Opera

Parsifal Opera Ballet Vlaanderen / Susanne Kennedy / Markus Selg

Parsifals gespleten ziel: hoe een gesamtkunstwerk dreigt uiteen te vallen

‘Parsifal’, Wagners zwanenzang, was meer dan muziek en drama voor een avondje uit. Het amalgaam van middeleeuwse graalmythe en christelijke symboliek moest een spirituele ervaring bieden aan ieder die zich waagde aan de pelgrimstocht naar Bayreuth. Ook in 2025 blijft het spirituele karakter behouden, al is de insteek van regisseur Susanne Kennedy en audiovisueel kunstenaar Markus Selg radicaal. Parsifal verschijnt niet enkel als een figuur met een gespleten ziel; de hele productie lijkt tussen twee polen te zweven zonder die echt te verzoenen.


Bas Van Der Haegen Vlaamse Opera Gent
meer info download PDF
RECENSIEWORKSHOP
06 november 2025

In de klassieke muziek leeft nog steeds de neiging om een werk in een ‘imaginair museum’ te plaatsen (een term van Amerikaanse filosoof Lydia Goehr). Daar hangt het dan eeuwig en onveranderlijk, zodat we het in zijn originele pracht kunnen aanschouwen tot het einde der tijden (en dat is niet per se negatief). Opera Ballet Vlaanderen was er met hun eerste ‘Parsifal’-productie in 1914 relatief vroeg bij en heeft naar eigen zeggen ‘een lange geschiedenis met Parsifal’. In 2025 biedt de directie van maestro Alejo Pérez, geflankeerd door solisten van fantastisch niveau, een getrouwe weergave van Wagners genialiteit als componist. Pérez lijkt het museum daadwerkelijk te hebben bezocht. 

Zodra de blik van muziek naar enscenering verschuift, blijkt evenwel dat de idee van een ‘traditionele’ voorstelling voorbarig is. Nog voor de prelude inzet, wordt de toeschouwer ondergedompeld in het eerste van vele bevreemdende visuele spektakels, gecreëerd door Markus Selg. Je loopt als het ware door de rotsachtige binnenkant van een donut, op zoek naar het einde van de tunnel waarvan je het licht ziet, al komt de uitgang nooit dichterbij. Qua stijl doet het beeld denken aan een game uit de vroege jaren 2000, met een hypnotiserende, eindeloze herhaling. 

Enerzijds is het visuele te aanwezig en opdringerig, anderzijds oogt het naïef en simplistisch. 

In diezelfde stijl zullen we doorheen de vijf uur durende opera tal van andere AI-gegenereerde beelden op de achtergrond zien, van lichtjes mismaakte vogelsilhouetten die over een post-apocalyptisch landschap vliegen, tot een bos dat volledig in vlammen opgaat. Midden op het podium staat een futuristische, hoekige ‘capsule’ waarvan de binnenkant bedekt is met spiegels. Daarin zit Parsifal, vertolkt door tenor Christopher Sokolowski, voor het overgrote deel van de voorstelling op een met dierenhuiden beklede stoel, gevangen in zijn eigen reflecties. Ook die spiegels worden gebruikt als projectievlak: van caleidoscopische effecten tot fractalen en sciencefiction-achtige geometrische figuren.

Christelijke moraal

Kennedy en Selg blijven dicht bij Wagners spirituele intentie. Anders dan bijvoorbeeld de ‘Ringcyclus’ is ‘Parsifal’ doordrongen van een bijna opdringerige christelijke moraal: van dwaze jongeman moet Parsifal uitgroeien tot een Jezus-figuur die alles en iedereen zal verlossen. We ontmoeten hem aan het begin van de eerste akte als iemand met amnesie – hij kent niet eens zijn eigen naam. Wanneer de eerste schok van het visuele geweld wegebt, ontstaat er iets paradoxaal rustgevend, vanaf de tweede akte. De toeschouwer went langzaam aan de geprojecteerde loops en aan Wagners muziek, die wel blijft evolueren maar tegelijk via terugkerende thema’s steeds vertrouwder gaat klinken. Zo verzink je even in de muzikale grootsheid, alsof je er via de visuele mantra’s ook zelf deel van wordt. Af en toe lijkt het bewuste ‘zijn’ even te verdwijnen – momenten die schaars maar betekenisvol zijn. 

Maar hoe fascinerend ook, het visuele schiet even vaak tekort en haalt ons op die momenten wel weer uit die trance. Enerzijds is het visuele te aanwezig en opdringerig, anderzijds oogt het naïef en simplistisch. De figuranten op het podium functioneren grotendeels als statisch decor: wanneer ze uiteindelijk met hun armen mogen zwaaien, ziet dat er eerder pietluttig uit. Af en toe verschijnen posters met onleesbare informatie. Ook achtergrondpersonages in Arabisch geïnspireerde kostuums lijken vaak overbodig. 

Begrippenmummies

Gaandeweg komt Parsifal tot medelijden en inzicht, samengebracht in de centrale idee van ‘Mitleid’. De mislukte verleiding door Kundry (mezzo Dshamilja Kaiser), een mysterieuze zondares, vormt het sleutelmoment dat Parsifals evolutie doorheen het werk moet beklemtonen. De naïeve ‘eros’ laat hij achter zich voor iets dat lijkt op een oosters geïnspireerde ‘agape’ (naastenliefde). Aan het einde van de opera keert Parsifal terug als de ‘reine dwaas’ naar het kasteel van de Graal, geneest de gewonde koning Amfortas en herstelt zo de heilige gemeenschap der Graalridders. De cirkel is rond: wat begon met onwetendheid en schuld, eindigt in inzicht en verlossing. 

Opera zit opgescheept met twee polen die door de tijd de neiging hebben om van elkaar weg te evolueren. 

Ook Kennedy en Selg zijn naar Wagners muzikale ‘Bildungsroman’ komen kijken in ons imaginaire museum, maar kwamen terug met een radicaal experiment. Misschien maar goed ook: een werk dat enkel museaal stof zou vergaren, zou al snel het muzikale equivalent worden van Nietzsches ‘begrippenmummies’. Dat zijn woorden of concepten die steeds weer herhaald blijven, hoewel ze leeg en inert zijn geworden: hun oorspronkelijke betekenis is verloren gegaan en ze leven nog nauwelijks in actuele discussies of praktijken. In het geval van muziek dreigt het werk dan het deuntje te worden van de mechanische nachtegaal uit Andersens sprookje: telkens opnieuw een verstikkend perfecte uitvoering, die je al snel zat wordt. 

Net om dat te vermijden zijn producties als deze broodnodig. De kunstliefhebber moet af en toe eens van stuk gebracht worden, kunst mag provoceren. Net in die onverwachte uitdaging schuilt iets vitaals: een onverwachte wisselwerking tussen werk en toeschouwer die voor een ogenblik de adem doet stokken, vragen oproept.

En vragen oproepen, dat doet deze ‘Parsifal’ voortdurend. Naast het teruggrijpen op Wagners kernboodschap – met de (extra) toevoeging van wat oosterse invloeden uit boeddhistische en hindoeïstische hoek – is er eigenlijk weinig aandacht voor diens muziek. Die lijkt met het visuele een ongemakkelijk verbond te hebben gesloten, waarbij ze naast elkaar bestaan zonder elkaar werkelijk te versterken. Het gesamtkunstwerk dat Wagner voor ogen had, dreigt zo uiteen te vallen. De slotscène waarin we Parsifal in zijn grot/capsule zien opstijgen, blijft wel bij. Eindelijk een ogenblik van harmonie, zowel visueel als muzikaal. 

De spanning tussen indrukwekkende momenten en haperende details weerspiegelt niet alleen het kernprobleem van ‘Parsifal’. Het proberen helen van de gespleten ziel is misschien iets waar elke hedendaagse operaproductie mee worstelt. Hoe zorg je ervoor dat je productiehuis een authentieke, bezielde nachtegaal blijft, terwijl haar deuntje doorheen de eeuwen vaststaat? 

In de bestaande traditie is het immers amper denkbaar dat we het werk van de componist zouden herinterpreteren: op enkele uitzonderingen na gebeurt het eigenlijk enkel als het vermoeden rijst dat de componist misschien iets anders voor ogen had dan gedacht. Als vanzelf zit opera zo opgescheept met twee polen die door de tijd de neiging hebben om van elkaar weg te evolueren. Elke hedendaagse productie wordt zo een paradox: we moeten het werk uit ons imaginair museum halen, het stof van de eeuwen afblazen en het opnieuw laten ademen – of toch totdat de muziek op zijn einde komt. Wat Selg en Kennedy betreft is hun ‘Parsifal’ misschien niet altijd overtuigend, maar één ding is zeker: hij ademt.

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz

Uw steun is welkom
Pzazz.theater vraagt veel tijd en inzet van een grote groep mensen. Dat kost geld. Talrijke organisaties steunen ons, maar zonder jouw bijdrage als abonnee komen we niet rond als we medewerkers eerlijk willen betalen. Uw steun is van vitaal belang en betekent dat we onafhankelijk recensies over de podiumkunsten kunnen blijven schrijven. Alvast bedankt!

Steunen Login