Opera

Turandot Christophe Coppens / De Munt

Turandot volgens Christophe Coppens

                                  In zijn regie van ‘Turandot’ van Giacomo Puccini voor de Munt verplaatst regisseur Christophe Coppens de actie naar een weelderig salon/paleis dat de sfeer van het interbellum uitstraalt. Een indringende lezing van het verhaal over de moordzuchtige prinses levert dat niet op, een ode aan de zangers, het koor en de muziek is het daarentegen des te meer.        
Turandot
Johan Thielemans De Munt, Brussel meer info download PDF
17 juni 2024

Puccini ontleende de stof voor ‘Turandot’ aan een pseudo-Chinees sprookje over een bekoorlijke mannenhaatster. Dat was een vrijbrief om Oosterse elementen te verwerken in zijn partituur, zoals authentieke Chinese zanglijnen. Hij kon het werk niet voltooien: hij stierf in Brussel in 1924 terwijl hij aan de opera werkte. Franco Alfano, een wat vergeten componist, werkte de partituur af voor de postume creatie in 1926. Luciano Berio deed het werk later nog eens over maar de Munt hield zich aan de versie van Alfano.

Het oorspronkelijke libretto van Giuseppe Adami en Renato Simoni klinkt als een sprookje. Als wraak voor de verkrachting van haar stammoeder onderwerpt de verleidelijke prinses Turandot al wie naar haar hand dingt aan een vreselijke proef. Ze moeten drie raadsels oplossen, zo niet gaat hun kop eraf. Prins Calaf doorstaat de proef toch, maar keert de rollen dan o. Hij wil haar pas huwen als ze zijn ware naam raadt. Dat lukt haar uiteindelijk wel en zo loopt alles goed af. ‘De liefde is het licht van de wereld’ is de moraal op het einde van het verhaal. Toch hangt een donkere schaduw over het sprookje: Liu, een slavin die smoorverliefd is op Calaf en zijn naam kent pleegt uit wanhoop zelfmoord. Calaf reageert erg koel op dit offer.

Net als in zijn eerdere regies van ‘Het Sluwe Vosje’, of ‘Norma’ zette Christophe Coppens het verhaal sterk naar zijn hand. Hij verplaatste de actie naar het interbellum, de tijd waarin het stuk geschreven werd. Alles speelt zich af in een art déco salon, ontworpen door Coppens zelf en ISM Architecten. Op een groene Chinese vaas na ontbreekt hier elke chinoiserie. Het volk is hier ook omgetoverd tot een opzichtige beau monde. De modeontwerper in Coppens leefde zich hier duidelijk uit. Alles straalt luxe en weelde, zelfs bling bling  uit. Een lust voor het oog.

Deze setting laat echter geen ruimte meer voor wreedheden zoals onthoofding en marteling. Alle aandacht gaat zo naar de psychologie van het verhaal. Dat tast de geloofwaardigheid van de bloeddorstige Turandot echter aan. Haar raadsels passen bij een sprookje, niet bij een wuft salon. Wanneer ze panikeert omdat ze de naam van de prins niet kan achterhalen vertolkt Ewa Vesin dat echter wel met veel inleving. Dat voelt als een stijlbreuk aan.

    Dankzij de genereuze en persoonlijke aanpak van regisseur Coppens, heeft de opvoering een feestelijk karakter    

Hoe Coppens de inhoud van het verhaal precies wil lezen is zo niet erg duidelijk. Het spektakel dat hij opvoert toont hem echter als een begaafd operaregisseur. In deze opera gaat Coppens bijvoorbeeld meesterlijk om met de cruciale rol van het koor in het werk. Soms is hij dan wel iets te ijverig in zijn streven om het verhaal te verlevendigen. Zo zetten drie ministers (Leon Kosavic, Alexander Marev, Valentin Till) in een scène hun verhaal kracht bij met dienbladen. Coppens voegt daar een dans van kelners met dienstbladen aan toe. Waar zijn we dan? In een paleis of in een vijfsterrenhotel? Het is niet de enige scène die lijdt onder overdaad.

Dat neem je er graag bij als je ziet hoezeer Coppens zijn zangers koestert. Dat blijkt uit de manier waarop hij ze ensceneert. Hi zet ze maar al te graag op het voorplan. Stefano La Colla, een tenor met een innemend en sterk stemgeluid, zingt vanop die plaats stralend het bekende ‘Nessun dorma’.  Even indrukwekkend is de Turandot van Ewa Vesin – zij heeft blijkbaar geen moeite om emotioneel bewogen boven het orkest uit te tornen, ondanks de zware orkestratie van Puccini. Ontroerend is zeker hoe Venera Gimadieva, in de rol van slavin Liu, zuiver en ontroerend haar liefde voor Calaf bezingt in het laatste bedrijf. Bij elke belangrijke aria verheft Coppens deze zangers op een soort zuil. Inhoudelijk draagt dat weinig bij, maar het toont wel hoe liefdevol Coppens naar de zangers kijkt.

Puccini schreef een ingewikkelde, veeleisende  partituur, maar dirigent Ouri Bronchti laat niet alleen de zangers, maar ook zijn orkest schitteren. Het gaat dan over de volle klank van de strijkers, tot de fanfare-achtige tussenkomst van de kopers. Dat de Munt over een uitzonderlijk operakoor beschikt, blijkt nogmaals in deze uitvoering. Er worden aan alle stemmen hoge eisen gesteld, en zowel muzikaal als theatraal triomfeert het koor.

In deze enscenering komt Puccini’s werk zo volledig tot zijn recht. Dankzij de genereuze en persoonlijke aanpak van regisseur Coppens, heeft de opvoering een feestelijk karakter, ook al is dit een verhaal verteld over psychische kwetsuren, doodsbedreigingen én liefde. Het is een intrigerende paradox. Dat Coppens de acte verplaatste naar het decadente milieu van de roaring twenties is echter niet de beste beslissing. Er zijn vandaag wel wat bezwaren te formuleren rond de impliciete ideologie van het libretto. Coppens is zich daar wel bewust van, want hij heeft de keizer van China omgetoverd tot een keizerin. Dat voelt te veel aan als een toegeving aan de hedendaagse discussie rond de dominantie van het patriarchaat. Maar dit is zo opzichtig tijdsgebonden dat het weinig bijdraagt tot de  discussies rond de man-vrouw verhouding.          

Uw steun is welkom
Pzazz.theater vraagt veel tijd en inzet van een grote groep mensen. Dat kost geld. Talrijke organisaties steunen ons, maar zonder jouw bijdrage als abonnee komen we niet rond als we medewerkers eerlijk willen betalen. Uw steun is van vitaal belang en betekent dat we onafhankelijk recensies over de podiumkunsten kunnen blijven schrijven. Alvast bedankt!

Abonneren Login