en fijne producties al blijk van een lichtvoetige geestigheid en een grote gevoeligheid voor muziek. Die kwaliteiten blijken ook hier, nu hij in een groot huis een legendarische opera onder handen neemt. Hij wordt daarbij niet alleen door Sammy van de Heuvel, maar ook door kostuumontwerpster Sophie Klenk-Wulff prima ondersteund. Het geraffineerde palet van haar kostuums gaat van fel rood, de kleur van woede en wraak voor Donna Elvira tot lentegroen voor de geliefden Masetto en Zerlina. Goossens bedacht zo zelfs een subtiele dramaturgie van de kleuren.
De voorstelling opent met een verrassing: Goossens laat zowel de cast als het koor tijdens de ouverture al de slotgroet brengen. Dat doen ze wel in hun ondergoed, alsof ze hun theaterkostuums al afgelegd hadden, zou je kunnen denken. We zien al het einde van een voorstelling die nog moet komen. Goossens heeft zoveel zin voor muziek dat hij momenten in de partituur vaak aangrijpt om beelden op te bouwen, maar wat van deze scène de bedoeling is blijkt pas veel later. Voorlopig levert het een wat dubbel gevoel op: de scène is knap gedaan, maar ontdoet de ouverture van zijn dramatische kracht. Theater haalt het hier op de muziek.
Vanaf dan schetst Goosens het gecompliceerde libretto van Lorenzo Da Ponte op zijn bekende, levendige manier. Hij laat merken dat Don Giovanni een moordenaar, een verkrachter, een bedrieger en een manipulator is. De opera noemt hem een dissoluto, een losbol. Hij aast op alle vrouwen, of ze nu klein of groot, jong of oud, mooi of lelijk zijn. Wolfgang Stefan Schwaiger vertolkt de rol uitbundig. Door zijn lange en magere figuur is hij qua gestalte een atypische Don Giovanni, een jonge vlegel.
Anna, Elvira, Zerlina…
Al in de eerste scène verleidt Don Giovanni Donna Anna ( een dramatische Marie Lys). Haar vader, de Commendatore (de bas Edwin Kaye) betrapt hem en daagt hem uit tot een duel. Dat leidt tot zijn dood. De Commendatore stijgt dan via de ladder op het podium op naar de (toneel-)hemel. Zijn dochter, die de moordenaar niet herkent, zint op wraak en vraagt haar verloofde, Don Ottavio, om hulp. Tenor Reinoud Van Mechelen zingt met passie zijn aria. Zijn rijke versieringen leveren schitterende vocale momenten op. Traditioneel zoeken tenoren de mooie vorm op, maar dat ondergraaft hun geloofwaardigheid als wreker. Van Mechelen trapt niet in die val: zijn overtuigend dramatische interpretatie maakt zijn wraakzucht wel geloofwaardig.
Leporello, de knecht van Don Giovanni, ziet de esbattementen van zijn baas moedeloos aan. Hij is zowat het geweten van Don Giovanni, maar te laf om aan zijn meester te weerstaan. Zo wordt hij nu eens medeplichtige, dan weer slachtoffer. Mozart en Da Ponte maakten er een complexe, komische rol vol contrasten van, een geschenk voor bariton Michael Mofidian.
Ondertussen kan Don Giovanni het verleiden niet laten. Hij probeert het boerenmeisje Zerlina (Katharina Ruckgaber) in te palmen met de woorden: ‘Geef me je hand’. Goossens laat Don Giovanni dit vanop een afstand zingen, voorlopig zonder fysiek contact. Het is één van de momenten waar de regie tegen de traditie in gaat. Het loopt hoe dan ook slecht af voor Don Giovanni als Zerlina’s verloofde Masetto (Justin Hopkins) hem verjaagt. En dan is er nog Donna Elvira. Don Giovanni is vergeten dat hij haar eerder al verleidde. Deze vrouw, een rol van Arianna Vendittelli, herinnert zich dat wel, en is uit op wraak. Dat merk je al aan haar bloedrode kleed. Daarom neemt ze Zerlina ook in bescherming. Mozart schreef voor die rol dramatische aria’s, een genre dat je in een opera seria – een ernstige opera- verwacht, niet in een komedie. Met die vermenging van genres brak Mozart met de theatrale codes van zijn tijd.
De vrouwen zijn niet langer de speelbal van de listige verleider, maar te duchten tegenstanders.
Donna Elvira verneemt dan van een schuldbewuste Leporello dat zijn meester de namen van al zijn slachtoffers bijhoudt. Goossens geeft deze scène een komische draai. Op de straat wordt een lang doek uitgerold met de namen van alle slachtoffers. Donna Elvira loopt ze met ongeloof af tot ze in de coulissen verdwijnt, maar duikt al lezend meteen weer op aan de aan de andere kant van de scène. Van dan af smeden alle bedrogen vrouwen een verbond. Goossens laat sterke vrouwen zien. Ze zijn niet langer de speelbal van de listige verleider, maar te duchten tegenstanders.
Het eerste bedrijf loopt uit op een feest met alle protagonisten. Don Giovanni zingt er ’La Libertà’. Mozart onderstreepte deze woorden, alsof ze een politieke betekenis hadden. Goossens geeft het lied een expliciet politieke betekenis als Don Giovanni met de armen zwaait en iedereen hem volgt als in een manifestatie. Alludeert Goossens hier op de Franse Revolutie? ’Don Giovanni’ dateert immers van 1787, twee jaar voor de Revolutie waar Mozart zeker sympathie voor had. Het blijft een moeilijk punt, want het is dan wel een schurk die de ‘Nieuwe Tijd’ van vrijheid aankondigt. Hij krijgt tijdens het feest trouwens op zijn donder van de andere personages en slaat op de vlucht.
Eeuwige herhaling
In het tweede bedrijf probeert Don Giovanni aan zijn belagers te ontkomen door van rol te wisselen met Leporello. Hij laat hem zo opdraaien voor de wraakzucht van de dorpelingen onder leiding van Masetto (leuk detail : zij rossen hem af met champagneflessen). Don Giovanni (verkleed als Leporello) betovert Don Elvira met een serenade (hier begeleid door de mandoline van Thomas Langlois). Tom Goossens geeft het begin van dit bedrijf een verrassende draai. We gaan even terug in de tijd en herbeleven de nederlaag van de schurk, maar terwijl iedereen in het eerste bedrijf van links naar rechts over de straat wandelde, stapt vanaf nu iedereen andersom, en achteruit. Het koor bijvoorbeeld, dat in het eerste bedrijf eenvoudige dansen van links naar rechts uitvoerde in een choreografie van Femke Gyselinck, moet dat nu in omgekeerde volgorde doen.
Goossens mikt zo op een circulaire verbeelding van de tijd. Het programmaboek zegt daarover dat het de vraag is of Don Giovanni een andere weg zou kunnen inslaan of elke dag weer, fataal, dezelfde misstappen begaat. Het is een pessimistische gedachte: elke avond weer vervalt Don Giovanni in zijn oude gewoontes. Daarom blijven we deze mythe, en de opera, steeds opnieuw opvoeren, als een noodlot. Don Giovanni is van alle tijden. De zwakte van het concept is dat het op een onoplosbare contradictie stoot. Mensen kunnen wel achteruit stappen, maar zangers kunnen niet ‘achteruit zingen’.
Die processie van Echternach leidt naar de laatste maten van het werk en het eindapplaus. Het theaterritueel van het begin wordt herhaald (nu met echt applaus). The end is in the beginning, and the beginning is in the end, zeg maar. Het concept kost alle deelnemers een bijzonder volgehouden inspanning (spelers én regisseur) om een eenvoudig meta-idee gestalte te geven. Mij overtuigde het niet helemaal, hoe precies de gedachte ook in beelden en gebaren is omgezet.
We laten even het concept varen en keren terug naar het hoogtepunt van het verhaal. Don Giovanni stuit op het standbeeld van de Commendatore. Goossens liet de man al geregeld de ladder afdalen om een oogje in het zeil te houden. Een prima regievondst: ze herinnert ons er steeds weer aan dat Don Giovanni, ondanks zijn charme, een moordenaar is. Nu nodigt hij Don Giovanni uit tot een maaltijd. Don Giovanni reikt de Commendatore dan roekeloos en uitdagend de hand. De Commendatore sleurt hem aan die hand de hel in.
Francesco Corti interpreteert de partituur zo dynamisch dat de opera een grote vaart krijgt.
Goossens ensceneert dat dramatische moment met voorbeeldige soberheid. Schwaiger vertolkt Don Giovanni’s uitdagende koppigheid en ondergang sterk: hij laat hem al zingend veranderen van een luchtige verleider in een tragische figuur die roemloos verdwijnt in de hel – de ruimte onder de toneelvloer –. De Commendatore, als vleesgeworden deugd en recht, gaat dan weer hemelwaarts via de ladder. Terwijl het hellevuur uit de put in de vloer slaat verdwijnt de ladder, nu zijn rol vervuld is, in de toneeltoren. Het is een origineel uitgewerkte en virtuoos geregisseerde passage..
Wat deze voorstelling extra bijzonder maakt is dat de overtuigende en intense vertolking van een groep jonge zangers. Goossens zet in op hun jeugdigheid. Dat levert een voorstelling op die een sterke theatraliteit verbindt met een uiterst natuurlijke acteerstijl.
De vitaliteit van het theatrale gebeuren krijgt een echo in de muzikale uitvoering. Francesco Corti interpreteert de partituur zo dynamisch dat de opera een grote vaart krijgt. In enkele gecompliceerde bewegingen gaat het soms zelfs iets te snel. Hij zit zelf aan de piano als lid van de continuo. Hij zorgt voor veel meer dan technische tussenkomsten. Hij getuigt op vele ogenblikken van een sprankelende fantasie, wat hem tot een ideale artistieke partner van de regisseur maakt. Zo groeit deze ‘Don Giovanni’ uit tot een nieuwe, moderne lezing van deze klassieke opera. Alleen het concept van het tweede bedrijf staat de overvloedige verbeelding van Goossens wat in de weg. Maar verder is dit een voorstelling zonder een spatje conventie of drukkende traditie. Het is gewoon een springlevende, verrassende en meeslepende avond in de opera.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz