Opera

Idomeneo, Re di Creta De Munt / Enrico Onofri / Calixto Bieito

Een koning rijp voor het gesticht

Liefde en haat, maatschappelijke druk versus vaderlijke intuïtie, de redding van het volk tegenover de ethiek van een innerlijke stem: ‘Idomeneo, Re di Creta’ (1781) bulkt van de tegenstellingen. Mozart goot de cascade van op moraal-filosofische leest geschoeide psychologische dilemma’s in een kolkende partituur. Schandaalregisseur Calixto Bieito kleedt het spektakelstuk met Hollywoodallure echter uit tot een portret van een verinnerlijkte neurose. Hoogst intrigerend, en ook weer niet.        

Idomeneo, Re di Creta
Jan-Jakob Delanoye De Munt, Brussel
11 maart 2026

Wie is Idomeneo ook alweer, behalve koning van Kreta? Hij is vader van Idamante, die hopeloos verliefd is op Ilia. Zij is een gevangen gezette Trojaanse. Ze werd na de Griekse verwoesting van haar stad als oorlogsbuit meegetroond. Naast Ilia heeft ook Elettra een oogje op Idamante. De prins moet echter als godenoffer dienen na Idomeneo’s behouden terugkeer van overzee. Het duurt tot het laatste bedrijf vooraleer diens zoon dat beseft, waarna librettist G.B. Varesco de obligate goddelijke interventie bovenhaalt om alle brokken te lijmen. Hoezee!

Idomeneo is dus vorst, vader, veteraan en vazal van de goden tegelijk. Die verschillende rollen brengen uiteenlopende verplichtingen met zich mee. De centrale vraag van het libretto is welke orde gehoorzaamheid verdient. De transcendente, de maatschappelijk-politieke of de individuele? Idomeneo loopt verloren in dat gewetensconflict. Letterlijk en figuurlijk, want zijn neurose veroorzaakt bij Bieito scènische koortsdromen. De bühne is bovendien als een zich voortdurend transformerende Rorschach-test, waarbij contrasterende concepten als afstand en nabijheid of gevangenschap en vrijheid worden gesuggereerd via een intiem ballet van decorstukken.

Maximale betekenis, minimale middelen

Op het podium zijn semi-doorschijnende artefacten te zien in almaar wisselende constellaties. Dit creëert naast fysieke ook mentale ruimtes, die metaforisch zijn voor de gemoedstoestanden van de personages. Ilia’s kerker uit de eerste akte, de pletwals van Idomeneo’s religieuze opdracht om zijn zoon te moeten doden, een kamertje waarin Idamante loopt te ijsberen of het spiegelpaleis voor Elettra’s opgedirkte eigenwaan: de scenografie is een slim verlengstuk van wat Bieito via de persoonsregie laat zien.

De scenografie is een slim verlengstuk van wat Bieito via de persoonsregie laat zien.

Het kathedraalglas van de zetstukken maakt echter manifest dat voorbij de begrenzingen nog andere ruimtes liggen. Bij Idomeneo zijn het de schimmen uit zijn traumatisch oorlogsverleden die komen spoken, terwijl Idamante voor zijn geestesoog al zijn opdracht als vorst-in-spe ziet opdoemen. Op de bühne komt het narratief eigenlijk niet vast te liggen, wel integendeel: Bieito maximaliseert betekenislagen door een minimum aan middelen ambigu in te zetten.

Weg triomf!

Tegenover dat uitgepuurd minimalisme, dat een aantrekkelijk abstract kader genereert voor het libretto, plaatst Bieito evenwel een zonneklaar register. Het koor, dat Mozart emancipeert op de meest dramatische momenten, dringt zich met onnodige demonstratieve ijver op. De regisseur verplaatst een deel van de handeling weliswaar naar Ideomeneo’s ontspoorde verbeelding. Dat maakt hij manifest door de koning aan een hersenonderzoek te onderwerpen of scans van diens brein te projecteren. In die optiek is het expressieve idioom van het koor best verklaarbaar, maar met opzichtige pancarten, een arsenaal aan strandspullen of een bombardement van plastic bidons, trekt hij zelf een streep door de scenografische subtiliteit. Overigens wordt ook vestimentair de decalage tussen de personages nodeloos uitvergroot. Visueel is de balans kortom ver heen…

De oude krokodillen laten klaarblijkelijk een kapotte wereld achter. Kan de volgende generatie nog iets maken van deze puinhoop?

Treffend is wel hoe Bieito zijn eigenzinnige lezing tot in het slot doortrekt. Het deus ex machina is niet bepaald louterend: Idamante en Ilia verdwijnen als belichaming van de toekomst gauw in de coulissen, waarna Idomeneo’s slotwoorden een wel erg wrange smaak krijgen. Weg triomf! De vorst blijkt rijp voor het gesticht, Elettra schakelt zichzelf uit en het volk ziet het allemaal met lede ogen aan. Treffender kan de antithese voor Mozarts optimisme niet zijn. De oude krokodillen laten klaarblijkelijk een kapotte wereld achter. Kan de volgende generatie nog iets maken van deze puinhoop?

Onevenwichtige spreidstand

De Italiaanse barokspecialist Enrico Onofri benadert Mozarts partituur vanuit een instinct voor effectrijke contrasten. Diens historisch geïnspireerde uitvoeringspraktijk stelt zich nederig op ten aanzien van de zangers, maar pakt ook assertief uit met heldere lijnen en een strakke muzikale tongval. Geen verdoolde noten, geen zinloos passagewerk: Onofri zoekt en vindt epiek in de kieren en de spleten van het KV 366.

Onofri zoekt en vindt epiek in de kieren en de spleten van het KV 366.

µAdembenemend is hoe Kathryn Lewek (Elettra) alle drift uit haar personage haalt, terwijl Joshua Stewart (Idomeneo) op indrukwekkende wijze afdaalt richting waanzin. Shira Patchornik (Ilia) is dan weer wat licht voor haar rol, en Michael J. Scott (hogepriester) mist toonvastheid. Het voornaamste euvel van deze productie blijft evenwel Bieito’s spreidstand tussen enerzijds de fascinerende dramaturgische betekenisverruiming en anderzijds de al te nadrukkelijke toneelmatige pantomime.

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz