Tosca Giacomo Puccini / De Munt / Jordan de Souza / Rafael R. Villalobos
Contestatie tegen conformisme
Een barbaarse politiechef waar een moreel verheven kunstenaar tegen in opstand komt en een bloedmooie operadiva die in al haar naïviteit gelooft dat ze het kwaad eigenhandig kan doen ophouden te bestaan: het verhaal van Puccini’s ‘Tosca’ leest ruwweg als een aftands stripverhaal vol genderclichés. Zonder dat narratief te herschrijven, herschept regisseur Rafael R. Villalobos met zijn productie in De Munt de interpretatieve dimensie van het libretto. De moord op dichter-cineast Pier Paolo Pasolini is de kapstok voor een intrigerende reflectie over de onvermijdelijke frictie tussen autoritaire doctrine en artistieke revolte.
Pier Paolo Pasolini was de meest controversiële cineast van Europa toen hij vermoord werd. Zijn verminkte lichaam werd op 2 november 1975 aangetroffen op een strand in Ostia nabij Rome. Zijn laatste wapenfeit, ‘Salò o le 120 giornate di Sodoma’ (Salò was Mussolini’s marionettenstaat nadat Hitler de macht overnam in Italië, ‘De 120 dagen van Sodom’ een roman van Markies de Sade) ging drie weken later in première. Veelzeggend is dat de film in Italië na enkele weken verboden wordt, zogenaamd op basis van excessief geweld en zedeloosheid. Ruim een kwarteeuw na Pasolini’s sterfdatum, verklaart de destijds veroordeelde moordenaar dat ook anderen bij het bloedbad betrokken waren. Daders blijven tot op heden evenwel buiten beeld.
Sinds de laatste getuigenissen en het heropende politieonderzoek naar Pasolini’s dood valt niet meer te loochenen dat de regisseur, schrijver en politiek ideoloog omwille van zijn ideeën uit de weg werd geruimd. Dat maakt Pasolini tot een legitiem symbool voor de morele onverschrokkenheid van kunstenaars die doorheen de eeuwen lijnrecht tegenover de religieuze of politieke doctrines van hun tijd kwamen te staan. Mario Cavaradossi, schilder in opdracht van de clerus en minnaar van sopraan Floria Tosca, behoort tot datzelfde slag artiesten: figuren die louter de stem van het geweten gehoorzamen, zelfs als ze daarmee hun leven in de waagschaal leggen.
Geen staat zonder kerk
Voor alle duidelijkheid: Mario Cavaradossi is een fictief personage, en heeft dus niets te maken met Pier Paolo Pasolini. Voor zijn interpretatie van Puccini’s ‘Tosca’ (1900), legt de Spaanse regisseur Rafael R. Villalobos de historische realiteit rond Pasolini wel als een visuele sluier over het libretto. De tragedie van Victorien Sardou, auteur van de roemruchte ‘La Tosca’ (1887) waarin niemand minder dan Sarah Bernhardt de titelrol met mythische faam incarneerde, verhaalt over een operadiva die zich radicaal afkeert van een moreel gecorrumpeerd regime om met haar geliefde te kunnen vluchten. Ronduit legendarisch is de finale: Tosca juicht Cavaradossi’s executie toe, omdat haar is wijsgemaakt dat het om een schijnberechting gaat. Wanneer ze ontdekt dat haar beminde niet met losse flodders werd beschoten, berooft ze zich van het leven. Geen life after love, kortom.
Villalobos refereert naar Pasolini’s kritische uitlatingen over de Vaticaanse neutraliteit ten aanzien van Mussolini’s fascisme.
Villalobos situeert Tosca’s politieke ontvoogding en haar empathisch ontwaken in het hart van een Rome waar kerk en staat nog één zijn. Librettisten Luigi Illica en Giuseppe Giacosa zien de christelijke religie nog als een politiek neutraal instituut, waar voortvluchtigen onderdak vinden en kunstenaars financiering vinden. In de regie van Villalobos werkt de koster echter actief mee aan de indoctrinatie en het misbruik van adolescenten. Scarpia, het hoofd van de geheime politie, is in deze productie geen eenzame wellusteling, maar een exponent van een verziekte kerkfabriek die pervers genoegen schept uit menselijk lijden. Daarmee refereert Villalobos niet alleen naar de ontelbare verhalen over seksueel misbruik binnen de katholieke kerk, maar evengoed naar Pasolini’s kritische uitlatingen over de Vaticaanse neutraliteit ten aanzien van Mussolini’s fascisme.
Weg met genderstereotypen!
Door Pasolini als personage af en toe over de bühne te laten dwalen, verruimt Villalobos de beleving van Puccini’s opera. Meer dan over de weliswaar bijzonder aangrijpende engte van Tosca’s emancipatie als ethisch en feminien wezen, onderstreept deze productie de houding van Cavaradossi. Als kunstenaar kiest hij instinctief de kant van de verschoppeling, en staat hij moedig op tegen wat Pasolini ‘repressief conformisme’ noemde. Precies daarom is het van belang dat ook Giuseppe Pelosi wordt opgevoerd, de sekswerker die de moord op Pasolini eerst bekende doch die bekentenis decennia later weer introk. Op de klanken van ‘Love in Portofino’ van Fred Buscaglione – volgens sommigen een blasfemie in de opera – krijgt het publiek te zien hoe de filmmaker en de gigolo elkaar aantrekken en afstoten. Is dit homoseksueel geflirt geen schitterende voetnoot bij een verhaal waarvan de genderstereotypie op vandaag quasi stuitend is?
Is homoseksueel geflirt geen schitterende voetnoot bij een verhaal waarvan de genderstereotypie op vandaag quasi stuitend is?
Verder laat Villalobos zijn Pasolini enkel deze woorden uitspreken: “Wanneer een auteur belangeloos en gepassioneerd is, is hij altijd een levende contestatie. Zodra hij begint te praten, contesteert hij enigermate het conformisme, datgene wat officieel is, wat van de staat is, wat nationaal heet, wat iedereen voor lief neemt. Zodra een kunstenaar begint te praten, is hij altijd geëngageerd, want alleen al dat beginnen praten is altijd schandalig.” Het is een artistieke beginselverklaring die kan tellen, althans voor een jonge maker die in zijn productie behalve aan homoseksualiteit ook een plaats wil geven aan zedenfeiten, en tegelijk via de moord op Pasolini laat zien dat de Scarpia’s van deze wereld nog steeds op de loer liggen.
Figuratief verismo
Villalobos toont dit alles in een uitgekiend decor dat knipoogt naar de barokke pracht en praal van Rome, zij het dan in een uitgeklede, minimalistische versie – alsof de moederkerk haar schijn niet meer kan ophouden. Bovendien bakent speciaal voor de gelegenheid geschilderd werk van Santiago Ydáñez de bühne af, overigens spectaculair uitvergroot door het atelier van De Munt. Mededogen, de kwetsbaarheid van jonge naakten, maar evengoed close-ups van bloeddorstige honden: Ydáñez’ figuratieve verismo vormt de volmaakte, hypnotiserende omlijsting bij Villalobos’ bijwijlen te aanstellerige personenregie.
Ydáñez’ figuratieve verismo vormt de volmaakte, hypnotiserende omlijsting bij Villalobos’ bijwijlen te aanstellerige personenregie.
Oorspronkelijk ging deze productie in première tijdens de covidpandemie, met naast het pathos bijzonder veel orkestraal raffinement uitgelicht door chef-dirigent Alain Altinoglu. Bij de huidige herneming neemt Jordan de Souza het baton op, met een meer voorspelbare en geromantiseerde versie tot gevolg. Ook sopraan Leah Hawkins zoekt de meer traditionele registers op, in een lezing die wolliger en kunstmatiger aandoet dan wat Myrtò Papatanasiu in 2021 liet horen. Verder zijn tenor Stefano La Colla (Mario Cavaradossi) en bariton Lucio Gallo (Scarpia) weliswaar opgewassen tegen de eisen van hun respectievelijke rollen, al overklassen ook zij de oorspronkelijke cast niet. Niettegenstaande overstijgt deze reprise de middelmaat, vooral dan op basis van een gedurfd regie-concept dat abstract genoeg blijft om het eigenlijke narratief niet in de weg te zitten.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz