Opera

Medusa De Munt / Michiel Delanghe / Lydia Steier / Iain Bell

Minder monster, meer mens

 De Griekse goden een toonbeeld van morele verhevenheid? Niet bepaald. Neem bijvoorbeeld de welbekende mythe waarin Medusa tweevoudig wordt gestraft. Eerst ondergaat ze een verkrachting door Poseidon, naderhand wordt ze door Athena tot monster gemaakt omdat ze zich liet penetreren. Kan het nog sadistischer? Reden genoeg voor librettist en regisseur Lydia Steier om de mens achter de mare in kaart te brengen. Iain Bell, zeg maar de huidige wonderboy van de Britse operascène, schreef er een epische partituur bij.


Medusa
Jan-Jakob Delanoye De Munt, Brussel
06 mei 2026

Als Medusa in de 16e eeuw nog niet onsterfelijk was, dan werd ze het dankzij Caravaggio’s weergaloze portret. Zonder ballast schilderde de barokmeester een door ontzetting overmeesterd gelaat bij elkaar: de tergende aanblik die het personage weerspiegeld ziet in Perseus’ schild. Die confrontatie houdt tegelijk verschrikking als verlossing in, en in haar hervertelling van Medusa’s verschrikkelijke lot legt Steier het accent op hoe de onthoofding een ontvoogding inhoudt. Door doelbewust voor sterfelijkheid te kiezen, ontdoet Medusa zich namelijk niet alleen van haar dubbele vloek. Ze geeft ook liefde en leven door, want met haar afgehakte hoofd kan Perseus zijn moeder Danaë redden, die nota bene zelf door Zeus ongewild werd bezwangerd.

Verkrachting als fait divers

Dat verkrachting in de Griekse mythologie haast als fait divers wordt behandeld, moge duidelijk wezen. Steier laat dat echter niet zomaar aan zich voorbijgaan. In een uitgesponnen scène – waarvoor De Munt terecht een trigger warning afficheert – onderwerpt Poseidon zijn slachtoffer koelbloedig aan zijn lust. Het vrouwelijk lichaam blijft gehavend achter, als gebruikt omhulsel. Een bloederig consumptiegoed, klaar om vergeten te worden. ‘Don’t cry, not every girl is chosen. Stop crying now. Don’t be ungrateful.’

Het zijn woorden van een ijzingwekkende kilte – even vergeet de hele zaal te hoesten. 

Het zijn woorden van een ijzingwekkende kilte – even vergeet de hele zaal te hoesten. De fatale klap krijgt Medusa echter pas wanneer Athena haar tot een bestaan in bittere eenzaamheid veroordeelt. Eenieder wiens blik die van Medusa kruist, zal voortaan verstenen. Medusa, die eens moeder had willen zijn, wordt plotsklaps een door slangen omhuld monster, gedoemd om dood en verderf te zaaien. Tot Perseus ten tonele verschijnt, en zij hem opdraagt haar te vermoorden. Zonder veel kunstgrepen krijgt Medusa op die manier een ontroerende dimensie – minder monster, meer mens.

Laveren tussen intimiteit en grandeur

In de partituur kondigt Perseus’ zogenaamde ‘redding’ zich al vroeg aan: eerst in een door diens moeder gezongen wiegenlied, later geïnternaliseerd door Medusa zelf. Het is een van de verscheidene manieren waarop Bell eenheid creëert binnen zijn wispelturige compositie. Ook de drie lettergrepen van Medusa’s naam en het slagwerk dat zich uitdrukkelijk emancipeert met effectvolle leidmotieven, zorgen voor consistentie. Dat is nodig, want Bell zet iets te uitdrukkelijk in op muzikale demonstratie van de inhoudelijke dramaturgie, met een wel erg turbulente score tot gevolg. Gelukkig bewaakt dirigent Michiel Delanghe de orkestrale spanningsboog.

    Bells opulente stijl wordt door het inzicht van de dirigent kortom geraffineerd getemperd.     

Net als bij de wereldpremière van ‘Ali’ twee seizoenen geleden, is Delanghe’s directie vlekkeloos. Hij verliest zich nergens in de densiteit van Bells schriftuur, haalt de zangers waar de partituur dit vraagt zonder verpinken naar voren en weet voldoende te doseren om de sleutelmomenten niet in een oceaan van vondsten te laten verdrinken. Bells opulente stijl wordt door het inzicht van de dirigent kortom geraffineerd getemperd. Verder laveert Delanghe gezwind tussen intimiteit en grandeur, waarmee hij het breed uitgemeten spectrum van de partituur volledig tot zijn recht laat komen.

Ambigue scenografie

Een tweede revelatie is Claudia Boyle, wiens timbre heen en weer wordt geworpen tussen verlangen, hoop, lijden en loutering. Zowel vocaal als fysiek zet de Ierse sopraan een vrouw van vlees en bloed neer, vanuit een hartroerende authenticiteit vertolkt. De overige stemmen zijn eveneens uitstekend gecast, hoewel Bell soms op te voorspelbare registers terugvalt. Ook orkestraal is de kwaliteit trouwens niet homogeen: te vaak volgt op vernuftige ingevingen wat minder geïnspireerd passagewerk, waardoor het tweede bedrijf te lang uitvalt.

De apotheose mag dan lang op zich laten wachten, gevoelsmatig is de impact niet gering.

Even ambigu is de scenografie. Voor de hand liggend zijn de roterende platforms die Medusa steeds weer isoleren van haar omgeving. De gechoreografeerde aanwezigheid van de natuurelementen voelt daarenboven als overtollige opsmuk. Anderzijds benemen de weelderige kostumering en het prachtige decor in het tweede bedrijf (op een eiland met versteende lichamen) de adem. De apotheose mag dan lang op zich laten wachten, gevoelsmatig is de impact niet gering. Genade is Medusa’s deel, en met haar de patriarchale retoriek die door menig Griekse mythe echoot.

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz