Norma De Munt
‘Norma’ blinkt als nieuw
Het café rijst uit de grond als een verzonken stad uit het water. Op het terras nemen de vriendinnen Norma en Adalgisa plaats. Twee tafels verder doen Pollione en Flavio hetzelfde. Het beeld is grappig als je weet dat de dames Gallische priesteressen zijn en de heren Romeinse legerleiders. Het komt uit de koker van regisseur Christophe Coppens, die voor zijn anachronistische enscenering van Bellini’s ‘Norma’ verbluft met visuele vondsten maar terzelfdertijd zijn zangers aan de grond nagelt.
Wie ‘Galliërs’ en ‘Romeinen’ zegt, kan raden dat er rake klappen zullen vallen in ‘Norma’. Als proconsul is uitgerekend Pollione de grote vijand van Norma, stamhoofd van een onderdrukt en wraakzuchtig volk. Hij is de vader van haar kinderen, maar zijn liefde heeft zich intussen gekeerd naar de jongere Adalgisa. Tijdens de caféscène komt de dubbele affaire aan het licht. Norma schippert tussen wrok en wroeging: enerzijds heeft zij haar volk bedrogen door het te doen met een Romein, anderzijds is ze zelf bedrogen. Haar stamgenoten wachten ongeduldig op haar commando. De brandstapel wordt in gereedheid gebracht, maar wie zal uiteindelijk branden?
Tijdens zijn korte leven behoorde Vincenzo Bellini – een aristocratische dandy van Siciliaanse komaf – tot de crème de la crème van de culturele elite in Europa. ‘Norma’ uit 1831 is muziekhistorisch belangrijk omdat een vrouwelijke leidersfiguur de hoofdrol zingt, atypisch voor die tijd. De veeleisende rol zette bij de creatie sopraan Giuditta Pasta op de wereldkaart en zou generaties lang een iconische status behouden, onder meer dankzij de Maria’s Malibran en Callas. Vandaag de dag blijft enkel nog de fameuze aria ‘Casta Diva’ overeind als een van dé zakdoekmomenten uit de muziekgeschiedenis, maar zit Bellini enigszins gekneld tussen de grootheden Rossini en Verdi.
Bellini meets Fellini
Dat is er soms aan te horen bij ‘Norma’. Als melodicus en orkestrator blijkt Bellini toch minder memorabel dan zijn voorloper Gioachino Rossini. Zijn opvolger Giuseppe Verdi blinkt in zijn koren en aria’s dan weer uit in psychologische diepgang, iets waar Bellini minder in slaagt, al komt hij soms in de buurt. De hoogtepunten van ‘Norma’, vooral in de ontknoping van het plot concurreren moeiteloos met de betere werken van zijn beroemde collega’s (die overigens ook niet altijd topkwaliteit leverden), maar op andere momenten is de toonzetting een tikje gekunsteld. De pathetische uithalen van de sopranen voeden alle clichés van de Italiaanse opera, maar een tragische wending in het verhaal kan voor Bellini ook de aanleiding zijn voor de meest knullige ijskarmuziek.
De regie zit vol van verrukkelijk absurde beelden die zo uit de films van Federico Fellini zouden kunnen komen.
‘Norma’ stelt een hedendaagse operaregisseur dus voor heel wat uitdagingen. Enter Christophe Coppens. Eigenlijk re-enter, want zijn creatie is een verderzetting van een door corona stilgevallen productie uit 2021. Coppens neemt niet alleen de regie op zich, maar ook de kostuums en de decors. De visuele uitwerking van de sinfonia (ouverture) is een briljante invulling van Bellini’s orkeststuk. In de lichtere passages spelen de onwettige kinderen van Norma en Pollione hun spelletjes voor een betonnen muur. In de dramatische stukken breekt die muur halfweg open, waardoor het publiek door de gleuf van een reusachtige brievenbus kijkt naar de schermutselingen tussen Romeinen en Galliërs, in de regie van Coppens gekleed als fabrieksarbeiders uit de Italiaanse neorealistische cinema.
Onvergetelijk is het beeld van de wiegende Trabant die, opgehangen aan zijn trekhaak, als een pendule heen en weer slingert boven het hoofd van Norma, wanneer zij de ‘kuise godheid’ Irminsul, de ‘Casta Diva’, om raad vraagt. De regie zit vol van zulke verrukkelijk absurde beelden die zo uit de films van Federico Fellini zouden kunnen komen. De auto duikt meerdere malen op onverwachte manieren op, doorgaans wanneer Pollione droomt over een beter leven met Adalgisa in het verre Rome. Daardoor is het voertuig een symbool van gedoemd escapisme. Een ander motief is de rechthoekige brievenbusvorm zoals genoemd bij de sinfonia. Deze vorm komt onder meer terug in het uitgekiende spel van licht en schaduw. Tegelijk verbredend en vernauwend is de rechthoek een subtiele maar effectieve visualisatie van de gemoedstoestand van Norma, gevangen tussen zelfbehoud en landsbelang. Met haar gitzwarte plunje en lijkwitte haar is ze overigens het negatief van Adalgisa, in witte tinten getooid en met donker haar.
Sneeuwballengevecht
De Britse sopraan Sally Matthews heeft een vette kluif aan de rol van Norma. Haar ietwat ijzige stemkleur en stevige vibrato komen goed tot hun recht in de opflakkeringen van haat die haar personage meermaals beleeft. Norma is echter meer dan dat: liefhebbende moeder, dienaar van god en volk, smachtend naar een hernieuwde liefde van Pollione. Het lukt de hoofdrolspeelster niet altijd om elk aspect waardig te vertolken. Ze krijgt daarbij trouwens niet veel hulp van het matige libretto van Felice Romani, die zijn personages even snel van gedachte laat veranderen als kinderen op de kermis. Pollione, degelijk vertolkt door belcanto-specialist Enea Scala, heeft hetzelfde probleem.
Het koor van de Munt is dan weer voortreffelijk, zowel muzikaal als visueel.
De revelatie in de cast van ‘Norma’ is de Italiaanse mezzosopraan Raffaella Lupinacci, wiens Adalgisa een genuanceerde en doorleefde portrettering krijgt. Haar kneedbare stem gaat van groot en imposant tot klein en kwetsbaar, maar altijd met de juiste projectie om boven het zeer aanwezige orkest van de Munt uit te komen. Dirigent George Petrou heeft als expert van de oude muziek misschien iets te veel respect voor historische uitvoeringspraktijk, waardoor het rubato, de losse behandeling van tempo die zo geliefd was in de vroege negentiende eeuw, er soms wel erg dik op ligt.
Het koor van de Munt is dan weer voortreffelijk, zowel muzikaal als visueel. Het verhaal dat Christophe Coppens vertelt met kostuums, licht en vooral imposante decorwissels levert al ongelofelijke momenten op, maar de groepsbewegingen van het koor zorgen er meer dan ooit voor dat het oog geboeid blijft. Daarvoor hebben ze niet meer nodig dan eenvoudige looplijnen, bijvoorbeeld als de wijzers van een klok, of acties in de achtergrond, zoals een sneeuwballengevecht. In die scènes versterken de beelden, de muziek en het verhaal elkaar in een heilzaam evenwicht. De solisten worden dan weer minimaal geregisseerd, waardoor sobere scènes meer dan eens flirten met de eentonigheid.
Laat het de operaliefhebber niet tegenhouden. Zelfs wie belcanto schuwt, zal zich verwonderen over de creatieve oplossingen die Coppens uit zijn hoed tovert om de tekst en de muziek, met haar kwaliteiten en beperkingen, tot leven te wekken en te laten blinken als nieuw.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz