Ballet / Dans / Muziektheater

Romeo + Julia Marcos Morau / Sergej Prokofjev / OBV

Romeo + Julia, of Winston and Julia?

Opera Ballet Vlaanderen nodigde de Spaanse choreograaf Marcos Morau uit om zijn visie te geven op het roemruchte ballet ‘Romeo en Julia’ van Sergej Prokofjev. Morau liet het liefdesgezwijmel voor wat het is en concentreert zich op de meer gruwelijke aspecten. Zijn ‘Romeo + Julia’ wordt zo een ‘Winston + Julia’ uit ‘1984’ van George Orwell: een verhaal over een wereld die uit zijn hengsels hangt door kwade machten, en liefde onmogelijk maakt. Maar anders dan Orwell wijst Morau niet aan wat die kwade krachten zijn, maar toont alleen hun gevolgen in een razende chaos.

Romeo + Julia
Pieter T’Jonck Opera Gent
22 maart 2025

 ‘Romeo en Juliet’ is allerminst een liefdesverhaal. Het begint met een coup de foudre, dat wel, en er is ook een balkon, maar voor de rest gaat dit stuk van William Shakespeare over familievetes, moord, bruut geweld en smartelijke vergissingen die ertoe leiden dat de twee geliefden wel huwen maar elkaar daarna nauwelijks nog zien en finaal allebei sterven door een misverstand. Sergej Prokofjev (1891-1953) had dat als geen ander door toen hij de muziek schreef voor een ballet zonder woorden, gebaseerd op dat verhaal. 

Het kostte hem heel wat moeite om zijn versie van de balletmuziek opgevoerd te krijgen. Hij botste niet alleen op weerstand van de sovjet autoriteiten. Ook de dansers begrepen weinig van zijn ritmisch en harmonisch complexe muziek. Vergeleken met ‘West side story’, de Noord-Amerikaanse variant van Leonard Bernstein klinkt de muziek bijzonder duister en grillig, met slechts schaarse momenten van liefdesgevoel. Het bekendste deel ervan, de ‘Dans der ridders’ opent bijvoorbeeld met op en neer dreunende hoornstoten, als van zware laarzen, gevolgd door nerveuze strijkers, een thema dat door heel het werk zal blijven opduiken. Het doet eerder aan een oprukkend leger dan aan hartstochtelijke gevoelens denken.

Dat moet de Spaanse choreograaf Marcos Morau aan het denken gezet hebben over de nachtmerrieachtige kanten van het verhaal van Shakespeare. Het openingsbeeld van zijn ‘Romeo + Julia’ weerspiegelt dat: een dicht op elkaar gepakte groep mannen en vrouwen, zonder uitzondering in het zwart gekleed, duwen met inspanning van al hun krachten een groot, hel verlicht gotisch raam van links naar rechts over het podium. In de achtergrond komt een geharnast paard voorbij. Dan gebeurt het: armen en rompen vliegen plots heen en weer, alsof een grillige marionettenspeler aan de touwtjes trok, of alsof een plotse koorts de figuren overviel. Zo’n momenten van ontreddering, van ontredderde choreografie ook, zullen blijven opduiken in de voorstelling.

Liefde? Dat is hoogstens een intermezzo.

Eerst volgt echter het sleutelbeeld van de voorstelling. Eens de dansers vluchtten in de coulissen ontdekken we een verhoogd, rond plateau waarboven een even groot, rond baldakijn van zware, donkere stof hangt. Uit dat baldakijn zakt een halfrond, wit gordijn neer dat de scène op dat plateau plots helder laat oplichten tegen de duisternis die heerst over de rest van het podium.

Hier ontvouwt zich een innig tafereeltje: een kleine jongen en een iets groter meisje bouwen een blokkenkasteel. De jongen gooit  de boel wel eens overhoop – een kleine, maar lieve belhamel -. Bizar is wel dat zowel jongen als meisje een zwaar, alweer zwart, somptueus zestiende-eeuws vrouwengewaad met opbollende mouwen dragen. Omdat men toen tot de leeftijd van zes-zeven jaar geen onderscheid maakte tussen jongens en meisjes? Of is dit een queer knipoog? Geen idee. Een ridder in glanzend zwart kostuum met geveld zwaard, als een zestiende-eeuwse Hamlet, sluipt rond het tafereel en bespiedt hun argeloze spel. Dichterbij komt hij echter niet, want een grote glazen stolp, versierd met spitsboogmotieven zakt neer en isoleert het plateau en de kinderen van alles eromheen.

Datzelfde beeld besluit ook de voorstelling, maar dan als een spiegelbeeld. De dansers hebben zich allemaal op het plateau verzameld als de stolp weer neerzakt. Ondanks de gutsende regen in de stolp zie je hoe ze elkaar met geweld te lijf gaan, en zelfs de kleren van het lijf scheuren. De kinderen komen net dan weer aangetrippeld en kijken van buitenaf toe naar dit schrikbarende toneel. Het is een zuiver voorbeeld van theatrale symboliek. Het begint met de volwassenen die met verwondering terugkijken naar de verloren onschuld, het eindigt met de kinderen die ontdekken in welk een gewelddadige wereld ze later zullen terechtkomen. Liefde? Dat is hoogstens een intermezzo.

Er staat gewoon geen maat op de visuele vondsten van deze voorstelling.

Dat is wat de voorstelling, tussen dit begin- en eindbeeld, ons wil tonen. We zien verschillende Romeo’s en Julia’s, soms innig, soms verdwaasd, soms schaterlachend. Met vaker wel dan niet die ongecoördineerde, schokkende bewegingen als van marionetten of ontregelde robots die zich naar hun einde toe meppen en vechten. De choreograaf haalt hier, samen met zijn scenograaf Max Glaenzel, kostuumontwerper Silvia Delagneau en lichtontwerper Bert Jansà alles uit de kast. (Helaas blijkt achteraf dat er bij de voorstelling die ik zag technisch nogal wat fout liep met de scenografie. Het is wellicht nog spectaculairder dan wat ik zag).

Ik kijk bijvoorbeeld mijn ogen uit als zo’n tien dansers, nauwelijks herkenbaar door hun zwarte bivakmuts, plots het podium op glijden. Hun lijf gaat helemaal schuil in een pak van zwaar, zwart gefronst leder in de vorm van een afgeknotte kegel. Ze zakken er plots zelfs helemaal in weg, zodat alleen die vreemde kegels overblijven. Veel tijd om de betekenis hiervan te achterhalen krijg je niet, want de scènes volgen elkaar even snel op als de muzikale fragmenten van Prokofjev elkaar op de hielen zitten. Er gaan vuren branden, er wordt gedrumd, gelopen, geduwd en getrokken. Er staat gewoon geen maat op de visuele vondsten van deze voorstelling. Dat houdt je meer dan bezig, maar belette mij alvast ook om een rode dramaturgische draad te vinden of gewoon maar mij in te leven in de personages. Het is alsof Morau ons het voorgeborchte van de hel wil laten zien: een wereld zo zinloos en wreed als de ergste nachtmerrie. Dat was trouwens ook de bedoeling, lees ik.

Voor mij werkte dat lang niet altijd: ik merkte dat ik me steeds meer op de muziek, gedirigeerd door de Brit Gavin Sutherland, ging concentreren, en het visuele geweld erbij nam als een videoclip bij een song. Choreografisch viel hier immers niet zoveel te beleven omdat je door de duisternis en de zware gewaden van de dansers zelden veel detail kan ontwaren: het blijven vreemd ontregelde figuren. Het resultaat is een voorstelling die uit balans is. Begin- en slotbeeld hebben een overduidelijke betekenis, een didactische boodschap haast: we laten onze kinderen achter met een wereld vol gruwel. De gruwel zelf daarentegen kreeg de vorm van een quasi-chaos die weinig verhelderde over de aard van die gruwel. Dat is een gemiste kans. Mooie muziek, dat wel. 

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz