Opera

Don Giovanni (Mozart/Da Ponte) Romeo Castellucci / Teodor Currentzis

Don Giovanni: 'drama', maar niet 'giocosa'

Bij de Festspiele in Salzburg keek men reikhalzend uit naar de ontmoeting tussen de mythische opera ‘Don Giovanni’  en de Italiaanse regisseur Romeo Castellucci. Die leverde inderdaad een vuurwerk aan ideeën en beelden op. Castellucci’ s Don Giovanni ontmoet geen duivels uit de hel maar worstelt met zijn innerlijke demonen. Zo rekent Castellucci af met de machocultuur. Muzikaal leverden ook dirigent Teodor Currentzis en een prachtige cast vuurwerk. Toch was irritatie niet altijd van de lucht

Don Giovanni (Mozart/Da Ponte)
Johan Thielemans Salzburger Festspiele
meer info
16 augustus 2021

De Festspiele beloofden al op voorhand dat dit een ‘Don Giovanni als geen andere’ zou worden. Wat zou Castellucci dan wel aanvangen met dit verhaal van de vrouwengek? Zou hij hem zijn gangen laten gaan om hem tenslotte te straffen en naar de hel te zenden? Of zou hij een andere lezing bieden? Het antwoord op die vraag is heel gecompliceerd.

Bij Castellucci spelen objecten steeds een grote rol, soms als symbolen, soms als raadsels. Castellucci bouwde zo over de jaren een eigen formele woordenschat op, waar hij uit kan putten als uit een grabbelton. Dat leidt tot de vreemdste combinaties, ook bij deze ‘Don Giovanni’. Hij doorweeft het verhaal van Lorenzo Da Ponte en W.A. Mozart met tal van visuele citaten.

Zo valt er bij aanvang een luxeauto uit de lucht. Dat deed Castellucci al eerder in Parijs (en in Antwerpen, maar nu volgen ook nog een Benz-Victoria– één van de eerste modellen van Mercedes-, een rolstoel en een vleugelpiano. Die piano blijkt ook dan, wonderlijk genoeg, nog te bespelen!. Ook het konijn van Dürer, eerder in Antwerpen te zien bij ‘Go down Moses’, komt weer voorbij. Ook de kopieermachine die zwart haar spuwt, herinnert aan Castellucci’s obsessie met haar in dezelfde voorstelling.

Als je dit repertoire kent, zijn het momenten van een soort vertedering, alsof je het verhaal van een oude vriend beluistert. Wie echter niet thuis is in de privéwereld van Castellucci heeft er het raden naar hoe je dit in het verhaal te pas komt. Bij de televisiecaptatie gaf de directrice van het Festival de raad om niet te veel na te denken, en gewoon van de beelden te genieten. Ik vind dit een zwaktebod.

De voorstelling zelf dan. In het eerste bedrijf kijken we vanuit de Man. Arbeiders verwijderen er schilderijen, kerkbanken en het kruis uit een witte kathedraal. Eens ontwijd staat het gebouw klaar als podium voor de godloochenaar.  Op dat moment zet dirigent Teodor Currentzis de muziek in. Ze klinkt gedreven, krachtig en opzwepend, zoals je dat van hem verwacht.

Don Giovanni (Davide Luciano) en Leporello (Vito Triante), de hoofdfiguren van dit verhaal, lijken hier een eeneiige tweeling. Hun kostuums hebben dezelfde snit, en hun baritonstemmen gaan moeiteloos in elkaar over. De één is echter een trotse edelman, de ander een niet zo onderdanige knecht en soms ook dubbelganger.

Tegenover deze macho’s staan de vele vrouwelijke slachtoffers. Donna Anna, wiens vader Don Giovanni doodt, wordt verteerd door wraakgevoelens. De Russische sopraan Nadeshda Pavlova zingt de rol gepassioneerd. Mozart gaf de aria waarin ze beseft wie haar vader doodde een hoog dramatisch, pathetisch register. Castellucci omringt haar met vrienden en vriendinnen die het tragische masker uit Griekse tragedies bovenhalen.

Als Donna Elvira (Federica Lombardi) achter Don Giovanni aangaat, wordt ze met een kluitje in het riet gestuurd. Leporello verklapt haar alle veroveringen van zijn meester. Bij deze beroemde cataloogaria komen er twee kopieermachines uit de toneeltoren naar beneden. Ze dompelen het hele speelvlak in een groen licht. Maar ze produceren geen lijstjes van vrouwennamen maar banden vrouwenhaar. Dat is voor Donna Elvira een teken dat haar eigen haar moet afknippen. Het is een wat nutteloze actie, want er komt geen verdere betekenis uit voort. Don Giovanni zit ook de boerenmeid Zerlina achterna. Anna Lucia Richter  brengt de rol heel naïef en charmant. Zo is ze een vanzelfsprekende prooi ven de edelman die haar het hof maakt.

Telkens onderstreept Castellucci de mannelijke blik van Don Giovanni

Telkens onderstreept Castellucci de mannelijke blik van Don Giovanni.  Daarom geeft hij aan elke vrouw een naakte ‘avatar’. Als Don Giovanni Zerlina verleidt, mengt de naakte avatar zich in het minnespel en wordt het een triootje.

Zo creëert Castellucci een seksueel universum. Dat eindigt in chaos, hoezeer vrouwen het tij ook proberen te keren. Donna Anna doet daarvoor beroep op Don Ottavio, maar bij Mozart is dat een problematisch personage. Hij is een grijze figuur die mooie maar wekelijke aria’s te zingen krijgt, zonder enige agressieve uitstraling. Castellucci zet hem volledig buiten spel. Telkens als de man verschijnt, heeft hij een ander onwaarschijnlijk kostuum aan. Eerst is hij een operettegeneraal, daarna een militair op ski’s, en in het tweede bedrijf draagt hij een koningskroon. Maar een verklaring voor die kostuumwissels volgt niet. Dan is er ook nog de hond die hem begeleidt: een klein mormel in het eerste bedrijf, en vervolgens een netjes bijgeknipte poedel. Het haalt zijn mannelijkheid helemaal onderuit. Toch strookt dat nauwelijks met de vertolking van tenor Michael Spyres. Ik heb nog nooit Don Ottavio een heldhaftiger toon horen aanslaan.

Deze honden zijn niet de enige dieren die opduiken in dit stuk. Er is ook de geit die in volledige stilte voorbijloopt, of de rat, die duidelijk wegwijs is op het podium. Het eerste bedrijf wordt afgesloten door een groot feest. Dat is wat warrig verteld, al ondermijnt Castellucci de uitroep ‘la libertà’ als een mogelijke politieke boodschap. Don Giovanni wordt opgejaagd en sleept een geraamte mee (is dat ZIJN avatar?). Ondertussen wordt de scene volgestouwd met attributen. Als de feestvierders het feest verlaten, blijft er alleen een hoop rommel over. De chaos overheerst.

Het tweede deel staat in het teken van de vrouw. Castellucci pakt het nu heel anders aan. De ontwijde kathedraal is vervangen door gordijnen die de ruimte abstraheren. De leuze van Don Giovanni, ‘Ik hou van alle vrouwen’, tekent dit bedrijf. De cataloog uit het eerste bedrijf krijgt een concrete vorm. Castellucci nodigde 150 vrouwen uit Salzburg uit om mee te spelen. Ze duiken op als een groep vrouwen in stadskledij maar verdwijnen dan achter de schermen om naakt (in vleeskleurige body’s) terug te keren. Bij de serenade van Don Giovanni verlaten ze allen het toneel. Don Giovanni beklimt dan een trapladder, waar hij de heroïsche pose van een gekruisigde aanneemt. Is dit Don Giovanni als martelaar, als slachtoffer van begeerte en de lust?

De vrouwen spelen steeds een grotere rol: zij bedreigen zowel Leporello als Don Giovanni. Ze worden medestanders van de verlaten vrouwen. Ze vormen op zeker ogenblik een heksenkring. Warm licht geeft de scène het aura van een romantisch schilderij. De actie wordt zo ritualistisch. De vertelling (en de spanning) verdwijnen naar de achtergrond. Castellucci verwijst hier naar godsdiensten waarin de Vrouw centraal staat. Na de aria van de goede heks Donna Elvira is er een tussenspel met een typische Currentzis toets: een lang stuk hedendaagse muziek.

Slechte heksen? 

Daarna verschijnen de vrouwen in zwarte gewaden, als Italiaanse vrouwen uit het verleden of misschien als volgelingen van de sharia? Als Don Giovanni en Leporello tegenover het standbeeld van de Commendatore (Mika Kares) komen te staan, zien we de zanger niet, maar horen we alleen zijn stem. Het zijn de vrouwen die in zijn plaats instemmend knikken als de twee het standbeeld uitnodigen op het avondmaal. Hun haren gaan daarbij griezelig overeind staan. Slechte heksen?  

Na een nieuw tussenspel (alweer een toevoeging van de dirigent) verplaatst de actie zich weer naar de ontwijde kathedraal. Een gaas scheidt de ruimte af van de zaal. Leporello kijkt door dat gaas samen met het publiek, toe hoe Don Giovanni geagiteerd en kwaad een stapel borden op de grond smakt als hij de woorden van de Commendatore hoort. Don Giovanni raakt daardoor zelfs door waanzin bevangen. Hij rukt zich tenslotte de kleren van het lijf.Naakt smeert de Don zich in met witte klei en sterft. Davide Luciano vertolkt en zingt deze bijzondere scene erg sterk. Zo maakt hij Castellucci’ s interpretatie van het drama  geloofwaardig: ongeremde begeerte leidt tot psychologische ineenstorting.

In de meeste producties van ‘Don Giovanni’ ligt de nadruk op de weigering van Don Giovanni om zich naar de Wet te schikken. Het gaat dan om het heroïsche verzet van het individu tegen die Wet, ook al kost het hem zijn ondergang. Die conservatieve lezing gaat terug op de brontekst, een toneelstuk van de Spaanse geestelijke Tirso de Molina. Bij Castellucci is Don Giovanni echter geen held. Hij hengelt niet naar onze dubbelzinnige bewondering. Hij is een zieke man waar we samen met Leporello naar kijken. Het is alsof de voorstelling waarschuwt voor extreem gedrag en impliciet pleit voor matiging.

In het afsluitend tafereel, als alle personages opgelucht ademhalen, voegde  Castellucci nog een element toe. Elke zanger krijgt een versteende dode -naar het beeld van de lijken in Pompei, als ‘avatar’. Als de muziek voorbij is en de spelers verdwenen blijven deze doden over op het lege plateau, in stilte. Nuanceert Castellucci zo de menselijke drama’s? Wil hij zeggen dat we allemaal uiteindelijk rust vinden in de dood?

Deze ‘Don Giovanni’ ziet er prachtig uit en klinkt ook buitengewoon: Castellucci toont zich hier alweer een begenadigd plastisch kunstenaar, maar zorgde ook voor uitstekend spel van de zangers. De beeldenmaker blijft echter opgesloten in zijn eigen wereld. Zijn beelden zijn zo grillig dat ze irritatie kunnen opwekken, vooral omdat hij lak lijkt te hebben aan het motto ‘less is more’. Dat ondergraaft de voorstelling, zeker als beeldvondsten tegen het lachwekkende aan schurken.

Toch heeft dit stuk zoveel kwaliteiten dat je het niet zomaar kan wegzetten. De regisseur voegt hier immers een eigen reflectie toe aan de vertelling: hij veroordeelt de machocultuur en toont de macht van vrouwen. Dat blijkt ook uit een nevenintrige. Als  Masetto (David Steffens) ontdekt dat Zerlina, zijn vrouw, hem bedriegt volgt huishoudelijk geweld. Maar in het tweede bedrijf volgt er, anders dan bij Mozart en Da Ponte, geen verzoening bij Castellucci. De vrouwen vormen een kring rond Masetto en maken hem af. Voor zijn handelwijze is er geen excuus.

Dat dubbele spoor is zo intrigerend en persoonlijk dat de Salzburger Festspiele terecht spreken van een ‘Don Giovanni als geen andere’. Mozart en da Ponte noemden hun opera een ‘drama giocosa’ maar zo ziet Castellucci het niet. Er is wel drama, maar ‘giocosa’, geestig, is het niet. Van ‘Sympathy for the devil’ kis er evenmin sprake. Castellucci toont op eclatante wijze waarom dat niet hoort.

Beschikbaar voor iedereen, gefinancierd door lezers en organisaties.
Steun pzazz met een abonnement.

Abonneren