SANCTA Florentina Holzinger
Iedereen Susanna!
Naakte nonnen op rolschaatsen – daarmee gingen de poppen aan het dansen in Antwerpen. Nog voor de Belgische première kon plaatsvinden vloeiden over de schandaalopera ‘SANCTA’ van Florentina Holzinger al liters inkt uit de pennen van kerkleiders, politici en trollen. De bijna volledig vrouwelijke cast van deze sacrale burleske bestaat uit sekswerkers, tatoeëerders, circusartiesten en andere naturisten. Met onverbloemde kritiek op de kerk opent ‘SANCTA’ de ogen, al is het gepermitteerd om ze af en toe even dicht te knijpen.
Vertrekpunt is de eenakter ‘Sancta Susanna’ van componist Paul Hindemith en librettist August Stramm, die bij de lang uitgestelde première in 1922 direct de nodige ophef veroorzaakte. In deze mini-opera kan kloosterzuster Susanna haar seksuele drang niet langer bedwingen, ondanks haar gelofte van kuisheid en de waarschuwingen van collega’s. Omringd door haar gemeenschap, die haar met demonisch koorgezang beschuldigen van satanisme, verliest ze haar laatste sprankje godsvrucht en rukt ze het habijt van haar lijf. Deze daad van ultieme overgave is voor Susanna even bevrijdend als noodlottig.
Meer dan honderd jaar geleden durfden Hindemith en Stramm het verplichte celibaat (inclusief seksuele onthouding) van de katholieke kerk in vraag te stellen. Het lijkt pionierswerk, maar we zouden nog vergeten dat de visionaire abdis Hildegard von Bingen in de twaalfde eeuw bij de eersten was om op een positieve manier over het vrouwelijk orgasme te schrijven. Lang voor Willem Kloos zijn gevleugelde woorden kon neerschrijven, was zij een God in het diepst van haar gedachten. Holzinger levert met ‘SANCTA’ kritiek die in feite niet nieuw is, maar scherper dan ooit weerklinkt.
Holzinger levert met ‘SANCTA’ kritiek die in feite niet nieuw is, maar scherper dan ooit weerklinkt.
De opera opent met een integrale enscenering van Hindemiths onderschatte meesterwerk, dat duister expressionisme combineert met bezwerende echo’s van het gregoriaans. Alsof we in het hoofd van de gefrustreerde Susanna kijken, laat Holzinger performers opkomen die elkaar vooraan op het podium bevredigen. Zelfs de schrijver van deze tekst, die al lang niet meer opkijkt van een bloot lichaam op de bühne, zit op het randje van wat-ie aankan en is meer gebaat met suggestie dan met letterlijke uitbeelding. Toch is zowel de muziek – met een glansrol voor dirigente Marit Strindlund – als de thematiek van ‘SANCTA’ fascinerend genoeg om mij volledig aan boord te houden.
De laatste noot van Hindemith is nog niet uitgestorven of een donkere maar filmische score neemt het over, die verglijdt naar heavy metal dankzij de elektrische gitaar van Bláthin Eckhardt. De bikkelharde muziek begeleidt de psychologische en psychedelische horror die Holzinger op het podium uitwerkt. Het stalen kruis dat tijdens ‘Sancta Susanna’ al uit de nok van het theater werd neergelaten, hangt nu ondersteboven in helrood licht. Een flikkerende stroboscoop en het vampierachtig gekrijs van een spookzuster, geslaakt door otay:onii, maken de nachtmerrie compleet. Jeroen Bosch, Sigmund Freud en David Lynch kunnen alleen maar het hoofd buigen voor deze verrukkelijke verschrikking.
Rebelse beeldenstorm
Voor wie deze helse taferelen te choquerend zijn, is de verlossing nabij. Jezus, een omhooggevallen hippie met een elektronische sigaret, moet best moeite doen om voorbij de suppoost van het operagebouw te geraken, maar eens binnen brengt ze een zalige satirische comedymonoloog. Als actrice Annina Machaz je op dat moment niet kan bekeren tot de wereld van Holzinger, zal de rest van ‘SANCTA’ dat evenmin doen. De regisseur wendt geregeld humor aan om haar rebelse beeldenstorm verteerbaar te maken. Het beeld van de naakte luchtacrobate die als de klepel van een kerkklok fungeert is even veelzeggend als grappig. Hetzelfde geldt voor de fameuze nonnen op rolschaatsen. Zwierend over een enorme ramp verbeelden ze de emotionele rollercoaster die geestelijken beleven in hun interne strijd tussen zede en lust.
'SANCTA' richt een eigen christendom in, waarin alle Susanna’s van deze wereld hun leven aan God kunnen wijden zonder hun erotische fantasieën te moeten onderdrukken.
Een onverwachte hoofdrol in ‘SANCTA’ is weggelegd voor een kraan met een machinale arm die afwisselend een brandende kaars, een crucifix, een kelk of een vat wierook optilt. Dit levende altaar maakt niet alleen de Hand van God zichtbaar, maar ook de mechanismen van de kerkfabriek. De paus, gespeeld door Saioa Alvarez Ruiz, zal met behulp van dit toestel als een ruimtesonde over het podium vliegen. Sommige toeschouwers stellen zich allicht de vraag waarom een zwangere lesbische vrouw met dwerggroei als paus wordt gecast, maar Holzinger draait die vraag om: hoe komt het dat nog geen enkele zwangere lesbische vrouw met dwerggroei het in het Vaticaan tot paus heeft geschopt?
Het is maar een van de vele commentaren waarmee Holzinger de schijnheiligheid van de kerk aankaart. In een frappante scène wordt ‘De schepping van Adam’ uit de Sixtijnse Kapel op de achtergrond geprojecteerd. Gewapend met hamers, beitels en klimgordels breken performers het fresco van Michelangelo steen voor steen af. In dezelfde beweging wordt het hele patriarchale systeem van het christendom ontmanteld. De verstotenen van het katholicisme – waaronder een grote vertegenwoordiging uit de regenboog-community in de ploeg van Holzinger – maken van de gelegenheid gebruik om hun eigen christendom in te richten. Een waarin alle Susanna’s van deze wereld hun leven aan God kunnen wijden zonder hun erotische fantasieën te moeten onderdrukken. Na de Hindemith-proloog doorloopt ‘SANCTA’ alle onderdelen van de heilige mis als was het een cabaret.
Opera wordt mis
De kerk is niet het enige instituut dat Holzinger aanpakt: ook de opera zelf moet eraan geloven. Dat begint met de schimmige nonnen die door de gangen van het gebouw dwalen voor de voorstelling aanvangt. Sommigen onder hen nemen alvast de biecht af van dappere bezoekers. In circus is deze participatie normaal, in opera gloednieuw. Het is de voorbode van een nieuw verbond dat Holzinger met haar publiek zal sluiten: in ‘SANCTA’ steken de spelers moeiteloos door van podium naar parterre, de toeschouwers mogen hardop lachen, juichen en meezingen. Wanneer de biecht tijdens de opvoering wordt overgedaan, is dat voor verschillende vrouwen in het publiek aanleiding om een intiem geheim te delen. Iedereen Susanna!
Alles is verrassend smaakvol gemonteerd, maar sommige musicalnummers halen niet de hoge kwaliteit die de andere stijlen wel bereiken.
Holzinger laat zelfs niet na om de muziek te desacraliseren. In het begin van haar misviering klinkt nog het hemelse ‘Kyrie’ uit de ‘h-Moll-Messe’ van Bach, maar later de heerlijk foute discohit ‘It’s raining men’ van The Weather Girls. Naast Gounod en Rachmaninov, passeren ook swing jazz en rave de revue. Alles is verrassend smaakvol gemonteerd, maar sommige musicalnummers halen niet de hoge kwaliteit die de andere stijlen wel bereiken. De opera is ook aan de lange kant. De formule waarbij harde muziek/kritiek afwisselt met zalvende hymnes wordt op den duur voorspelbaar. Meer dan eens lijkt zo’n hymne de voorstelling een zachte landing te bezorgen, wat resulteert in meerdere valse eindes.
De zwaarste pil is echter de mutilatie die in enkele scènes aan bod komt. Details daarover kan ik de lezer niet meegeven, omdat ik zelf de handen voor de ogen houd wanneer die acties zich op het podium (en in close-up op de schermen) afspelen. De paasuitvoering in Antwerpen is alleszins niet de enige waarbij toeschouwers onwel de zaal verlaten. Thematisch komt de verminking niet uit de lucht gevallen – het lijdensverhaal van Christus zit er vol van – maar de vraag rijst of deze praktijk de boodschap van Holzinger sterker maakt. Die is al verdomd sterk!
Een ietwat open geest mag zich daardoor niet laten tegenhouden, want ‘SANCTA’ opent de ogen en het debat over een religieuze organisatie die zodanig in onze maatschappij is ingebakken, dat niet iedereen de scheefgetrokken situatie in de gaten heeft. Tegelijk laat deze productie een frisse wind waaien door een operalandschap waarin traditioneel repertorium de plak zwaait. Daarbij vergeet Holzinger niet om fabelachtige en soms angstaanjagende beelden te vermengen met zwarte humor en een muzikale potpourri die je alsnog in de zevende hemel brengt.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz