Idomeneo, re di Creta De Munt / Enrico Onofri / Calixto Bieito
Mozart met een hoek af
Amper 25 was Wolfgang Amadeus Mozart toen hij de opera ‘Idomeneo, re di Creta’ schreef. Het werk verdient een podium, al was het maar omdat deze jeugdige compositie beloftes uitstrooit van latere toppers als ‘Le nozze di Figaro’, ‘Don Giovanni’ en ‘De toverfluit’. Op muzikaal vlak doet de jongste productie van de Munt Mozart alle eer aan. De enscenering van de Spaanse regisseur Calixto Bieito schippert dan weer tussen soberheid en pathetiek.
Hoe ver zou je gaan om het leven van je kind te redden? Idomeneo, de koning van Kreta, weet als geen ander hoezeer deze vraag kwelt. Eigenlijk had hij de kust van zijn vaderland nooit mogen bereiken, op de terugreis van Troje na een slepende oorlog. Eigenlijk moest hij door de golven worden verzwolgen, maar de zeegod Neptunus heeft zijn smeekbede tijdens de storm verhoord: spaar mij en ik zal de eerste levende ziel die ik tegenkom op het strand van Kreta aan u offeren.
Achteraf gezien is dat niet het beste voorstel, omdat van alle levende zielen op het eiland uitgerekend Idamante, zijn bloedeigen zoon, hem als eerste verwelkomt. Zijn eed drijft de koning tot wanhoop en uitstelgedrag, wat Neptunus danig op de zenuwen werkt. Het zeemonster dat de god op de haven afstuurt richt een waar bloedbad aan onder de bevolking. Elk plannetje dat Idomeneo bedenkt om aan het noodlot te ontkomen faalt. Intussen slaagt ook de jaloerse Griekse prinses Elektra er niet in om te ontsnappen met Idamante aan haar zijde. Zij is ongeduldig omdat de knappe troonopvolger van Idomeneo op amoureus vlak de Trojaanse prinses Ilia lijkt te verkiezen, die als krijgsgevangene in de kerker zit.
Bieito's vroegere werk kennende, valt deze ‘Idomeneo’ op door soberheid, waarbij de setting bewust bleek en abstract oogt.
Met deze rist aan gedoemde personages kan de tragedie niet tragischer worden, maar dat is buiten Mozarts librettist Giambattista Varesco gerekend. Als eersteklas publieksbehager forceert hij een happy end waar er geen mogelijk leek. Minder gekunsteld zijn de ingrepen die regisseur Bieito en dirigent Enrico Onofri in de partituur plegen. Bijna ongemerkt is de dienstknecht Arbace uit het verhaal geschrapt. Zijn zanglijntjes worden overgenomen door de hogepriester van Neptunus, een efficiëntie-oefening waar niemand om rouwt, al zingt tenor Michael J. Scott niet heel toonvast.
Om een lange opera-avond ietwat behapbaar te maken, is ook een coupure gemaakt in het grote ballet – destijds een verplicht nummertje. In deze ‘Idomeneo’ zijn geen dansers te bespeuren, maar hun afwezigheid wordt ludiek gecompenseerd door het zachte stampvoeten van het koor, de militaire spasmes van de koning en zelfs het ritmisch schoenenpoetsen van Elektra, die de herenschoenen van Idamante als fetisjobject neemt. Wanneer haar sensuele handeling ontaardt in een orgasme, lijkt dat meer te zeggen over de regisseur dan over de antagoniste. Het is het hoogtepunt van Bieito’s zin voor overdrijving, die verder tot uiting komt in het structureel dramatische armenzwaaien waar geen zanger onderuit komt.
Killer
Het is de Calixto Bieito die het Belgische operapubliek herkent van eerdere projecten. Zijn interpretatie van Kurt Weills ‘Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny’ uit 2011 was niet alleen een schandaalproductie, maar vooral een verkeerde lezing van de teksten van Bertolt Brecht. Dan werkte zijn bombastische aanpak beter in ‘Lady Macbeth uit Mtsensk’ van Dmitri Sjostakovitsj uit 2014. Dit vroegere werk kennende valt deze ‘Idomeneo’ op door soberheid, waarbij de setting bewust bleek en abstract oogt.
De echte ster van de avond is het orkest, onder leiding van Onofri. Onder zijn baton klinkt Mozarts vroegrijpe score fluks, fris en energetisch.
Bij het begin van de opera verzamelt een anonieme groep figuranten in witte kledij voor een vierkante toren van mat glas, aangedampt zoals je soms bij aquaria kan zien. Op die manier wasemt Neptunus zich al van bij het begin een weg in het verhaal. De performers brengen een mechanische en minimalistische dans waarbij ze hun armen negentig graden buigen. Dezelfde rechte hoeken worden zichtbaar wanneer het machtige bouwwerk vervolgens uit elkaar wordt getrokken in vier dubbelpanelen. Het symbool van een stabiele monarchie wordt zodoende al tijdens de ouverture van ‘Idomeneo’ afgebroken.
Met deze enorme paravents op wieltjes rijden de performers rond om er per scène een andere geometrische achtergrond mee te bouwen. Zodra een nieuwe constructie is gezet, turen de figuranten als spoken door de mistige ramen. Zulke subtiele symboliek, die zich niet altijd laat duiden maar op zijn minst sfeervol is, combineert Bieito dan weer met een bij momenten zeer letterlijke beeldtaal. De occasioneel geprojecteerde zee verstoort de suggestieve flow van de enscenering nog niet. De spelende kinderen op het hoogtepunt van Idomeneo’s depressie doen dat wel. Net op dat moment komt het beschuldigende volk bij monde van het koor aandraven met pancartes aan het adres van de getormenteerde koning. ‘Killer’ staat er in koeien van letters.
Mio filglio
Voor de titelrol combineert de Amerikaanse tenor Joshua Stewart waardigheid met breekbaarheid. Zijn krijgerslijf loopt geregeld krom van het schuldgevoel en zijn forse stem is op tijd en stond klein en kwetsbaar. ‘Mio figlio,’ prevelt hij meer dan dat hij zingt, en alle ouders in het publiek denken plots aan hun eigen kinderen. Stewart is de beste man op de beste plaats om deze waaier aan emoties te etaleren. Hij en Shira Patchornik als Ilia slagen erin om flarden van gewaardeerde subtiliteit binnen te sluizen in de overacting. Ook de andere zangers doen verwoede pogingen tot nuance, al heeft mezzosopraan Gaëlle Arquez, die de historische castraatrol van Idamante op zich neemt, haar zware vibrato tegen.
De echte ster van de avond is het orkest, onder leiding van Onofri. Onder zijn baton klinkt Mozarts vroegrijpe score fluks, fris en energetisch, waarbij de ene keer een galopperende fagot en de andere keer een donderde pauk op de voorgrond treedt. Het maakt de muziek niet alleen genietbaar, maar bij momenten zelfs dansbaar. De recitatieven, door librettist Varesco vaak overladen met informatie, vliegen gezwind voorbij. Het koor is naar mozartiaanse norm overbevolkt, maar juist dat geeft het een krachtige sound en présence.
De symbolistische kaalheid van de enscenering contrasteert met de schittering van de muziek, maar juist daardoor krijgt Mozarts palet aan klankkleuren alle ruimte om te stralen. De pompeuze gebaren die Bieito aan dit geheel toevoegt halen de geslaagde mix van beeld en klank te vaak onderuit. Ze maken van deze ‘Idomeneo’ eerder een must hear dan een must see.Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz