Norma De Munt
Veel liefde, weinig vuur
Na een door corona afgebroken debuut in 2021 krijgt regisseur Christophe Coppens bij de Munt de kans om zijn ‘Norma’ opnieuw op de planken te brengen. Vincenzo Bellini’s Gallische tragedie wordt vertaald naar een post-apocalyptische wereld waarin overleven onder de knoet van een bezetter centraal staat. Helaas slaagt Coppens’ interpretatie er niet in om iets wezenlijks bij te brengen aan het verhaal van Norma.
Bellini’s ‘Norma’ (1831) is een opera met een rijk verleden. Hij bevat een van de meest veeleisende rollen uit het sopranorepertoire: de aria ‘Casta Diva’ geniet een haast mythische status, vereeuwigd door grootheden als Maria Callas, Montserrat Caballé en Renée Fleming. Het verhaal van Norma is er een van spanning tussen verschillende (leef)werelden. De Gallische priesteres Norma leidt haar volk, dat wordt onderdrukt door de Romeinen. Tegelijk is ze verliefd op haar vijand, meer bepaald op de Romeinse consul Pollione, met wie ze heimelijk twee kinderen heeft.
Norma wordt verscheurd tussen land en liefde, tussen doen wat juist is voor haar volk en haar hart, en hunkert naar vrede en vrijheid voor allen. Wanneer Pollione zijn liefde verlegt naar de jonge priesteres Adalgisa, tevens Norma’s boezemvriendin, duurt het niet lang tot dit verraad aan het licht komt. Het enige wat Norma ervan weerhoudt om een volwaardige Medea te worden is liefde; liefde voor Pollione, liefde voor Adalgisa en de liefde voor haar kinderen. Haar liefde is zo sterk dat ze haar wraak opheft en ervoor kiest om zichzelf op te offeren en samen met Pollione de brandstapel te bestijgen.
Auto’s à volonté
Regisseur Coppens ruilt in deze productie de Gallische bossen in voor een sobere post-apocalyptische setting. Het decor bestaat hoofdzakelijk uit een grijze kubus met uit de vloer rijzende panelen die slim en functioneel scènewissels bewerkstelligen. Deze doorgedreven soberheid zorgt ervoor dat elk object op de bühne extra in het oog springt. Opvallend in deze ‘Norma’ is de obsessie met voertuigen: verschillende autowrakken sieren het podium, dienen als ‘lift’ voor solisten of spuwen een waterstroom uit wanneer ze uit een waterpartij worden getild.
Naast het ietwat banale spektakel dat ze bieden bij de illustratie van het beoogde post-apocalyptisch universum, slagen deze autowrakken er echter niet in om een coherente of dieper gelaagde symboliek op te roepen. Ook de illusie van een rijdende trein door een apocalyptisch landschap blijft een hol beeld. De trein rijdt nergens naartoe, het verhaal speelt zich af op een en dezelfde plek. De thematische tegenstelling tussen verstarring en vooruitgang is te vrijblijvend om betekenis te dragen.
Naast het ietwat banale spektakel dat de autowrakken bieden, roepen ze ook geen coherente of dieper gelaagde symboliek op.
De kostumering, eveneens van de hand van Coppens, is onopvallend. Ze bestaat uit een weinigzeggende mix aan stijlen die je evengoed op weg naar het werk zou kunnen zien: van fitness-chic hangjongeren tot business casual kantoorpersoneel. Enkel het contrast tussen Norma’s zwarte outfit en Adalgisa’s beige-witte tenue valt op, maar deze antithese is zowel visueel als dramaturgisch erg letterlijk.
Op dezelfde manier draagt de toevoeging van kindacteurs op het podium weinig bij aan de dramatiek. Hun aanwezigheid is een zeer letterlijke invulling van het libretto en werkt eerder storend dan verrijkend. Deze ingrepen zijn een te expliciete verduidelijking van wat muzikaal en dramaturgisch al voldoende besloten ligt.
De oppervlakkigheid culmineert in het slotbeeld. Wanneer Norma beslist om samen met Pollione te sterven, is het al snel duidelijk dat de brandstapel de vorm zal aannemen van een brandende auto. De scène wordt lang uitgesponnen en de verwachting bij het publiek groeit, maar het resultaat blijft pover: enkele bescheiden vlammen sieren het dak en de motorkap, strikt binnen de grenzen van de brandveiligheid, gevolgd door een abrupt vallend doek. De scène is zo goed als voorbij voor je ze werkelijk in je kan opnemen. Het dramatische hoogtepunt mist zo impactvolle kracht.
Belcanto uit balans
‘Norma’ blijft dus steken in een weinig interessante enscenering, en de muzikale uitvoering biedt al evenmin soelaas. Het orkest onder leiding van George Petrou speelt met weinig verfijning en subtiliteit. De klank komt slordig en brutaal over en is bovendien slecht afgestemd op de zangers. In een belcanto-opera als ‘Norma’ plooit het orkest zich idealiter naar de noden van solisten om zo tot een harmonieuze samenklank te komen. Hier ontbreekt echter elk gevoel voor dialoog; regelmatig worden de stemmen overstemd door het geweld uit de orkestbak.
Waar de partituur ruimte laat aan de solisten, presteren echter ook zij onder de verwachtingen. Sopraan Sally Matthews worstelt met de titelrol. Haar stem is verkeerd gecast en mist draagkracht en resonantie. Haar ‘Casta Diva’ is zonder glans en zeer staccato, alsof ze de noten niet gebonden krijgt. In de tweede akte komt ze iets meer op stoom, maar dan is het kwaad al geschied. Ook haar tegenspeler, tenor Enea Scala, valt tegen en is te decoratief in zijn vertolking van Pollione.
De beeldtaal is te letterlijk, de muzikale uitwerking is slordig en de post-apocalyptische hertaling voegt weinig wezenlijks toe.
Het lichtpunt van de avond is zonder twijfel mezzosopraan Raffaella Lupinacci als Adalgisa. Haar warme, resonante stem brengt de nodige stabiliteit en muzikaliteit in deze productie. In de duetten tilt ze niet alleen het muzikale niveau op, maar ook dat van haar tegenspelers. In de bijrollen presteren Alexandar Vinogradov (Oroveso), Lisa Willems (Clotilde) en Alexander Marev (Flavio) prima. Willems en Marev zijn bovendien MM-laureaten; jonge afgestudeerde zangers die na hun deelname aan de Kooracademie en MM Soloists de nodige kwaliteiten tonen om van hun studierichting hun beroep te maken en kansen krijgen in Muntproducties.
De strafste muzikale momenten zijn de tutti-passages, waarin de partituur bombast beoogt. Daarin kan het gebundelde koor zich net boven het orkest verheffen. Maar een geslaagde ‘Norma’ weet haar emotionele impact vooral te halen uit de meer intieme momenten. Net op dat vlak laat deze productie steken vallen. Wanneer het ‘Casta Diva’-thema later in de opera in variatie terugkeert, raakt het zo niet de gevoelige snaar waarvoor het bedoeld is.
‘Norma’ krijgt zo een herkansing, maar Christophe Coppens weet die niet met beide handen te grijpen. De beeldtaal is te letterlijk, de muzikale uitwerking is slordig en de post-apocalyptische hertaling voegt weinig wezenlijks toe aan Bellini’s klassieker. Wat resteert is een Norma die haar dramatische en muzikale kern nooit volledig weet bloot te leggen en zo vooral de afstand tussen regie en verhaal pijnlijk zichtbaar maakt.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz