Opera

Parsifal Opera Ballet Vlaanderen / Susanne Kennedy / Markus Selg

Te veel schermtijd

Richard Wagner beschouwde zijn zwanenzang ‘Parsifal’ als een Bühnenweihfestspiel. De groots opgezette verlossingsopera van zo’n slordige vijf uur kon volgens hem alleen opgevoerd worden in de daarvoor ontworpen muziektempel in Bayreuth, waar het gewijde karakter van het werk tot zijn recht zou komen. Regisseur Susanne Kennedy en co-creator Markus Selg bewijzen dat het in Gent en Antwerpen ook wel lukt, maar een overdaad aan symbolen laat je als toeschouwer elke seconde van die vijf uur voelen.
Parsifal
Tom Permentier Vlaamse Opera Gent
meer info download PDF
RECENSIEWORKSHOP
06 november 2025

Het hoeft niet te verwonderen dat Kennedy in haar enscenering kiest voor een veelheid aan symbolen van vroeger en nu: Wagner was er zelf ook bedrijvig in. Voor het libretto van ‘Parsifal’ dompelde hij een mix van diverse middeleeuwse ridderverhalen en sprookjes onder in een bad van religie en filosofie. Zo is het hoofdpersonage Parsifal geen koene ridder maar een ‘reine dwaas’, de enige die de zieke en gekwelde koning Amfortas, beschermer van de heilige Graal, kan redden van zijn ondergang. Om de speer te bemachtigen die Amfortas kan genezen, moet Parsifal weerstaan aan de verleidingen van Kundry en de andere wulpse slaven van de duivelse tovenaar Klingsor.

Kennedy trekt nog meer registers open dan Wagner had durven dromen. Met projecties van post-apocalyptische landschappen uit videogames (AI-gegenereerd), attributen als archeologische opgravingen uit verschillende aardlagen en referenties aan het boeddhisme is het verdwalen in een wirwar aan betekenissen. Ontwaar ik in die hutsepot nu ook verwijzingen naar de Tweede Wereldoorlog? Elk van die elementen kan het werk van Wagner op een nieuwe en unieke manier belichten, maar gecombineerd bieden ze geen tegengewicht aan diens volbloed-romantische tekst en overrompelende muziek.

Integendeel, ze maken de zware kost nog zwaarder. Onbedoeld zetten ze de pafferige grootspraak van het libretto extra in de verf, nog eens versterkt door de ceremoniële acteerstijl van de zangers en de minimalistische dans van zwijgende performers in kostuums die tegelijkertijd bijbels, middeleeuws en actueel zijn. Kennedy en Selg willen graag allesomvattend zijn in hun ‘Parsifal’. Het resultaat is een vaak onbevattelijk intellectualistisch pronkstuk, dat op tijd en stond toch opvallend in your face is. Zo worden bepaalde kernwoorden uit Wagners libretto in gotische letters op het scherm uitgespeld. Die tekstuele Leitmotive vormen een tweede laag boven op de muzikale die Wagner via zijn orkest uitspreidt.

Deze ‘Parsifal’ is een vaak onbevattelijk intellectualistisch pronkstuk, dat op tijd en stond toch opvallend in your face is.

Tijdens de ‘Prelude’ wordt de kijker in een 3D-animatie op het gesloten doek nog door een oneindige onderaardse gang gestuurd. Die knipoog naar videogames maakt de voorstelling tegelijk alledaags en vervreemdend, maar is niet complex genoeg om te beklijven en niet eenvoudig genoeg om te charmeren. Bovendien weet elke gamer maar al te goed dat het fijner is om een spel te spelen dan om toe te kijken. In ‘Parsifal’ is wegkijken echter geen optie, en de constante beweging op het scherm maakt al snel zenuwachtig.

Ook wanneer het doek omhoog gaat en het eerste tableau vivant van zangers en figuranten zichtbaar wordt, is er altijd wel ergens een scherm dat bewegende beelden in een cyclus herhaalt, vaak zelfs meerdere tegelijkertijd. Ze compenseren de statische houding van de cast, maar hypnotiseren het publiek al te veel. Daardoor voelt de hele eerste act beklemmend aan. Het is precies wat de getormenteerde Amfortas ook voelt, maar het valt te betwijfelen of de empathie van de toeschouwer wordt gevoed door die hetzelfde te laten ondergaan.

Eclectische mayonaise

Wat een verademing is het wanneer Parsifal ten tonele verschijnt. Het gezicht van Christopher Sokolowski, die overigens over een opvallend kloeke heldentenor beschikt, is met zijn guitig schalkse glimlach net iets meer dan de ‘reine dwaas’ van het verhaal. Hij is menselijk. Een tweede opluchting volgt wanneer nog meer projectiedoeken worden weggehaald, de scène wint aan diepte en hoogte en in dezelfde beweging ook een behapbare adem vindt. Niet toevallig is dat hoogtepunt in de regie een van de muzikale hoogtepunten van Wagners meesterwerk: onder klokkengelui en koorzang wordt de Heilige Graal uit een lift gehaald.

In plaats van de loutering te ervaren waarnaar Wagner streefde, lijkt het alsof je een aambeeld moet verteren.

Ook het tweede bedrijf weet alle elementen (en vooral de constante beweging van de animatie) beter te doseren. Hier pakt de eclectische mayonaise van Kennedy plots wel. De dansers krijgen in hun sobere bewegingstaal à la Trisha Brown meer te vertellen en ook Wagners briljante toonzetting kan bij momenten helemaal stralen. De verdienste van dirigent Alejo Pérez is daarbij niet te onderschatten: onder zijn leiding zijn de grote spanningsbogen van de toonmeester gegarandeerd. Het koor en orkest van Opera Ballet Vlaanderen leven zich uit in de tutti-passages en ook de cast levert degelijk werk af. Naast Sokolowski dient bas Albert Dohmen te worden vermeld, die de oude ridder Gurnemanz met gepaste waardigheid vertolkt.

Wonderlijk is het diamantvormig grotteke-van-Lourdes van waaruit Parsifal, midden op de bühne, door Kundry tot inzicht wordt gekust. Tijdens die scène in de Tovertuin krijgt het kleurenpalet op het podium een mooi contrast: terwijl de lucht blauw is, herinneren kleine televisies ons nog aan een brandend hellevuur. Het spaarzaam gebruik van schermen levert een harmonieuzer evenwicht op tussen beeld en klank. Dat evenwicht blijft aangehouden tot het begin van de derde act, maar voor het hoogdravende ritueel van de finale verkiezen Kennedy en Selg om wederom alles op een hoop te gooien. In plaats van de loutering te ervaren waarnaar Wagner streefde, lijkt het alsof je een aambeeld moet verteren.

Voor Friedrich Nietzsche was ‘Parsifal’ de definitieve doodsteek van zijn lang tanende idolatrie voor Wagner. Tijdens de opvoering in Gent sympathiseerde ik geregeld met de filosoof, maar waar hij zich ergerde aan de diep-christelijke thematiek van de opera, was voor mij de postmoderne pretentie van de regie de afknapper, ondanks de verlichting halfweg. Mijn medelijden ging dan ook niet zozeer naar Parsifal, Amfortas of Kundry, maar naar de toeschouwer.


Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz