Carmen Opéra National de Paris / Keri-Lynn Wilson / Calixto Bieito
Een feministische femme fatale
Femme fatale tegen wil en dank, lijdzame prostituee of geëmancipeerde protofeministe? Het titelpersonage uit ‘Carmen’ van Georges Bizet (1838 - 1875) kan het allemaal zijn. Hoewel het compositorisch om een quasi kitscherig lichtgewicht gaat vol romantische couleur locale, boren moderne ensceneringen meer en meer verborgen lagen aan. Zo ook Calixto Bieito, die de protagoniste neerzet als een sterke vrouw die zich aan een gewelddadig en wellustig patriarchaat tracht te ontworstelen.
In abstracte termen valt het libretto te reduceren tot de onmogelijke keuze tussen rationele liefde en seksuele drift. Concreet is het Don José die de gordiaanse knoop moet zien te ontwarren. Hoewel hij een onbetekenend leven leidt, krijgt de soldaat ineens het ideale meisje voorgeschoteld. Zijn moeder keurt Micaëla goed, zij wil niets liever dan zijn wederhelft zijn, kortom een voorspelbaar en kroostrijk bestaan op het Spaanse platteland lonkt. Dat is echter buiten Carmen gerekend. Als arbeidster in een sigarettenfabriek gehoorzaamt ze niet aan de wetten van het burgerlijk fatsoen. Ze schopt herrie en predikt vrije liefde. Reden genoeg voor het verzamelde mannenvolk om in haar de vleesgeworden mascotte van hun onstilbare verlangen te zien.
Als bij toeval valt Don José aan Carmen ten prooi. Zij instrumenteert hem om zelf uit de gevangenis te blijven, waarna hij meent bezit te kunnen nemen van haar. Net van dat soort mannelijkheid loopt Carmen evenwel weg. Liefde laat zich niet vangen of beteugelen, stipuleert ze. De conventies van een monogame relatie waarin de vrouw aan de man geketend is, staan voor haar haaks op de naturel van haar hartstocht. Don José kan zich daar niet mee verzoenen, en brengt haar om. Ziedaar, de meest legendarisch crime passionnel uit het operarepertoire…
Het dictaat van het mannelijke lid
Bieito plaatst enkele terechte vraagtekens bij het verhaal zoals dat doorgaans verteld wordt. Het schijnbaar onschuldige loeren naar de vrouwen uit het eerste bedrijf, wordt in zijn regie meteen een vorm van seksuele dominantie. De schunnige gebaren waarmee de vrouwen door de soldaten tot louter vlees worden herleid, vallen niet mis te verstaan. Bieito gaat zelfs nog een stap verder: de mannen plunderen ook, en ze randen aan het slot van het eerste bedrijf een dame in ondergoed aan. In dit universum is Carmen een dissonant, omdat ze het vanzelfsprekende patriarchale geweld openlijk weerspreekt. Haar lijf is daarbij evengoed lokaas als wapen – met haar lichaam doet ze per slot van rekening waar ze zelf zin in heeft.
De toeschouwer stelt zich geregeld de vraag waarom Bieito dat vulgair vocabularium zo openlijk laat zien.
Bij het aanbreken van de tweede akte voert Bieito een klein meisje op. Gemaquilleerd, uitgedost met hakschoentjes en geconditioneerd om sensueel te dansen: het is hoe moeders hun dochters de retoriek van mannelijke overheersing inlepelen. In een universum waar uitsluitend plaats is voor het mannelijk perspectief op genot, worden vrouwen als vanzelf geknecht. Al van kindsbeen af identificeren meisjes zich met de misogyne blik die hen later klein zal houden. Vrouwen lijken hun seksuele knechting op die manier haast zelf te organiseren. Behalve Carmen, die voor het jonge meisje een lichtpunt lijkt te vormen.
Het mag echter niet verwonderen dat Carmens dichtste vriendinnen zich wel schikken naar het dictaat van het mannelijke lid. Uitgedost als escortes doorstaan ze het vernederende ritueel van obligate cowgirl tot uitgespuwde blowjob. De toeschouwer stelt zich geregeld de vraag waarom Bieito dat vulgair vocabularium zo openlijk laat zien. Zijn motief is evenwel duidelijk: hij maakt van Bizets zinnelijke partituur een perverse vertoning, waardoor het publiek zich moreel moet verhouden tot wat er op de bühne gebeurt.
Vlees om vlees
In de finale laat Bizet de passionele moord op Carmen samenvallen met het bloederig ombrengen van een stier. Het extatische gejoel van de verzamelde menigte – in dit geval een uitzonderlijk lijvig koor en kinderkoor – is ronduit huiveringwekkend. Bieito toont in de arena evenwel geen stier, maar een blondine die zich insmeert met zonnecrème. De goede verstaander had het al begrepen: het ene soort vlees is een metafoor voor het andere.
Klinkt Don José’s weeklacht niet zelden als die van een gebroken man die een gevallen vrouw wil redden, dan kiest Bieito voor een radicaal andere lezing. Zijn Carmen is het slachtoffer van een hele cultuur die haar herleid tot mannelijk bezit. Zij weigert mee te gaan in die logica, en wordt bijgevolg de keel overgesneden. Maar zelfs dood zit Don José nog aan haar been te lurken: een misselijkmakende slotsequens die op het netvlies gebrand blijft.
Hoe dan ook is het niet fijn kijken naar Bieito’s doelbewust platvloerse en agressieve regie. Zijn narratief had zeker subtieler gekund, en zijn interpretatie bevat amper morele nuancering. Hij schopt het publiek echter een geweten door Bizets vanzelfsprekend gevonden male gaze te problematiseren. Dat maakt deze regie, die voor wat de individuele psychologie betreft in stereotypen blijft hangen, wel degelijk interessant.
Female power is ten slotte het sleutelwoord voor wat de muzikale prestaties betreft.
Female power is ten slotte het sleutelwoord voor wat de muzikale prestaties betreft. Stéphanie d'Oustrac zingt zich de ziel uit het lijf, en zet een Carmen neer met de allure van een Jeanne d’Arc – schijnbaar aangedreven door een metafysische stem. Ook haar tegenpool Micaëla (Amina Edris) ontroert tot in de nok van de Opéra Bastille, met een zuiverheid en een onschuld waar evengoed kracht van uitgaat.
In de orkestbak worden de rangen evenzeer door een vrouw gesloten. Keri-Lynn Wilson dirigeert zichzelf niet in de kijker, integendeel. Ze dient het drama waar dat moet, en kiest secuur voor hetzij humor, hetzij pathos, hetzij zeemzoete luister. Daarmee onderstreept ze het visuele register, dat nimmer door de zo goed als perfect uitgevoerde partituur overschaduwd wordt. Wat je noemt een zeldzame symbiose tussen oog, oor en brein.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz