Opera

Benvenuto Cellini Hector Berlioz / Thaddeus Strassberger / De Munt

Overdaad schaadt

De opera ‘Benvenuto Cellini ‘(1838) van de Franse componist Hector Berlioz is weinig geliefd. Hij werd zelfs nooit eerder in de Muntschouwburg vertoond. Deze ‘vergeten’ opera is zo een voorproefje van de avontuurlijke programlering die de nieuwe directrice van de Munt, de Duits-Amerikaanse Christina Scheppelmann, op het oog heeft. Regisseur en scenograaf Thaddeus Strassberger bedient haar op haar wenken met een weelderige, zelfs overdadige productie. "Je zou ze twee keer moeten zien".         

Benvenuto Cellini
Johan Thielemans De Munt, Brussel
01 februari 2026

De Amerikaans-Italiaanse regisseur Strassberger (met voorouders bij de Cherokee Nation) werkte al in de belangrijkste operahuizen van Europa, en werd met prijzen overladen. Voor ‘Benvenuto Cellini’ pakt hij uit met de grote middelen : een draaitoneel, een overdadige lichtregie van Driscoll Otto, videobeelden van Greg Emetaz die baden in AI en een eindeloze stroom kostuums van Giuseppe Palella. Er zijn ook dansers, allerlei nevenacties, en Strassberger weeft zelfs (wat schamele) circusacts door het geheel. ‘Teveel’ staat niet in zijn woordenboek. “Je kan niet alles in één keer zien”, stelt de regisseur. “Je zou de voorstelling minstens tweemaal moeten zien, liefst vanop een andere plek.”

‘Echt’ gebeurd?

Dat Berlioz een opera wijdde aan een historisch personage was gangbaar in het midden van de 19e eeuw. Berlioz raakte in de ban van de Renaissance kunstenaar Benvenuto Cellini. Een Manus-van-alles: beeldhouwer, schrijver, musicus en goudsmid, maar ook…moordenaar. Die combinatie van kunstenaar en misdadiger sprak tot Berlioz’ romantische verbeelding. Hij baseerde zijn opera op ‘ware feiten’. Hij plakt er zelfs een datum op: alles speelt zich af in Rome in het jaar 1532.

Een eerste deel vertelt hoe Cellini verliefd is op Teresa, maar haar niet kan krijgen: haar vader wil haar aan een succesvolle concurrent uithuwelijken. Dat leidt tot situaties die zo weggelopen lijken uit een klassieke komedie: een complot smeden om de vader om de tuin leiden, een verkleedpartij en betrapt worden. Of het echt zo liep? Het avontuur loopt echter slecht af want Cellini steekt een vriend van zijn rivaal dood. De doodstraf hangt nu boven zijn hoofd.

Het tweede deel  behandelt Cellini’s problemen, als kunstenaar, met de Paus van Rome, een belangrijke opdrachtgever. Die maalt minder om Cellini’s misdrijf dan om het feit dat die een bestelling niet tijdig aflevert. De Paus wil Cellini daarom buiten vervolging stellen voor de moord als hij zijn werkstuk binnen een dag voleindt. Cellini gaat koortsachtig aan het werk, smelt metaal en goud, en slaagt er inderdaad in om het beroemde beeld van Perseus tijdig op te leveren. Hij kan dan alsnog als een vrij man in het huwelijk treden met zijn Teresa. Dat alles speelt zich tijdens het Romeins carnaval. Berlioz grijpt dat aan voor een uitbundige partituur.

Het resultaat is een bijzonder gecompliceerde partituur voor een heel groot orkest, met een eigenzinnige bezetting.

Merkwaardig is wel dat Berlioz als componist brak met de voorliefde in de toenmalige Opéra de Paris voor Italiaanse invloeden. Hij wilde een eigen muzikale taal smeden. Het resultaat is een bijzonder gecompliceerde partituur voor een heel groot orkest, met een eigenzinnige bezetting. Hij voegde er bijvoorbeeld drie fagotten aan toe. Zijn melodische lijnen kenden vaak onverwachte wendingen en ook ritmisch koos hij voor complexe patronen. Dat werd hem bij de première in 1838 niet in dank afgenomen. Het werk kende geen succes en verdween vlug van de affiche.

Muzikaal uit-Munt-end

Vandaag daarentegen dwingt dit complexe klankbouwsel respect af, al missen de aria’s een spontane soepelheid. Het lijkt erop dat de theorie de inspiratie wat in de weg staat: fijn maar te bedacht. Het blijft echter ook nu nog voor de dirigent een hele uitdaging om de muziek in goede banen te leiden, maar het Muntorkest is van zo’n niveau dat het de partituur in de beste omstandigheden laat weerklinken. Er zijn thema’s, warm gespeeld door de cello’s, en de kopersectie (die Berlioz al eens als een aparte fanfare gebruikt) klinkt vol en uitbundig. Het staat buiten kijf: de held van deze vertolking is dirigent Alain Altinoglu.

Berlioz maakt het ook de zangers moeilijk. Deze enscenering kent gelukkig een sterke cast. Tenor John Osborn  zingt de partij van Benvenuto Cellini krachtig, maar klinkt waar nodig toch vol nuance en muzikale zachtheid. De vrouwenrollen schitteren in een paar aria’s. Sopraan Ruth Iniesta  besluit haar aria met schitterende hoge noten en heerlijke versieringen, die op het einde toch weer aan Italiaanse Opera doen denken. Cellinis vriend Ascanio heeft Berlioz voor een zangeres geschreven. Florence Losseau zorgt voor één van de muzikale hoogtepunten van de avond.

Berlioz leefde zich vooral uit bij het koor. Die bladzijden van de opera hebben op zichzelf bekendheid verworven. Het koor neemt deel aan de drinkgelagen van het carnaval, maar bezingt ook de kwaliteiten van de arbeiders in Cellini’s atelier. Het Muntkoor, onder leiding van Emmanuel Trenque, levert hier een verdienstelijke prestatie. Berlioz wordt in deze Muntproductie muzikaal dus heel goed gediend.

Rome of Las Vegas? 

Anders is het gesteld met de enscenering. Strassberger beweegt zich duidelijk in de registers van kitsch en van wat Susan Sontag ‘camp’ noemde.  De veelkleurige kostuums en belichting staan in fel contrast met de witheid van het eclectische, gebouw dat het scènebeeld domineert. Het puilt uit van aan de Romeinse architectuur ontleende elementen zoals pilaren, een obelisk en trappartijen. Je waant je zo niet in het Rome van de Renaissance maar in het  Caesar’s Palace van Las Vegas.

Strassberger propt die architectuur vol met (weinig vrolijke) circusartiesten en zwijgende figuranten die hangen aan touwen of goochelen met pizzadeeg. Hij voegt daar een soort elfen aan toe – zijn versie van Romeinse muzen. Giuseppe Palella voorziet de carnavalscène ook van talloze soms komische, soms extravagante kostuums. Het hoogtepunt is een schunnige paus. Daar komt een genereuze geut video’s over heen: muren van marmer, beelden die tot leven komen. De regie haalt zo ongeremd alles uit de kast. Van doeltreffendheid, verrijking van de inhoud , of enige poëzie is echter weinig sprake. De voorstelling is een regelrechte aanslag op de zintuigen en het verstand. Met als kers op de taart een vliegtuig dat zomaar op een scherm voorbijvliegt.

De voorstelling is een regelrechte aanslag op de zintuigen en het verstand.

Je houdt van deze esthetica of je houdt er niet van. Ontegensprekelijk is hier onnoemelijk veel werk verzet, maar dat staat voor mij niet in verhouding tot de theatrale meerwaarde. Strassberger roemt daarbij de komische aspecten van het werk. Helaas zit de voorstelling vol loodzware vondsten (iemand verstopt zich wat onwaarschijnlijk onder een matras, en wat gebeurt er dan? U kan het raden : een ander personage gaat op de matras zitten. Komisch? Misschien. Geestig? Dat niet).

De voorstelling besluit met een spectaculair effect als het beeldhouwwerk gegoten wordt in het Colosseum. Er heerst koortsige bedrijvigheid. Arbeiders in beschermende pakken stappen als robotten het toneel op (nog zo’n ‘vondst’ die nergens op slaat). Na veel maneuvers ontploft de ketel. De paniek die volgt is indrukwekkend goed geënsceneerd. Hier betoont Strassberger zich een prima vakman.

Toch laat deze voorstelling als geheel een onbevredigend gevoel na. Als opera overtuigt dit werk van Berlioz niet helemaal. Theatraal zie je vooral een grabbelton van ideeën. De resulterende overdaad, die opzichtig tracht de toeschouwer te overbluffen, creëert echter vooral een grote afstand.  Het zal een kwestie van smaak zijn, maar mijn smaak is deze regie in alle geval niet.

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz