Un procès / après l'ennemi du peuple Christiane Jatahy & Wagner Moura
Henrik Ibsen en cancel culture
Toen Henrik Ibsen in 1882 ‘Een vijand van het volk’ schreef verwachtte hij wellicht niet dat het stuk in 2026 nog steeds brandend actueel zou zijn. Zoals de Braziliaanse regisseur Christiane Jatahy en acteur Wagner Moura dat stuk onderhanden nemen blijkt het immers een haarscherpe beschrijving van de manier waarop vandaag de waarheid nog steeds moet wijken voor economische belangen en mensen in één beweging door gecanceld worden. Zij geven de ‘vijand van het volk’ een tweede kans. Met het publiek als gepassioneerde jury.
In ‘Een vijand van het volk’ ontdekt Thomas Stockmann, een geneesheer, dat de bron van het kuuroord in zijn stad besmet is. Hij licht zijn broer, burgemeester Peter Stockmann in, maar die wil het probleem in de doofpot te stoppen. De stad is economisch te zeer afhankelijk van het kuuroord om het te sluiten. Thomas weigert. Het gevolg: zijn naam wordt bezwadderd en in een volksgericht wordt hij tot vijand van het volk verklaard en verbannen.
Eerlijkheid vs. hebzucht en macht
Zoals in alle stukken van Ibsen – ik ben niet zijn grootste fan – is de plot nogal rechttoe-rechtaan, maar voor één keer werkt dat ook uitstekend omdat het hier gaat over het conflict tussen heldere posities als eerlijkheid enerzijds en hebzucht en (politieke) macht anderzijds, niet rond omfloerstere gevoelens als schuld of onbehagen waar Ibsen zich ook graag over boog.
Dat zou je op het eerste gezicht toch denken. Ibsen laat in zijn stuk echter al glashelder zien hoe eerlijkheid al snel in twijfel getrokken kan worden als de tegenpartij het vuil speelt. Zou het niet kunnen dat de rivaliteit tussen de broers Stockmann de onbuigzame houding van Thomas verklaart? Is hij niet al te voortvarend en heetgebakerd? Staat hij wel open voor andere inzichten dan de zijne? Heeft hij er financieel iets bij te winnen als het kuuroord sluit?
Men beoordeelt de persoon minstens evenzeer als de zaak waarover het gaat. Dat had Ibsen heel goed voorzien.
Sinds de 19e eeuw is dat het eeuwige liedje: men beoordeelt de persoon minstens evenzeer als de zaak waarover het gaat. De rechtbankdrama’s, in de VS een hoogst populair genre, draaien altijd weer daarrond. Dat had Ibsen heel goed voorzien.
In de versie van Jatahy en Moura keert Thomas Stockmann terug om een tweede oordeel te vragen. Niet van een rechtbank, maar van een volksjury, in casu elf mensen die uitgeloot worden uit het publiek en achteraan het podium plaatsnemen. Een plaatselijke actrice, Sylvie Pavillon, is aangesteld als go-between tussen de partijen die hun zaak verdedigen en die jury.
Waarheid of versies van de waarheid?
Theatraal is dit een lust voor het oog, niet in het minst door de manier waarop Moura -gevierd filmacteur – hier het verschil tussen film en theater haast didactisch uitlegt. In de openingsscène geeft hij als Thomas Stockmann een slotbeschouwing. “De waarheid is een afgelopen zaak. Er zijn alleen nog versies van de feiten. Op die manier wordt alles, U, ik, deze ruimte en al wat die representeert een mise en scène. De informatie die U, of U bereikt verschilt volgens uw voorkeuren. (…) Het is alsof we in andere werelden leven. Maar als we in andere werelden leven, hoe kunnen we dan nog met elkaar overweg?”
Meteen daarop stapt hij weg van de stoel waarop hij zat en legt hij uit dat dit geen film is. Wat we zagen is namelijk het slotpleidooi van Moura/Thomas Stockmann na een lang dispuut. In een film is dat een perfecte vooruitblik op de afloop van het verhaal, maar hier is die afloop niet gegeven, want dit is – onvoorspelbaar - theater. Dit is echt. We gaan echt beslissen. Meteen wordt ook een jury samengesteld uit willekeurig gekozen leden van het publiek.
Het vervolg is een lang dispuut, in hoofdzaak tussen Thomas en zijn dochter Petra (Julia Bernat) en zijn broer Peter (Danilo Grangheia). Fantastische acteurs. Zo fantastisch dat je al snel vergeet dat het dispuut dat hier vertoond wordt puur fictie is. Blijkt dat Thomas het idee voor een kuuroord uitwerkte, maar uit idealisme in een verpauperde buurt bleef werken terwijl dat kuuroord werd aangelegd. Het ontging hem daardoor dat de pijpleiding die het geneeskrachtige water aanvoert onder een leerlooierij van zijn schoonvader aangelegd werd in plaats van er, zoals hij voorzag, met een wijde boog omheen te lopen. Net die leerlooierij veroorzaakt de vervuiling van het water die hij op het spoor komt. Waarop hij er plots van verdacht wordt dat hij met zijn schoonvader onder één hoedje speelt om het kuuroord voor een prikje te kopen en dan met veel winst door te verkopen.
Fascist!
Vanaf dan is het hek van de dam. Peter en zijn medestanders halen alles uit de kast om Thomas als een onverantwoordelijke fantast en bedrieger voor te stellen, zelfs als er onweerlegbaar medisch bewijs op tafel komt.Het dispuut keert zich finaal tegen Thomas als Peter een opname laat horen waarin een woedende Thomas destijds stelde dat de meerderheid geen gelijk heeft. “De gevaarlijkste vijand van de waarheid en de vrijheid is de enorme en zwijgende meerderheid van mijn medeburgers”. In de context van het verhaal, met een meerderheid die kuurgasten liever ziek laat worden dan zijn inkomen te verliezen is dat een begrijpelijke uitbarsting.
Los van die context lijkt Thomas daardoor echter een gevaarlijke radicaal. Hij verdedigt zich met de rake opmerking dat het de meerderheid was die Christus aan het kruis wou, Galilei verketterde en Hitler aan de macht bracht. Dat is helaas alleen maar koren op de molen van Peter. Hij noemt Thomas – volkomen onterecht - een fascist. Thomas houdt het niet langer houdt en een gevecht in regel volgt.
Waar het Thomas om gaat is dat bepaalde rode lijnen niet overschreden kunnen worden, ook niet onder het mom van een ‘democratische’ meerderheid.
Waar het Thomas om gaat, dat bepaalde rode lijnen, meerderheid of niet, niet overschreden kunnen worden, ook niet onder het mom van een ‘democratische’ meerderheid, komt zo niet meer aan bod. Thomas krijgt alleen nog de kans om een laatste keer, binnen de vier minuten, te pleiten voor zijn zaak. Het is de exacte herneming van de openingsscène die nu, met al wat we weten, extra schrijnend wordt.
Direct daarop volgt de beraadslaging van de jury. Bemiddelaar Sylvie Pavillon leest de vragen voor waar de jury rekening mee moet houden om te beslissen of Thomas een vijand van het volk is. Enkele vragen zijn duivels listig, zo listig dat ik zelf even begin te twijfelen. Een zo’n vraag is: “Was het correct om de informatie over de vervuiling van het water publiek te maken zonder instemming van de bevolking?” Een andere: “Heeft Dr. Stockmann de beslissingsvrijheid van de gemeenschap ondermijnd?” Het zijn geen vragen waar je, in het licht van de voorgaande heftige disputen, zomaar ja of nee op kan antwoorden. Hoezeer Thomas Stockmann ook recht in zijn schoenen staat, had hij niet veel meer bereikt door het wat diplomatischer aan te pakken? Wellicht wel. Maakt hem dat tot een vijand van het volk? Nee toch?
De meerderheid heeft toch gelijk?
De zaal is op dat jurymoment totaal verhit. Je voelt hoe de toeschouwers die niet uitgeloot werden als juryleden zich al opwarmen om desnoods die beslissing aan te vechten. Ik ervaarde een ongeziene betrokkenheid. Als Thomas vrijgesproken wordt is de ontlading navenant: een stormachtig applaus en gejuich volgt. Vreemd genoeg blijkt echter toch dat vier van de juryleden vinden dat Thomas een vijand van het volk is. Gelukkig vinden de zeven andere dat niet. De ironie van het verhaal is dus dat de meerderheid, en ook de meerderhuid van de uitbundig juichende toeschouwers, hem vrijpleiten.
Dat hij vrijgepleit wordt, meer dan 140 jaar na datum, is wis en zeker een opluchting, maar laat ook een bittere nasmaak na. Want waarover werd er nu gestemd? Over de waarheid? Over de rechten van de waarheid? Over de vraag of de waarheid überhaupt bestaat? Of over de persoon Thomas Stockmann? Of anders gezegd: zijn we na dit stuk nog wel zo zeker dat de waarheid meer is dan de uitkomst van een verbaal steekspel met meer slagen onder dan boven de gordel? Heeft de waarheid nog rechten, of is het een spelletje?
Als er geen gesprek meer is, maar alleen eenzijdige oekazes zijn we een vogel voor de kat.
Nog bitterder is het gevoel dat Thomas hoe dan ook ‘gecanceld’ werd. Op basis van kleinzerig eigenbelang. Hij is echter de enige die daarvan de gevolgen blijft dragen. De anonieme klagers wentelen zich in hun zelfgenoegzaamheid. Een positieve stemming verandert daar geen ene moer aan. Cancelen is een werkelijke democratie onwaardig. Dat is, in fine, wat Jatahy en Moura ons zeggen: als er geen gesprek meer is, maar alleen eenzijdige oekazes zijn we een vogel voor de kat. Dat lijkt het publiek intuïtief ook te beseffen. Het applaus op het einde is niet enkel voor Wagner Moura en de andere, uitstekende acteurs, maar vooral voor Thomas Stockmann. Het theater werd hier heel even realiteit. Onwaarschijnlijk. Maar waar.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz